Het profiel wordt geladen...

Welkom, GAST. Log hiernaast in om aan de slag te gaan, of meld je eerst aan.

Login

Het profiel wordt geladen...
Aanmelden

Zoom.nl login

Inloggen Wachtwoord vergeten Aanmelden bij Zoom.nl

Snelle start

Ben je hier voor het eerst? Neem de tour en leer alles over Zoom.nl.

ZOOM TOUR

Mijn Zoom.nl

Status


    Nachtfotografie, Basiscursus, Wim Janssen
    Reacties: 1
    Niveau: beginner
    Bookmark and Share

    Basiscursus: Nachtfotografie

    Het voordeel van de donkere wintermaanden is dat je niet zo laat de deur uit hoeft om nachtopnamen te maken. Dat is goed nieuws, want zodra de zon onder is, zijn er tal van mogelijkheden om indrukwekkende en sfeervolle foto's te schieten. Grijp daarom nu je kans, want als je wacht tot het weer zomer is, wordt het pas echt nachtwerk!

    Nachtfotografie klinkt alsof je in het holst van de nacht op pad moet. Maar als je geen nachtbraker bent, kan het gelukkig ook gewoon ’s avonds. In de wintermaanden is het al vroeg donker, dus er zijn kansen genoeg. Het begrip nachtfotografie mag je wat ons betreft ruim opvatten, in de zin dat je fotografeert ná zonsondergang. Op de volgende pagina’s vertellen we hoe je dit het beste kunt aanpakken.

    Scherpstellen op de tast

    Scherpstellen kan in het donker een behoorlijke uitdaging blijken. Spiegelreflexen met een kleinere sensor dan fullframe hebben een relatief kleine zoeker, wat scherpstellen tot een extra lastig karweitje maakt. Bij een fullframe-camera is de zoeker een flink stuk groter en helderder, zodat je beter ziet of alles scherp in beeld komt. Toch blijft het moeilijk om loepzuiver scherp te stellen als er bijna geen licht is. Verder moet je er rekening mee houden dat een sensor meer ziet dan het menselijk oog. Althans als je de camera even de tijd geeft, want dan wordt er genoeg licht verzameld om details te tonen die jij niet eens had gezien toen je op de ontspanknop drukte.

    suytkadebrug-bij-nacht-helmond Dankzij de diverse lichtbronnen ontstaat een bonte variatie aan kleuren. (Foto: Wim Janssen)

    Als je weinig tot niets ziet, hoe stel je dan scherp? Bijvoorbeeld door je camera op een voorwerp richten waar nog wel wat licht op valt, en dat zich op ongeveer dezelfde afstand bevindt als je onderwerp. Zoals een lantaarnpaal, een huis of een silhouet aan de horizon. Maak je nog niet druk over de belichting: je gebruikt dit trucje alleen om scherp te stellen. Het maakt dus niet uit als dit voorwerp feller verlicht is dan het onderwerp. Met lichtsterke objectieven stel je iets makkelijker scherp, want die vangen meer licht op. Ga wel na of je camera de scherpstelling vasthoudt, want dat is niet bij elk merk het geval.

    Juist omdat scherpstellen in het donker zo lastig is, is het beter om dit niet aan de camera over te laten. Het heeft immers geen nut als je camera de moeizaam gevonden scherpstelling meteen weer ongedaan maakt zodra je de lens op het eigenlijke onderwerp richt. Zet de autofocus dus uit en schakel over naar handmatig scherpstellen. Dit betekent wel dat je telkens moet bijregelen zodra je een onderwerp op een andere afstand in beeld neemt. Het lijkt een open deur, maar in het donker valt een verkeerde scherpstelling niet altijd meteen op. Je ziet beter of je goed zit als je de lens op een contrastrijk gebied richt. Eigenlijk net als met de autofocus op klaarlichte dag dus.

