Even voorstellen
Marcel Braam (50) is geboren in Nijmegen en woont er nog steeds. Maar wie denkt dat hij honkvast is, heeft het mis. Vrijwel ieder jaar vertrekt Marcel naar verre oorden. Zo heeft hij zijn hart verloren aan het Afrikaanse continent: ‘Volgend jaar hoop ik weer naar Afrika te reizen.’ Ook Zuid-Amerika is voor hem geen onbekend terrein. Als projectleider in spooronderhoud heeft hij het goed voor elkaar. Een afwisselende baan met een mooie beloning in de vorm van financiële én dagelijkse vrijheid. Marcel heeft twee lange relaties achter de rug, die beide kinderloos zijn gebleven.
‘Ik kijk eerst naar de vliegpatronen, en vervolgens ga ik pas foto’s maken.’
‘Reizen en fotograferen zijn dure hobby’s, maar ik hoef met niemand rekening te houden.’ Zijn kaki overhemd en dito broek verraden zijn reislust. Een groot horloge - ‘met hoogtemeter’ - neemt de laatste twijfel weg. Marcel Braam is een avonturier pur sang: ‘Ik heb geen TomTom. Ik kijk van tevoren op de kaart waar ik naartoe moet rijden, en daar ga ik heen. Het moet fout kunnen gaan ...’ In tegenstelling tot improvisatietalent is ‘travelling light’ Marcel echter vreemd. Een 500 mm F 4 van Canon is het topstuk uit zijn fotografie-uitrusting, en die móet mee. Marcel richt dit kanon meestal omhoog, op de vogels.
‘Dit was de laatste stop in IJsland op de terugweg naar huis. Ik had enorm geluk met deze grutto.’
Reis je al je hele leven met dit soort lenzen?
Nee, zeker niet. Vroeger nam ik op reis alleen mijn Konica Minolta mee. Niet eens zozeer om heel bewust te fotograferen. Eerder om te registreren waar ik was geweest en wat ik had gezien. In 1984 ging ik van mijn eerste salaris naar Kenia. Die camera heb ik toen op reis meegenomen. Pas in 2007 heb ik hem weggedaan.
Wanneer begon je ‘echt’ met fotografie?
Dat was eind 2003. Een relatie die vijftien jaar had geduurd, was ineens afgelopen. Ik keek beteuterd om me heen. Wat was mij nu opeens overkomen? Mijn ex, met wie ik nog steeds goed contact heb, zei tegen me: ‘Je moet iets gaan doen. Een hobby nemen.’ Dat werd fotografie. Een vriend waarmee ik altijd fitness, werkte in een fotozaak. Ik ben met hem meegegaan om me te laten adviseren. Het werd een Canon, een EOS 20D om precies te zijn. Ik kocht er direct een mooie lens bij. Ik ging er zogezegd voor.
‘Deze goudplevier op een rots heb ik moeten besluipen. Gelukkig bleef de vogel rustig zitten.’
Wat fotografeerde je in eerste instantie?
Landschappen. Dat leek me makkelijk: ik woon niet voor niets aan de rand van de Waal. Dat ‘makkelijk’ viel vies tegen, maar het is wel een lekker onderwerp om mee te beginnen. Een landschap rent niet weg, en bovendien ben je lekker buiten in de natuur. Daar houd ik van. Daarna ging ik ook meer dieren fotograferen.
Je hoeft met niemand rekening te houden ... Als vrijgezel zonder kinderen ..?
Klopt. Ik heb twee lange relaties gehad. De laatste is afgelopen oktober geëindigd. Wat betreft mijn karakter past het wel, want ik ben een einzelgänger. Ik houd van mensen, maar ik vind het ook erg prettig om alleen te zijn. Zo blijf ik mijn eigen pad bewandelen. Ik wil ook geen kinderen. Daar heb ik bewust voor gekozen.
‘Het IJslandse landschap is heel verleidelijk om te fotograferen.’
Ben je ook fotografisch een einzelgänger?
Dat zou je wel kunnen zeggen, ja. Ik doe een fotocursus bij Geurt Besselink. Met een groep cursisten zijn we al een keer naar Noorwegen en IJsland gereisd. Prachtige bestemmingen om te fotograferen, en het is erg leuk om met een groep gelijkgestemden te reizen. Na tien dagen ben ik echter gebroken. Vroeg op, de hele dag in touw en veel mensen om je heen ... Dan vind ik het heerlijk om thuis te komen en alleen te zijn.
