Tekst Evi Maquoi.
Foto’s beheren en archiveren: een beeldenbibliotheek in Lightroom. 20 tips
TIP 1. Library
Indien je besluit om Adobe Lightroom te gebruiken is de library module de eerste stap die je zult tegenkomen. Hier kun je je foto’s importeren in een catalogus. Daarnaast kun je alle afbeeldingen voorzien van trefwoorden, sterrenclassificaties of kleurentags zodat je de beelden achteraf snel kunt filteren en opsporen. Ook andere gegevens toevoegen zoals de opnamelocatie, copyrightinformatie of de naam van het model behoort tot de mogelijkheden.
De library-functie van Lightroom is ontzettend uitgebreid, dat zie je aan de interface.
TIP 2. Catalogus aanmaken
Foto’s beheren in Lightroom kan aan de hand van een catalogus. Wanneer je foto’s importeert, kun je die opslaan in een centrale catalogus zodat je vervolgens snel foto’s terug kunt opsporen. De aanpassingen die je aan je RAW-bestand maakt tijdens het ontwikkelen worden niet opgeslagen in een apart XMP-bestand, maar ook bewaard in deze catalogus. Klik op File, New Catalog om een catalogus aan te maken. Kies een bestandslocatie en geef je catalogus een naam.

Alles begint met het aanmaken van een nieuwe catalogus!
TIP 3. Meerdere catalogi?
Indien je over een erg grote fotocollectie beschikt is het aangeraden om meerdere catalogi te overwegen. Een grote catalogus die heel wat previews en ontwikkelgegevens bevat, kan immers een vertraagde werking als gevolg hebben. Om het laden te versnellen is het aangewezen om op tijd en stond File, Optimize Catalog te selecteren. Als dat het laden van de beelden nog niet voldoende versnelt, kun je een extra catalogus overwegen. Splits je collecties bijvoorbeeld op in Privé en Fotoshoots of Sport en Portret.

Af en toe je catalogus optimalizeren is geen overbodige luxe.
TIP 4. Lightroom map maken
In principe kun je stellen dat foto’s importeren in Lightroom niets anders is dan het registreren van de bestandslocatie van je foto’s. Het is namelijk niet nodig om je foto’s te ‘kopiëren’ naar je catalogus. Je catalogus moet enkel weten waar (in welke map, op welke schijf) je foto’s zich bevinden. Om voor jezelf duidelijk te maken welke foto’s je al in Lightroom geïmporteerd hebt, is het toch nuttig om bijvoorbeeld een map Lightroom Foto’s aan te maken. In submappen kun je dan je foto’s netjes catalogiseren.

Een Lightroom-map aanmaken is niet verplicht maar wel overzichtelijk.
TIP 5. Nieuwe foto’s importeren
Lightroom wordt standaard geopend wanneer je een medium met foto’s (cd, USB-stick, externe harde schijf of geheugenkaart) in je computer stopt. Het programma zal je automatisch vragen of je de gevonden foto’s wilt importeren. Links, bij From, zie je het medium staan, rechts, bij To, staat de doelbestemming. Klik op To en selecteer Other destination. Navigeer nu op je harde schijf naar de bestandslocatie waar je de foto’s wilt opslaan. Klik op Ok. Eventueel kun je nog enkele trefwoorden typen in het vak naast Keywords. Klik op Import om het importeren te starten.

Het enige wat je moet doen is een bron- en doelbestemming selecteren.
TIP 6. Andere foto’s toevoegen
Foto’s die al op je harde schijf staan kun je uiteraard ook toevoegen aan je catalogus. Kies hiervoor File, Import Photos of gebruik de toetsencombinatie Ctrl+Shift+I. Klik op From en kies vervolgens Other Source en blader naar de map met foto’s die je aan de catalogus wenst toe te voegen. In het midden staat nu standaard Add geselecteerd. Dat betekent dat je foto’s uit de bronmap aan je catalogus toegevoegd worden zonder ze naar een andere map te verplaatsen. Kies eventueel Copy of Move om de foto’s te kopiëren of te verplaatsen naar een andere bestandslocatie.

Je kunt je foto’s eventueel naar de aangemaakte Lightroom-map verplaatsen.
TIP 7. Importeeropties
De standaardinterface van het importeervenster is erg simpel en eenvoudig. Nadat je een bronmap hebt geselecteerd en eventueel wat trefwoorden hebt ingevoerd kun je onmiddellijk met het importeren starten. Door op de grote driehoek helemaal links onderaan te klikken verander je naar het geavanceerde importeervenster. Hier krijg je previews te zien van je foto’s. Bovendien kun je hier selecteren welke foto’s je aan de catalogus wilt toevoegen door de afbeeldingen aan of uit te vinken.