    Heeft je camera Live View? Dan kan het geen kwaad om deze functie in te schakelen, al is het alleen maar als hulp tijdens het scherpstellen. Om het leven nog makkelijker te maken, zit er vaak een lichtversterker op de camera (‘gain-up’, het beeld schakelt dan wel over naar zwart-wit). Nauwkeurig scherpstellen lukt nog beter indien je op het schermbeeld kunt inzoomen.

    kermis Een lange belichting toont een wereld zoals je die met het blote oog nooit ziet. (Foto: Marly Smit)

    Met drie poten op de grond

    Bij nachtfotografie heb je al snel te maken met lange belichtingstijden. Een statief en een afstandsbediening komen dan goed van pas. Je hebt zowel afstandsbedieningen met een kabeltje als draadloze uitvoeringen. Als een beetje vertraging geen ramp is, kun je ook de zelfontspanner gebruiken.

    Bij tijdopnamen is het belangrijk dat je camera staat als een huis, want elke trilling kan je foto verpesten. Let er dus op dat het statief stabiel staat, en raak noch het statief, noch de camera tijdens de belichting aan. Drentel ook niet heen en weer om het een beetje warmer te krijgen, want de kans is groot dat je statief vrolijk meedeint ... Inderdaad: ook de ondergrond is belangrijk. Je statief kan nog zo degelijk gebouwd zijn; als de ondergrond beweegt, heb je daar weinig aan. Let met name op voorbijgangers, voortrazend verkeer en windvlagen.

    Ook je camera kan roet in het eten gooien. Zodra je met een spiegelreflex een foto maakt, klapt eerst de spiegel omhoog. Dit geeft een kleine trilling. Daarom kan via ‘mirror lock-up’ de spiegel van tevoren worden opgeklapt. Na een korte pauze wordt de foto gemaakt. Heeft je camera of lens beeldstabilisatie, schakel die dan liever uit. Aangezien je toestel stevig op een statief is verankerd, heb je die niet nodig. Ben je toch bang voor wat lichte trillingen en is de belichtingstijd beperkt, dan kan het geen kwaad om een poging te wagen met ingeschakelde stabilisatie.

    Via de zoeker van een spiegelreflex kan strooilicht de camera binnendringen en zo je foto verpesten. Met een ingebouwd of los schuifje kun je de zoeker tijdelijk afsluiten. Laat om dezelfde reden ook de zonnekap op je objectief zitten. Juist in het donker heb je daar veel profijt van, hoe onlogisch dat misschien ook klinkt. Trouwens: hoe minder licht er is, des te minder last je hebt van een sporadisch klein trillinkje. Bij een extreem lange belichtingstijd valt zoiets amper op.

    serie-nachtfotografie-gemert-5 Warme tinten zorgen voor een sfeervolle nachtopname. (Foto: Natascha van den Heuvel)

    Kleurenspel

    Bij nachtfotografie is spelen met kleur extra leuk. Als je geen Live View gebruikt, zul je soms verrast staan zodra de foto op het schermpje verschijnt. Al die lichtbronnen in bijvoorbeeld een grote stad geven soms wel heel onverwachte kleurcombinaties! Het beste kun je een inschatting maken van het soort verlichting waar je mee te maken hebt, en daar de witbalans grofweg op instellen. Is er alleen natuurlijk licht? Helaas zul je tevergeefs naar een speciale instelling voor maanlicht en sterrenlicht zoeken. De meeste grip op kleur heb je als je in raw-formaat fotografeert. Dan hoef je je ter plaatse niet druk te maken en stel je achteraf de kleuren geheel naar eigen wens in.

    Het is heel moeilijk om bij nachtfotografie echt alle kleuren exact goed te krijgen, nog daargelaten of je dat wel wilt. Bijna altijd zijn er verschillende soorten lichtbronnen aanwezig en aangezien je maar één witbalansinstelling kunt kiezen, zullen de kleuren altijd wel ergens in beeld anders zijn dan je ze hebt ervaren. Dat is helemaal niet erg. Sterker nog: zulke afwijkende kleuren kunnen juist sfeerverhogend werken. Want stel dat je de camera zo instelt dat wit echt wit is, dan ben je alle sfeer in je nachtopname in één klap kwijt. Het is dan ook leuker om te spelen met de witbalans totdat je warme tinten of juist een koele uitstraling krijgt. Neem eens expres een paar verschillende lichtbronnen in beeld op en speel met afwijkende en opvallende kleuren.

