Wie is Ruben Smit?
Ruben Smit (1971) is een gepassioneerd ecoloog en fotograaf. In 2002 promoveerde hij aan de Wageningen Universiteit, en zes jaar lang was hij universitair docent. In 2003 startte hij zijn eigen eenmanszaak ‘OutdoorVision’. Ruben is echter vooral bekend als fotograaf. Zijn foto’s worden gebruikt in allerlei nationale en internationale tijdschriften, zoals National Geographic, NaturFoto en Grasduinen. Verder heeft hij diverse prestigieuze internationale fotoprijzen gewonnen. Zijn stijl van fotografie wordt algemeen erkend als vernieuwend, onder meer dankzij het gebruik van onscherpte en sfeer. Ruben zet zijn ecologische en fotografische kennis in om columns, artikelen en boeken te schrijven. Ook maakt hij audiovisuele presentaties en films, onder meer voor bezoekerscentra. Sinds 2008 is hij televisiepresentator van het populaire (400.000 kijkers!) natuurprogramma ‘BuitenGewoon’ van Omroep Gelderland.
Cirkelend boven het Verdonken Land van Saeftinge maak ik verschillende foto's van de magnifieke oervormen in het schorrenlandschap.
Een prachtige keuze ... Maar wát is het?
Ik heb niet echt één favoriete foto. Ik heb deze geselecteerd omdat je niet meteen kunt zien wat het is. Ik ben altijd op zoek naar beelden die onverwacht zijn, en waaraan je niet direct kunt herkennen wat er afgebeeld is. De oerstructuur op deze foto spreekt mij bijzonder aan. Deze structuur herhaalt zich op verschillende schaalniveaus: van een gedetailleerde opname van een varenblad via een dwarsdoorsnede van de menselijke hersenen tot een luchtfoto vanaf één kilometer hoogte, zoals hier. Het is een luchtopname van de stromingsvormen in de geulen bij Het Verdronken Land van Saeftinghe: een uitgestrekt schorren- en slikkengebied in de Westerschelde.
Een foto met lange sluitertijd ver na zonsondergang bij de Manteling, Zeeland.
Hoe vind je de bijzondere locaties die je vastlegt?
Ik ben een echte Nederlandfan. Er is in Nederland zoveel meer te fotograferen dan men doorgaans denkt. Er wordt vaak zo standaard, zo eenzijdig, gefotografeerd. Veel fotografen hoppen als het ware van fastfoodrestaurant naar fastfoodrestaurant: je weet wat je er kunt halen en je komt allemaal met hetzelfde thuis. Juist dáár zit voor mij de uitdaging: ik wil er iets unieks en origineels van maken. Ik ben altijd op zoek naar fotogenieke plekken. Uiteraard ben ik vaak voor klussen op pad en ontdek ik zo locaties, maar ik heb er ook een zesde zintuig voor. In mijn auto ligt een Top Atlas (schaal 1:50.000) die compleet staat volgepend met kruisen en sterren die verwijzen naar prachtige plekken.
Is er een gebied of locatie met een speciale plek in je hart?
Momenteel werk ik aan een boek over de Oostvaardersplassen, dat eind dit jaar klaar zal zijn. Dit gebied laat duidelijk zien waar een klein land als Nederland groot in kan zijn. Een natuurgebied dat eigenlijk industriegebied had moeten zijn. Onverwachte, spontane natuur. Ik ben een echte fan! De Oostvaardersplassen zijn extreem dynamisch: in korte tijd kan er veel veranderen. De hoefdieren, wolken, vlinders, vogels ... prachtig!
De laatste zonnestralen branden aan de horizon en het natte strand kleurt paars onder deze lucht.
Hoe bereid jij je voor als je op pad gaat?
Vroeger ging ik nog wel eens op de bonnefooi op stap, maar tegenwoordig heb ik het te druk om het risico te lopen voor niets uit te rukken. Ik denk dus van tevoren exact de foto uit; het plaatje zit al in mijn hoofd. Ik weet welke locatie ik wil hebben en met welk licht. Dus ik weet ook precies wat ik nodig heb, en neem alleen dat mee. Niets meer en niets minder ... Ik zeg wel eens: fotograferen is net als een eitje bakken op de Mount Everest. Je bent lang bezig met de voorbereiding en de klim, maar wanneer je er eenmaal bent, is het een kwestie van seconden.
Hoe kom je aan al jouw natuurkennis?
Ik ben wetenschapper van oorsprong - in de ecologie en de natuurkunde, om precies te zijn - en ik heb ook les gegeven op universiteiten. Het komt dus uiteindelijk voort uit mijn studie.
