Het profiel wordt geladen...

Welkom, GAST. Log hiernaast in om aan de slag te gaan, of meld je eerst aan.

Login

Het profiel wordt geladen...
Aanmelden

Zoom.nl login

Inloggen Wachtwoord vergeten Aanmelden bij Zoom.nl

Snelle start

Ben je hier voor het eerst? Neem de tour en leer alles over Zoom.nl.

ZOOM TOUR

Mijn Zoom.nl

Status


    marlot, landschap, bomen, zoomer Copyright:marlot.zoom.nl
    Reacties: 1
    Niveau: beginner
    Bookmark and Share

    Basiscursus: fotobewerking

    De beelden die uit je camera rollen, zien er vaak al prachtig uit. Maar met fotobewerking is er nog véél meer uit te halen. De ene keer volstaat het om de belichting te optimaliseren; dan weer fris je de kleuren lekker op. Verder zet je scheve foto's snel weer recht en poets je (stof)vlekjes en storende elementen weg. Alleen met de juiste nabewerking haal je het uiterste uit elke foto!

    Tekst Kees Krick

    Software

    Er bestaan nogal wat programma’s om je foto’s te bewerken. Heb je weinig ervaring met bewerken en wil je het eens uitproberen, dan is een gratis pakket een prima startpunt. Je hebt programma’s die slechts enkele bewerkingen of een paar trucjes beheersen, maar daar groei je al snel uit. Kies liever voor een pakket waar je lang mee uit de voeten kunt, zoals Paint.net (www.getpaint.net) of het zeer uitgebreide maar niet altijd even eenvoudige Gimp (www.gimp.org).

    Uiteraard is er ook allerlei software te koop. Zo haal je Corel Paint Shop Pro Photo of Adobe Photoshop Elements al voor minder dan honderd euro in huis. Daar kun je zowel eenvoudige als heel complexe bewerkingen mee doen, dus met zo’n programma kun je even vooruit. Naast starters en gevorderden werken ook beroepsfotografen ermee. Betaalde programma’s mag je vaak een tijdje gratis uitproberen. Het is dus een goed idee om eerst een proefversie te installeren en daar wat mee te spelen voordat je tot aankoop overgaat.

    Deze basiscursus is niet pakketgebonden, maar puur vanuit praktisch oogpunt wordt het populaire Photoshop Elements als voorbeeld gebruikt. Gebruik jij liever andere software? Geen enkel probleem: met de betere programma’s zijn dezelfde bewerkingen mogelijk. De gereedschappen heten en werken hooguit net even anders, en de menuopties zitten waarschijnlijk op een andere plek.


    Door nabewerking zijn belichting, kleur en compositie optimaal in te stellen.

    Foto: Soesjie - ISO 100 - F 8 - 1/125e SEC

    Lezerstip! Licht & donker

    Om een foto plaatselijk lichter te maken, gebruik je het gereedschap Tegenhouden. Zet het Bereik op Hoge lichten en de Belichting op ongeveer 15%. Strijk over de gewenste beeldpartij, zodat die langzamerhand lichter wordt. Om een deel van het beeld donkerder te maken, gebruik je het gereedschap Doordrukken. Zet het Bereik ditmaal op Schaduwen en de Belichting weer op 15%. Jos Peeters.

    Pas goed op het origineel!

    Voordat je een foto bewerkt, kun je beter eerst een kopie maken. Laat het origineel met rust en ga met de kopie aan de slag. Zo voorkom je dat je het origineel per ongeluk overschrijft en misschien voorgoed kwijtraakt. Iets wat extra pijnlijk is als je een verkleinde versie voor een webalbum maakt en die per abuis over het origineel zet! Een mooie vergroting zit er dan helaas niet meer in.


    Lijnen zijn cruciaal in architectuurfotografie. Een scheve foto valt meteen door de mand, dus is precies uitlijnen en bijsnijden cruciaal.

    Foto: Henk van Maastricht - ISO 200 - F 7,1 - 1/200e SEC

    Rechtzetten en bijsnijden

    Een scheve horizon valt bijna iedereen meteen op. Eén van de eerste dingen waar je tijdens het bewerken van een foto naar kijkt, is dus of hij wel netjes rechtstaat. Controleren is eenvoudig als er één of meer horizontale lijnen in beeld te zien zijn, zoals de horizon, een rij kasten of de gevel van een gebouw. Trek anders een denkbeeldige lijn tussen een paar punten.