Je beslist nu zelf welke foto’s je aan de catalogus toevoegt.
TIP 8. Presets voor importeren
Je kunt tijd besparen tijdens het importeren door presets aan te maken. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om een preset te maken voor je sportfoto’s. Je kunt dan enkele trefwoorden zoals ‘sport’, ‘zwemmen’ en de naam van je eigen URL bij de trefwoorden invoeren. Maak eventueel ook nog een bepaalde map aan op je harde schijf waarin je alle sportfoto’s opslaat en selecteer deze bij de bronbestemming. Kies nu bij Preset voor Save Current Settings as New Preset en geef je preset een naam. Klik op Create.

Als je volgende keer sportfoto’s importeert hoef je enkel de juiste preset te selecteren.
TIP 9. Interface aanpassen
De interface van Lightroom 3 ziet er aardig uit. Een sterke troef is dat ze uit verschillende zones bestaat en volledig aanpasbaar is. Als je goed kijkt zie je links, rechts, boven en onder kleine driehoekjes staan. Eén klik op zo’n driehoekje laat een bepaalde zone verschijnen of verdwijnen. Afhankelijk van wat je precies wilt doen, kun je bepaalde zones in- of uitschakelen. Daarnaast kun je de scheidingslijnen tussen verschillende zones nog verplaatsen om een zone kleiner of groter in beeld te tonen.

Door de scheidingslijn van de onderste zone te verschuiven, krijg je heel erg kleine thumbnails te zien.
TIP 10. Identity Plate maken
Wil je de interface ook personaliseren? Ook dat kan. Helemaal links bovenaan in beeld staat standaard de programmanaam: Adobe Photoshop Lightroom 3. Kies Edit, Identity Plate Setup om dit te wijzigen. Voer een tekst naar keuze in en wijzig eventueel nog het lettertype en de lettergrootte. Je kunt ook een eigen afbeelding, bijvoorbeeld een logo, gebruiken. Kies dan Use a graphical identity plate, klik op Locate File en selecteer een afbeelding. Klik vervolgens op Save as en geef je Identity Plate een naam. Vink nu nog snel Enable Identity Plate aan.

Het lettertype van de andere knoppen kun je eventueel ook aanpassen.
TIP 11. Navigeren in catalogus
Je kunt je foto’s op verschillende manieren bekijken. De balk onderaan met miniatuurweergaven is gemakkelijk om snel een foto uit te zoeken. Met behulp van de pijltjestoetsen kun je doorheen de miniaturen navigeren. Helemaal links bovenaan in beeld zie je de Navigator, hiermee kun je zoomen. Met de presets Fit, Fill, 1:1 en 1:4 kun je je afbeeldingen op volledige schermgrootte, in origineel formaat of in een gekozen verhouding bekijken. Met de sneltoets G roep je het grid op, met L (Loupe) zoom je in en met toets C (Compare) kun je twee foto’s vergelijken.

Gebruik de handige sneltoetsen of selecteer de verschillende weergavemodi in het menu View.
TIP 12. Extra tags toevoegen
Tijdens het importeren kun je enkele trefwoorden toevoegen aan een nieuwe lading foto’s. Hier moet je echter heel algemene trefwoorden invoeren omdat ze bij alle foto’s moeten passen die je importeert. Wellicht wil je per (reeks) foto(‘s) ook nog wat extra tags toevoegen. Kies Photo, Add keywords of gebruik de toetsencombinatie Ctrl+K. Voer enkele trefwoorden in of kies eerder gebruikte tags onder Keyword Suggestions.

Het toevoegen van trefwoorden maakt het eenvoudig om later foto’s op te zoeken.
TIP 13. Sterren toevoegen
Een andere manier om foto’s in te delen kan aan de hand van een sterrenclassificatie. Afhankelijk van hoe goed je een foto vindt, kun je één tot vijf sterren uitdelen. Wil je later je allerbeste foto’s van het jaar bekijken, dan moet je enkel de vijfsterrenfoto’s uit je collectie filteren. Je kunt simpelweg sterretjes inkleuren door onder de foto op de sterren te klikken. Via het rechtermuisknopmenu gaat het eveneens: kies Set Rating en selecteer vervolgens het aantal sterren dat je aan de foto wenst te geven.

TIP 14. Sorteren op kleur
Nog een andere manier om je foto’s in te delen is met behulp van kleuren. Zo kun je je foto’s per categorie indelen. Kies bijvoorbeeld rood voor foto’s die je nog moet bewerken, groen voor foto’s die je naar zwart-wit moet converteren of geel voor bestanden die je nog moet hernoemen. Kies Photo, Set Color Label en kies een kleur. Wil je sneller kleuren toewijzen. Klik dan op de driehoek rechts onderaan in de centrale zone en vink Color Label aan. Je kleurtjes verschijnen nu in de balk naast de sterren.

Kleuren toewijzen is vooral handig om zelf categorieën te maken. Bijvoorbeeld rood voor ‘nog bewerken’.
TIP 15. Foto’s zoeken op trefwoord
Trefwoorden, sterren, kleuren… in principe doe je het allemaal om je foto’s nadien sneller te kunnen opsporen. Indien je af en toe wat energie stopt in het taggen en classificeren, is het een fluitje van een cent om die ene foto uit je collectie terug te vinden. Klik helemaal bovenaan in het midden op Text naast Library Filter. Selecteer vervolgens Keywords en Contain all en voer een zoekopdracht in. Je krijgt zo bijvoorbeeld alle foto’s met het trefwoord ‘sport’ voorgeschoteld. Je kunt ook meerdere trefwoorden invoeren om gerichter te zoeken.