De eerste zonnestralen verlichten een druppel in het hoge gras waar een weidebeekjuffer langzaam ontwaakt van een koude nacht.
Wat zijn jouw inspiratiebronnen?
Vroeger keek ik wel naar andere fotografen, nu niet meer. Ik haal mijn inspiratie uit muziek of mooie schilderijen. En door buiten te zijn, zonder camera. Wanneer je zonder camera op pad bent, ben je in staat om echt goed te kijken en bovenal: om te genieten. Dat is erg belangrijk.
Wat wil je absoluut nog doen in je carrière?
Onlangs ben ik voor het project Wild Wonders (zie kader) naar Servië geweest. Ik heb het gevoel dat ik hier echt iets heb kunnen betekenen. De mensen daar kwamen verwonderd naar me kijken. Zelden zien ze iemand in hun gebied met een camera, en zeker niet een fotograaf van National Geographic. Ze werden zich bewust van het feit dat ze in een prachtig natuurgebied leven. En dat als een fotograaf langskomt en geïnteresseerd is, andere mensen dit óók kunnen zijn. Ik wil erg graag ook andere natuurgebieden ‘ontdekken’. Waar maakt me niet zoveel uit. Het is mijn ultieme drijfveer om mensen te laten beseffen dat de natuur waarin ze leven schitterend en rijk is, en dat we die moeten koesteren en beschermen.
Meegetrokken rennende schotse hooglanderstieren op de Veluwe, een uur na zonsondergang.
Wat voor apparatuur gebruik je?
Het meeste is van Canon, maar ik heb ook spullen van Nikon en Pentax. Daarnaast schiet ik nog wel eens analoog, met een middenformaatcamera: vrij werk. Dat gebeurt nog maar een paar keer per jaar; de rest van de tijd ben ik druk bezig met opdrachten. Het is bijna therapeutisch om met een rolletje van negen opnamen op pad te gaan. Je moet heel erg bewust gaan schieten. Ik kan iedereen aanraden dat af en toe te doen. Maak niet te veel plaatjes, maar concentreer je op dat ene moment. Je gaat er veel beter van kijken.
Voor de kust van Britanië ben ik net op tijd om de laatste aalscholver te fotograferen die overspoeld dreigt te worden door een hoge golf bij opkomend tij.
Welke herinnering is je het meeste bijgebleven?
Ik ben een keer bijna verdronken. Dat was erg heftig, en een goed voorbeeld van hoe het níet moet. Ik was foto’s aan het maken voor mijn boek ‘Rijzende Rivier’. In het water was ik zo gefocust op het fotograferen dat ik de stroming van de rivier vergat. Ik werd meegetrokken en kon me nog net aan - letterlijk - één strohalm vastklampen. Het liep goed af, maar het heeft me erg bewust gemaakt van de risico’s. Ik zou mezelf nooit meer in zo’n situatie laten belanden. Het beroep van natuurfotograaf wordt dikwijls geromantiseerd. Mensen staan vaak niet stil bij de ontberingen die je moet doorstaan. Het is veelal een martelgang waarbij je moet bikkelen in extreme kou of hitte, met weinig slaap. Daar moet je wél tegen bestand zijn.
5 gouden tips van Ruben Smit
- • De mooiste foto’s liggen bij wijze van spreken op je deurmat. Je kunt overal mooie foto’s maken, ook al woon je vijfhoog achter. Zeker met een goede macrolens. Eind mei komt er een boek uit speciaal voor kinderen, om hen te leren dat ze overal om zich heen mooie plaatjes kunnen zien én vastleggen.
- • Probeer eerst goed te bedenken wát je wilt fotograferen voordat je de camera pakt. Als je het beeld al in je hoofd hebt, weet je exact wat je moet doen en wat je hiervoor nodig hebt.
- • Kijk niet te veel naar anderen, maar doe wat je zelf mooi vindt. Er heerst tegenwoordig een internetcultuur waarin een bepaalde standaard wordt gecreëerd; iedereen kijkt naar elkaar. Probeer vooral origineel te zijn: dat is wat ik mensen wil meegeven.
- • Speel met onscherpte. Een foto die technisch goed in elkaar zit en scherp is, is niet per definitie een goede foto. Vaak kan een bepaalde wazigheid en onscherpte zorgen voor creatiever beeld waar spanning in zit.
- • Fotografie is ook een manier om te genieten van het buiten zijn. Vergeet dit niet! Hoe meer je kunt genieten van de omgeving en hoe meer jij je zintuigen opent, des te beter je foto wordt.
Permalink