    Een scheve horizon zet je in een handomdraai recht met het gereedschap Rechttrekken. Klik en sleep met ingedrukte muisknop langs de lijn. Hoe verder je over de foto sleept, des te nauwkeuriger het werkt. Zodra je de muisknop loslaat, wordt de foto een stukje gedraaid. Langs de randen ontstaan nu lege opvulplekken, maar die kun je later weghalen. Vaak is het lastig om te zien of een foto een tikje uit het lood staat. Schakel dan hulplijnen in via Weergave, Raster voordat je hem rechtzet.

    Niet elk programma beschikt over dit gereedschap. Je kunt echter hetzelfde effect bereiken door de foto handmatig een stukje te draaien. Ook handig als de foto een kwartslag gedraaid is. Bijvoorbeeld als je recht omhoog of omlaag hebt gefotografeerd, want dan werkt het automatisch kantelen bij veel camera’s niet goed. Via Afbeelding, Roteren zet je een foto dan snel rechtop. Gebruik daarvoor de optie Aangepast. Geef zowel de hoeveelheid als de draairichting op, en na wat experimenteren staat je foto kaarsrecht. Het raster komt hierbij goed van pas. Deze optie is ook prima te gebruiken als je een foto niet rechtop maar juist opzettelijk scheef wilt zetten.

    De lege plekken die tijdens het rechtzetten aan de randen zijn ontstaan, wil je natuurlijk zo gauw mogelijk weer kwijt. Dus snijd je de buitenrand simpelweg weg met het gereedschap Uitsnijden. Klik in de afbeelding op de plek die je als nieuwe linkerbovenhoek in gedachten hebt, sleep met ingedrukte muisknop naar de tegenoverliggende hoek en laat de muisknop los.

    Het is vrijwel onbegonnen werk om de selectie in één keer perfect te krijgen. Sleep daarom net zolang met de vierkantjes van het selectiekader tot dit helemaal naar wens is. Als je de muis tot buiten het selectiekader sleept, verandert de aanwijzer in een gekromde pijl. Klik en sleep om het selectiekader - en dus de uitsnede - te draaien. Zo zie je maar dat er meerdere manieren zijn om iets voor elkaar te krijgen. Het gereedschap Uitsnijden is niet alleen handig om stukjes beeld langs de rand kwijt te raken; het is ook prima geschikt om de compositie of de hoogte/breedteverhouding te veranderen. Je kunt dit ook later doen, maar investeer niet te veel tijd in het bewerken van stukjes foto die je naderhand toch weggooit. Da’s zonde van je energie!


    Met Roteren kun je meer dan alleen scheve foto’s rechtzetten.

    Foto: Floris Naber - ISO 100 - F 8 - 1/25 SEC


    Je geeft een foto extra actie en dynamiek door het beeld schuin te zetten.

    Foto: Robbie Hifi - ISO 320 - F 3,2 - 1/320e SEC

    Herkansing

    Als een bewerking tegenvalt, waag je gewoon een nieuwe poging. Draai de oorspronkelijke bewerking eerst terug via Bewerken, Ongedaan maken (of met Ctrl en Z). Je kunt zo meerdere bewerkingen stap voor stap ongedaan maken. Photoshop zet alles wat je doet in een lijst, die je kunt bekijken via Venster, Historie ongedaan maken. Klik op het punt waarnaar je wilt terugkeren, en alle bewerkingen van na die tijd zijn verdwenen. Je kunt het lijstje ook gebruiken om te zien wat het effect van elke ingreep is. Vergeet niet om na afloop het juiste eindpunt aan te klikken, want nieuwe bewerkingen verschijnen vanaf dat punt in de lijst.

    Belichting en contrast

    Een foto die te licht, te donker of te ‘vlak’ door gebrek aan contrast is, moet je niet meteen weggooien. Bijna altijd kan zo’n exemplaar nog flink worden opgepept. Bewerkingsprogramma’s kennen vaak een heel scala aan hulpmiddelen om aan de belichting te sleutelen, zoals Verbeteren, Belichting aanpassen, Niveaus (of Ctrl en L). In een grafiekje zie je de helderheidsverdeling in je foto. Hoe hoger een piek in het ‘berglandschap’, hoe vaker de corresponderende helderheid voorkomt. Uiterst links is diepzwart, helemaal rechts helderwit. Naarmate de berg zich meer naar links bevindt, is de foto donkerder en omgekeerd.

    Onder de grafiek zie je drie schuifjes. Je frist het beeld op door het zwarte en het witte schuifje naar de bijbehorende voet van de berg te slepen. De lichtwaarden worden dan beter over de hele breedte van de grafiek verdeeld, zodat het contrast toeneemt. Overbrug je een te grote afstand, dan wordt het effect te sterk. Schuif dan liever minder ver, bijvoorbeeld tot halverwege. Is de berg aan één zijkant afgekapt, laat die schuif dan met rust.