Filteren op trefwoorden kan je heel snel tot de juiste foto brengen.
TIP 16. Filteren op camera of objectief
Je kunt niet enkel je foto’s filteren op basis van trefwoorden maar ook op vlak van camera, objectief, sluitersnelheid, diafragma, ISO-waarde of andere metadata. Klik helemaal bovenaan in het midden op Metadata naast Library Filter. Standaard krijg je een overzicht van de camera’s en objectieven. Wanneer je echter op het titeltje Camera of Lens klikt, krijg je een menu te zien met andere mogelijke filters. Houdt de Ctrl-knop ingedrukt om meerdere variabelen tegelijkertijd te selecteren.

Op deze manier krijg je bijvoorbeeld onmiddellijk te zien welk objectief je het vaakst gebruikt!
TIP 17. Collecties
Een erg interessante manier om foto’s te groeperen kan aan de hand van een collectie. Een Lightroom Collection is namelijk een virtuele groepering van allerlei foto’s die zich in verschillende mappen of zelfs op verschillende schijven bevinden. Als je vaak kinderen fotografeert sla je de foto’s wellicht op in een map die de naam van het kind heeft. In een collectie ‘Kinderen’ kun je bijvoorbeeld de beste foto’s uit verschillende mappen bewaren. Kies Library, New Collection en geef je collectie een naam. Sleep de foto uit je filmstrip naar de collectie links in beeld.

Je beste foto’s van verschillende opnames kun je gemakkelijk opslaan in een collectie.
TIP 18 A. Slimme collectie
Met een zogenoemde Smart Collection kun je nog wat meer. Standaard maakt Ligthroom automatisch al wat collecties aan: per kleur, foto’s met vijf sterren, beelden van de laatste maand enzovoorts. Deze collecties krijg je te zien als je op het driehoekje naast Smart Collections, links in beeld, klikt. Je kunt echter ook zelf smart collections aanmaken. Klik op het plusteken naast Collections of kies Library, New Smart Collection. Hierin kun je bijvoorbeeld automatisch alle beelden verzamelen die aan bepaalde voorwaarden voldoen, bijvoorbeeld een bepaald trefwoord bevatten.

Wie een grote catalogus heeft kan niet zonder smart collections.
TIP 18 B. Slimme collectie
Jij beslist aan welke voorwaarden een foto moet voldoen om in je smart collection te zitten. Het is bijvoorbeeld mogelijk om een collectie aan te maken waarin alle vijfsterrenfoto’s van kinderen zitten. Geef de collectie de naam Kids 5* en zorg ervoor dat All ingesteld staat bij Match. Selecteer nu in het eerste menu Rating en kies in het tweede menu is greather than or equal to en kleur vijf sterren in. Klik op het plusteken voor een extra regel. Selecteer hier Keywords en Contains en voer het woord Kids in.

Alle foto’s met het trefwoord Kids en een vijfsterrenclassificatie zullen in deze smart collection zitten.
TIP 19. Instellingen aanpassen
Wil je Adobe Ligthroom hier en daar nog wat aanpassen aan je voorkeuren? Klik dan op Edit, Preferences. Op het tabblad General kun je bijvoorbeeld instellen of Lightroom al dan niet moet geopend worden als je een geheugenkaart invoert. Op het tabblad Interface kun je onder andere de achtergrondkleuren instellen. Eén klik op de knop Go to Catalog Settings op het tabblad General brengt je naar de catalogusinstellingen. Op het tabblad File Handling kun je de previewkwaliteit instellen en nagaan hoeveel foto’s je catalogus telt.

De vormgeving van het programma aanpassen kan via het tabblad Interface.
TIP 19. Catalogus back-uppen
Belangrijke bestanden verdienen een back-up. Je catalogus met honderden of zelfs duizenden foto’s van de afgelopen jaren verdient dus ongetwijfeld ook een reservekopie. Ga naar Edit, Catalog Settings. Op het tabblad General kun je helemaal onderaan instellen hoe vaak je je catalogus wilt back-uppen. Stel zelf een back-upmoment in: één keer per maand, week of dag of bijvoorbeeld elke keer als je Ligthroom afsluit.

Eén keer per week back-uppen is geen overbodige luxe.
Adobe Lightroom 3 Beta
We gebruikten de meest recente versie van Adobe Lightroom om deze workshop te schrijven, versie 3. De publieke betaversie is erg stabiel en bevat zo goed als geen bugs. Log in met je Adobe ID (of maak een gratis account aan) en download het installatiebestand via www.adobe.com/cfusion/entitlement/index.cfm?e=labs_lightroom3. De publieke betaversie is nog tot en met 30 april volledig gratis te gebruiken.
Permalink