    Het blauwe uurtje

    Wanneer de zon nog maar net onder is, kun je hele mooie plaatjes maken. Een onbewolkte lucht heeft dan een mooie diepblauwe kleur met misschien nog wat avondrood. En doordat in gebouwen de verlichting al is ingeschakeld, krijg je een prachtige mix van natuurlijk licht en kunstlicht op de koop toe. Het gebouw steekt nu scherp af tegen de achtergrond, en het licht is mooi in balans met de omgeving. Als je wacht tot het helemaal donker is, overstraalt het kunstlicht alles en wordt de omgeving al snel een donkere poel. Helaas is ‘het blauwe uurtje’ in de praktijk eerder een blauw kwartiertje. Gelukkig krijg je nog een herkansing, vlak voor zonsopkomst.

    eenzaam-in-het-water Een mooi mengsel van kunstlicht en natuurlijk licht. In het pikkedonker was dit een heel ander beeld geworden. (Foto: Fotoscape)

    Belichten

    Bij nachtfotografie zijn lange belichtingstijden schering en inslag, variërend van meerdere seconden tot vele minuten. Dat hangt allemaal af van hoe donker het precies is en van de hoeveelheid verlichting rondom je onderwerp. Een lange belichtingstijd betekent automatisch dat alles wat in beeld beweegt, onscherp wordt afgebeeld. Dat kan heel mooie effecten geven. Denk aan het streperige effect van stromend water, voortrazende wolken, rijdende auto’s of een voorbijganger op een verder scherpe foto. Zulke foto’s lijken misschien makkelijk te maken, maar vergis je niet! Pas achteraf zie je of het bewegingspatroon een mooi onderdeel van de compositie vormt. Je hebt dus wel een beetje ervaring en vooral veel verbeeldingskracht nodig om een echte topfoto te maken.

    Ga bij nachtfoto’s niet blindelings af op de belichtingsmeter van de camera, want die zal nog veel langer willen belichten dan nodig is. Om donker donker te houden, is flink onderbelichten het parool. Let er verder op dat de camera niet uit eigen beweging de flitser inschakelt.

    Zijn je nachtfoto’s allemaal te donker? In de volautomatische stand gaan veel camera’s niet verder dan een belichtingstijd van een paar seconden. Langere belichtingen zijn vaak wel mogelijk als je overschakelt naar diafragma- of sluitertijdvoorkeuze (ook wel A- of Av- respectievelijk S- of Tv-stand genoemd). Wat je ook kunt doen, is meteen naar de M-stand omschakelen, waarna je zowel sluitertijd als diafragma met de hand instelt. Een kleine lensopening (hoog F-getal) vraagt om nog langere belichtingstijden, maar je krijgt er mooie stervormige lichtbronnen in beeld voor terug. De B-stand (van ‘Bulb’) is eveneens een optie. Met een druk op de ontspanknop zet je de sluiter open en wanneer je het genoeg vindt, sluit je die weer. Ideaal als je een onvoorspelbaar spektakel zoals vuurwerk of onweer fotografeert.

    Maak je trouwens niet al te druk over de exacte duur van de belichting. Op een belichtingstijd van vijf minuten maakt een minuut meer of minder niet zoveel uit. Bij snelle sluitertijden overdag tikt een fractie van een seconde ernaast wél hard aan. Gebruik je een compactcamera, dan ben je al snel aangewezen op de nachtstand, tenzij je een geavanceerd model met handmatige instelmogelijkheden hebt.

    molens-bij-nacht Als je lang genoeg belicht, stijgt de molen vanzelf op ... Let ook op de schaduwwerking op de wieken! (Foto: Jan Bezemer)