    Met het middelste, grijze schuifje kun je de complete foto nu nog wat lichter (naar links schuiven) of donkerder (naar rechts) maken. Na afloop van deze bewerking houd je als het goed is een beter belichte foto over, met een groter contrast en meer verzadigde kleuren. Desondanks kunnen delen van de foto nog steeds te licht of te donker zijn. Je ziet daar dan geen of te weinig details in. Je pakt uitsluitend zulke probleemgebieden aan via Verbeteren, Belichting aanpassen, Schaduwen/hooglichten. Je ziet nu drie schuifjes; het beste zet je ze eerst allemaal op nul. Stel dan Schaduwen lichter maken in tot de donkere delen voldoende doortekening hebben. Gebruik Hooglichten donkerder maken om uitgebeten lichte delen te herstellen. Gebruik de schuifjes met mate; anders vlakt de foto af of ontstaat ruis in de opgehelderde donkere delen. Als het contrast iets te laag is, is daar met de derde schuif Contrast middentonen nog wel wat aan te doen.


    Bij een avondopname als dit kun je verwachten dat het berglandschap van het histogram vooral aan de linkerkant zit.

    Foto: Han Ell - ISO 200 • F 4,8 • 1/6e SEC


    Bij een groot contrast tussen lichte en donkere delen luistert de belichting erg nauw. Niveaus en Schaduwen/hooglichten bieden dan uitkomst.

    Foto: Ger8rd - ISO 200 - F 4,5 - 1/4000e SEC

    Lezerstip! Goed scheef

    Door een foto met veel actie expres schuin te zetten, straalt het beeld meer dynamiek uit en krijgt de toeschouwer het gevoel zelf aan die actie mee te doen. Bij sommige foto’s is het mooi als je ze extra (soms zelfs overdreven veel) kleurverzadiging geeft. Dit maakt een foto van bijvoorbeeld de ondergaande zon een stuk interessanter. Jaap Binsma.

    Histogram

    Aanpassen van de belichting en het contrast gebeurt veelal op het oog. Maar wat doen al die bewerkingen eigenlijk met je foto? Door tijdens het bewerken een venstertje met een histogram open te laten staan (Venster, Histogram), krijg je een kijkje in de keuken. Je ziet nu precies hoe een bepaald effect bereikt wordt: erg leerzaam!

    Kleur

    Vervolgens is het tijd om je over de kleur te buigen. Soms zien de kleuren er op een foto totaal anders uit dan in werkelijkheid, of zijn ze minder mooi en intens dan in onze herinnering. Herstellen kan eenvoudig via Verbeteren, Kleur aanpassen, Kleurzweem verwijderen. Klik met het pipet op een beeldpartij waarvan je zeker weet dat die zwart, wit of neutraal grijs was. Om nauwkeurig te werken, is het verstandig om eerst een flink stuk in te zoomen voordat je begint. Anders zit je er met het pipetje al snel naast.

    Als je de kleuren nog steeds te flets of juist te fel vindt, pas je als volgende stap de kleurverzadiging aan met Verbeteren, Kleur aanpassen, Kleurtoon/verzadiging aanpassen. De foto wordt levendiger als je het schuifje Verzadiging naar rechts beweegt. Mensen vinden een foto met verzadigde kleuren over het algemeen mooi om naar te kijken, maar overdrijf niet! In het echte leven zijn kleuren meestal lang niet zo intens.

    Je kunt de schuif ook op nul zetten: dat levert een foto in grijstinten op. Voor een sepiatint zet je een vinkje bij Vullen met kleur en vul je bij zowel Kleurtoon als Verzadiging een waarde van rond de 30 in. Andere getallen geven weer andere kleureffecten. Wil je een echte zwart-witfoto hebben, laat de schuif voor kleurverzadiging dan met rust en gebruik in plaats daarvan Verbeteren, Omzetten in zwart-wit. Met behulp van diverse schuifjes gebruik je de aanwezige kleurinformatie om een mooie contrastrijke zwart-witfoto te maken. Ditmaal gooi je die kleurinformatie dus niet zomaar overboord.


    Als het vooral om kleur gaat, kun je veel bereiken door met de kleurverzadiging te spelen.

