Voor:
01 - Het uitgangspunt
Ik wil laten zien dat het verstandig is om met lagen en laagmaskers te werken. Als je klakkeloos beeld weggumt, ben je de gewiste informatie bij het opslaan voorgoed kwijt. Met laagmaskers kun je laagsgewijs blijven poetsen, óók na het opslaan en opnieuw openen van het psd-bestand. Hier verwerk ik twee basisfoto’s tot één beeld. Let op dat beide foto’s even groot zijn. Altijd werken in de hoogste resolutie, inzoomen tot 100%, en als het erg nauw luistert zelfs tot 200%!
Veilig Photoshoppen is een waarborg voor (beeld)kwaliteit.
02 - Selecteren
Ik maak de kinderen op de ene foto eerst vrijstaand om ze daarna te kunnen overzetten naar de achtergrondafbeelding. Dit kun je op verschillende manieren aanpakken. Zelf maak ik graag gebruik van de Veelhoeklasso. Nadat ik de selectie heb gemaakt, geef ik deze een doezelstraal mee van 0,5 tot 1 pixel. Dit voorkomt harde kniprandjes, want deze worden lichtjes vervaagd. Ga hiervoor naar Selecteren, Bewerken, Doezelaar en vul 1 pixel in.
Een doezelstraal maakt harde kniprandjes zachter.
03 - Kopiëren en plakken
De selectie is gemaakt. Nu moet deze nog gekopieerd worden. Ga hiervoor naar Bewerken, Kopiëren. Laat de kinderfoto even rusten en ga naar de achtergrondafbeelding. Beide afbeeldingen staan nu nog los van elkaar. Selecteer de achtergrondafbeelding met Selecteren, Alles. Blijf in deze foto en ga naar Bewerken, Plakken in. Nu staan de twee afbeeldingen als twee lagen boven elkaar in het lagenpalet: de achtergrondlaag en laag 1 met de kinderen.
Door meerdere opnamen samen te voegen, maak je een geheel nieuwe foto.
04 - Laagmasker
Zoals je ziet, is zonder dat je hiervoor iets hoefde te doen een wit vierkant blokje naast laag 1 verschenen. Dit is het laagmasker, dat automatisch is aangebracht bij Plakken in. Heb je Plakken gebruikt, dan moet je zelf nog een laagmasker aanbrengen. Dit doe je door op de laag te gaan staan waar het laagmasker in moet komen. Ga onderaan in het lagenpalet naar het vierkante vakje, klik dat aan en je ziet het laagmasker naast de laag verschijnen.
Als je Plakken in kiest, wordt het laagmasker automatisch aangebracht.
05 - Zwart en wit
Ga in het laagmaskervakje staan. De kleuren in het linkerpalet verspringen naar zwart en wit. Gebruik een zacht rond zwart Penseel en poets daarmee over de afbeelding. De achtergrondafbeelding verschijnt er doorheen. Als je bij het poetsen wit en zwart verwisselt, dan komt laag 1 weer tevoorschijn. Zo kun je schoonheidsfoutjes nauwkeurig bijwerken. Gebruik geen te grove kwast en varieer voortdurend met de grootte. De Dekking van het Penseel kun je ook aanpassen: dit doe je bovenaan in de werkbalk.
In een laagmasker kun je blijven poetsen zonder onherstelbare schade.
06 - Ander kleurtje
Nu wil ik de broek van de jongen een andere kleur geven. Selecteer in laag 1 de broek met de Veelhoeklasso of een andere selectiemethode. Je geeft de selectie weer een doezelstraal van 0,5 tot 1 pixel mee. Ga naar Laag, Nieuw, Laag via kopiëren. Er zijn nu drie lagen: de achtergrondlaag, laag 1 met de kinderen en laag 2 met de broek. Breng in laag 2 weer een laagmasker aan en kies Afbeelding, Aanpassingen, Kleurtoon/verzadiging. Zo kun je elke gewenste kleur aanbrengen.
Door bepaalde beeldpartijen te selecteren, kun je ze elke kleur geven die je wilt.
07 - Lagen
De vieze vegen zijn aangebracht met een Penseel. Eerst maak je een nieuwe laag (laag 3) aan met Laag, Nieuw, Laag… (of klik onderaan in het lagenpalet op het vakje naast de prullenbak). Het voordeel van met lagen werken is dat je niet rechtstreeks de foto bewerkt. Je kunt de Dekking per laag aanpassen en tevens overal laagmaskers gebruiken. Zo is het veilig werken in Photoshop en zijn uitglijders nooit onherstelbaar. Sla tussendoor regelmatig je psd-bestand op met Ctrl en S.
Als je met lagen werkt, blijven de oorspronkelijke afbeeldingen altijd behouden.
08 - De slotfase
Voor een internetversie moet je in de meeste gevallen de afbeelding verkleinen. Dit kost pixels en dus kwaliteit, wat je op een kunstmatige manier zult moeten compenseren. Dit kan door de afbeelding weer iets te verscherpen nadat je deze hebt verkleind. Ga naar Filter, Verscherpen, Onscherp masker. Zet de Straal op 0,9 pixels of daaromtrent en de Hoeveelheid op 30 à 50%, afhankelijk van de afbeelding. Zet de afbeelding om naar sRGB voor webgebruik als je in AdobeRGB fotografeert.
Nadat je de foto hebt verkleind, moet je die in de meeste gevallen verscherpen.