    ISO en ruis

    Aangezien je toch lang belicht en een statief gebruikt, kun je de ISO-waarde net zo goed wat lager instellen. Je beperkt er de ruis mee, die bij langere belichtingen toch al meer opvalt. Camera’s verdubbelen de belichtingstijd vaak om via een zogenaamd ‘dark frame’ ruis uit foto’s weg te filteren. Nadeel is wel dat elke opname dubbel zo lang duurt. Hierdoor kun je een mooi fotomoment mislopen, zoals bij het altijd onvoorspelbare onweer. Zet deze vorm van ruisonderdrukking dan liever even uit, zodat je camera direct na de foto weer paraat is. Het is eeuwig zonde als die mooie bliksemflits net tijdens het maken van een dark frame valt. Dat beetje extra ruis is achteraf toch eenvoudig te verwijderen.

    nedmag-bij-avond Een klein diafragma verandert lichtbronnen in sterretjes. (Foto: Jascha Hoste)

    In het donker werken

    In het donker werken kan een uitdaging op zich zijn, zeker wanneer het ook nog eens koud is. Oefen het liefst overdag even hoe je blindelings de camera bedient. Zorg dat je in ieder geval de belangrijkste knoppen op de tast weet te vinden. Hoe beter je je camera kent, hoe vlotter het straks ‘in het echt’ gaat.

    Dim alvast de schermverlichting als dit niet automatisch via een sensor gebeurt. Je ogen hebben aardig wat tijd nodig om aan het donker te wennen, en zodra je naar een felle lichtbron kijkt, ben je weer even terug bij af. Neem altijd een zaklantaarn mee. Niet alleen om je camera bij te lichten, maar ook voor het geval dat je iets in het hoge gras laat vallen. Zet er een rood dopje (filter) op, dan behoud je je nachtzicht! Controleer voor je huiswaarts trekt of je niets achterlaat, zoals een zonnekap of lensdop die je even hebt neergelegd. Bij onderwerpen op korte afstand is je zaklamp ook als scherpstelhulpje te gebruiken.

    Gebruik de zaklamp niet terwijl je een foto maakt, of houd de lichtbundel ver buiten beeld. Anders zal - om maar een voorbeeld te noemen - elk verkeersbord genadeloos fel oplichten. Wees ook alert op auto’s die onverwachts opdoemen. Net als passerende vliegtuigen kunnen die je foto flink verpesten indien je er geen erg in hebt. Eventueel bedek je de lens tijdelijk met een donker voorwerp, uiteraard zonder de opstelling aan te raken.

    Neem bij lage temperaturen handschoenen mee, zodat je niet aan je camera vastvriest. Zorg sowieso goed voor jezelf, dus denk aan de juiste kleding, iets te eten en te drinken en een opgeladen mobieltje voor noodgevallen. Hou zowel je eigen veiligheid als die van anderen in het oog. Verken bij onbekend terrein als het even kan de locatie voordat het helemaal donker is, zodat je niet onverhoeds in een sloot of gat belandt of met je auto vast komt te zitten in een drassige berm. Vergeet tot slot extra accu’s en batterijen niet. Al die lange belichtingen slurpen je accu’s leeg, en als het koud is, leveren die ook nog eens minder energie. Veel plezier en we zien je mooiste nachtfoto’s graag tegemoet op de Zoom.nl Gallery!

    storm ’s Avonds ziet een dreigende lucht er vaak prachtig uit. (Foto: Anki Riteco)

    Tekenen met licht

    In het donker kun je letterlijk schrijven (en tekenen) met licht. Neem een flitser of een zaklantaarn en verlicht selectief delen van het onderwerp die je wilt benadrukken door ze op te lichten. In het meest extreme geval is het beeld volledig donker, op de ‘beschreven’ gedeeltes na. Als je een zaklamp gebruikt, zorg dan dat je met een constante snelheid beweegt en alles maar één keer bestrijkt, tenzij je iets extra wilt accentueren. Schrijven kan ook door een lichtbron in beeld te nemen en de camera te bewegen (of snel te zoomen) zodat een patroon ontstaat. Of je gaat - in donkere kleding! - in beeld staan en schrijft met een zaklamp een tekst. Als je geen spiegelschrift machtig bent, moet je de foto achteraf spiegelen.

    Permalink

    De reacties worden geladen...