    Foto: Nel Talen - ISO 100 - F 20 - 25 SEC

    Retoucheren

    In een foto kunnen kleine onregelmatigheden zitten, zoals een stofvlek, een kras op een meubelstuk of een broodkruimel op iemands wang. Of aan de beeldrand is nog net een stukje van iets of iemand zichtbaar. Zulke schoonheidsfoutjes werk je met het Retoucheerpenseel snel en eenvoudig weg. Er bestaan twee varianten. Met het Snel retoucheerpenseel strijk je over de broodkruimel, waarna die op magische wijze verdwijnt. Als ‘vulmiddel’ wordt het beeldmateriaal rond de kruimel gebruikt. Zolang kleur en structuur ongeveer hetzelfde zijn, werkt dat verbazend goed. Kom je echter in de buurt van neus of mond, dan gaat het ineens flink mis, want die beelddetails worden mee gekopieerd! Gebruik in de buurt van duidelijke contouren liever het gewone Retoucheerpenseel. Klik eerst met ingedrukte Alt-toets om het bronmateriaal aan te wijzen, en klik of strijk daarna de te behandelen plek aan.

    Het Kloonstempel werkt ongeveer hetzelfde. Je werkt er vlekjes en beschadigingen mee weg, maar kunt er ook complete voorwerpen mee uit beeld laten verdwijnen. Andersom kun je ook bepaalde beeldelementen elders in beeld dupliceren: klonen dus. Geavanceerde bewerkingsprogramma’s beschikken over meerdere retoucheergereedschappen. Per situatie bepaal je wat het beste werkt.

    Iets anders wat je liever niet op je foto wilt hebben, is ruis. Die kan bijvoorbeeld zijn veroorzaakt doordat de camera op een hoge ISO-waarde stond ingesteld. Het is natuurlijk geen doen om al die stipjes individueel weg te klonen. Hiervoor gebruik je een speciaal filter: Filter, Ruis, Ruis reduceren. Stel de sterkte in, geef aan hoeveel detail er verloren mag gaan en beoordeel het effect. Een nadeeltje is dat de foto iets waziger van deze behandeling wordt. Pas dit filter dus met beleid toe.

    http://gallery.zoom.nl/foto/1183268/dieren/stofbad.html

    Voor je het weet zit er stof op je sensor. Zie je ergens een wazig vlekje, dan haal je dit tijdens het retoucheren eenvoudig weg.

    Foto: Hans Peters - ISO 400 - F 6,3 - 1/400e SEC


    Tijdens het retoucheren haal je (voor zover nodig) ook stofvlekjes weg uit een strakblauwe lucht.

    Foto: Marlot

    Verscherpen en bewaren

    Nu je klaar bent met bewerken, is het zaak om de nieuwe foto (onder een nieuwe naam!) te bewaren. Maak bij voorkeur minstens twee verschillende varianten aan. Ten eerste in een bestandsformaat zonder compressie, zodat je noeste arbeid in de hoogste kwaliteit bewaard blijft. In Photoshop is het psd-formaat een goede keuze. Het levert een groot bestand op, maar wel met allerlei extra informatie die je later kunt hergebruiken. Zoals lagen en selecties, iets wat in deze basiscursus niet aan bod komt. Dit bestand gebruik je in principe alleen wanneer je de foto later nog eens bewerkt.

    Het tweede exemplaar kan een gewoon jpeg-bestand zijn. Dit is tevens de foto die je in de praktijk gaat gebruiken. Voeg eerst nog wat extra scherpte toe via Verbeteren, Onscherp masker. Door het verhoogde contrast langs contouren lijkt je foto scherper. Met Hoeveelheid stel je de sterkte in (bijvoorbeeld 100%). Met Straal bepaal je het te verscherpen gebied (maximaal 2, vaak lager). Via Drempel voorkom je dat egale beeldpartijen eveneens verscherpt worden (bij 0 wordt het totale beeld verscherpt). Experimenteer gerust: elke foto is anders, dus er bestaat geen toverformule. Voer deze bewerking pas als laatste uit, vlak voordat je het eindresultaat opslaat.

    Handzaam formaat

    Ben je van plan de foto per e-mail te versturen, of wil je hem in een webalbum neerzetten? Verklein de foto dan eerst voordat je hem verscherpt, met Afbeelding, Vergroten/verkleinen, Afbeeldingsgrootte. Geef bij Breedte of Hoogte de gewenste waarde op, nadat je hebt gecontroleerd dat Verhoudingen behouden en Nieuwe beeldpixels berekenen allebei zijn aangevinkt. Bewaar de verkleinde foto als een nieuw jpeg-bestand. Een handige optie is Bestand, Opslaan voor web. Dankzij de grote voorvertoning kun je de fotokwaliteit en de bestandsgrootte goed beoordelen. Gebruik voor de Zoom.nl Gallery liever Opslaan als, omdat de exif-informatie dan behouden blijft.

    Permalink

    De reacties worden geladen...