(Na een korte stilte) Ik ben me aan het voorbereiden op een nieuwe reis naar Afrika. Zonder gids, met vier mensen: dan hebben we een volle jeep. Ik wil niet áltijd alleen zijn.
‘De tegenovergestelde beweging van beide vogels boeit me mateloos.’
Maar van Afrika kun je geen genoeg krijgen?
Ik was net 23 en zou ontwikkelingshulp gaan doen op dit continent: waterputten slaan. Ik was van top tot teen getest en klaar om te vertrekken. Ik heb het niet gedaan: ik werd angstig om daar alleen te zijn. Ik heb er nog spijt van ... Jaren later ben ik naar Kenia gegaan. Toen ben ik echt van dit werelddeel gaan houden.
Iets anders. Hoe belandden de vogels op het menu?
Ik wilde heel graag de zeearend kieken. Net boven Berlijn is een plek waar ze veel verblijven. Ik ben erheen gereden. Het lukte niet; ik heb ze alleen van verre gezien. Maar het complete plaatje was heerlijk. Met een fiets het park in, fototas op mijn rug. Spullen uitstallen, wachten. Die rust, midden in de natuur, is heerlijk. Ik heb ervan genoten. Ik ben nog een keer teruggegaan voor de zeearend. Overigens wederom zonder groot fotografisch succes.
‘De ochtendzon is prachtig. Maar voordat ik deze plaat te pakken had, heb ik veel opnamen moeten maken.’
Hoe ga je te werk?
Soms rijd ik naar de Friese meren. Dan lijkt het simpel. Op een tactische plek parkeren. Daar gaat het raampje van de auto open en leg ik de ‘beanbag’ over de rand van het portier. Dan begint het wachten ... Maar dat is pas het begin. Vogels bewegen zo snel, dat je met hoge ISO-waarden moet werken, puur voor sluitertijden die kort genoeg zijn. En ‘lucht’ als achtergrond geeft niet altijd veel diepte. Dus hoe zorg je ervoor dat er een dynamisch beeld ontstaat? Dat vergt veel oefening. Werken met verschillende diafragma’s, maar ook experimenteren met je compositie.
Krijg je niet veel dezelfde foto’s?
Je kunt als fotograaf heel erg variëren als je de dieren goed observeert. Ik heb bijvoorbeeld een serie gemaakt over de zwarte stern. Ik kijk dan eerst rustig in welke patronen ze vliegen. Daarna ga ik pas over tot fotograferen. En er komt ook veel geluk bij kijken. Veel foto’s schieten is bij dit soort dieren natuurlijk een must. Je moet ook rekening houden met het weer. Een zonnige dag is niet goed voor het contrast. Zo’n dag kun je dus beter mijden.
Ik heb de neiging om nogal hard op de ontspanknop te drukken. Wanneer ik landschappen fotografeer, werk ik daarom vaak met een statief en draadontspanner. Een hoekzoeker mag evenmin ontbreken in de collectie.
‘Het is een valk gelukt om een prooi te vangen. Op de paal rust de gevleugelde jager uit.’
Weet je alles van de vogels die je fotografeert?
Ik ben in Peru geweest. Daar vliegt de condor prachtig in de thermiek. Dat weet ik toevallig. Via Google kwam ik op het spoor van de zeearend, ten noorden van Berlijn. Dat is mijn manier van onderzoek doen. Dus ik weet zeker niet alles van de vogels die ik fotografeer. Op locatie kijk ik rustig naar de dieren die ik ga fotograferen, om te begrijpen hoe ze vliegen en zich voortbewegen. Pas achter de computer, tijdens het bewerken, pak ik er vaak een vogelboek bij om te kijken welke soorten het precies zijn.
Met twee supersnelle camera’s schiet je massa’s foto’s. Hoe selecteer je daaruit?
De eerste selectie gaat vrij rap. Dat doe ik gewoon met de eigen software van Canon. Daarbij let ik op scherpte, kleur en dynamiek. Daarna stap ik over op Lightroom. Daar wil nog wel eens een foto afvallen. Met Photoshop kan ik nog wat extra nabewerken, maar dat valt altijd wel mee.
‘Herfst met een lange sluitertijd.’
Ik kan me voorstellen dat je veel moet croppen ...
Met de grote bestanden die je tegenwoordig schiet, maakt dat niet zo heel veel uit. En met het bijknippen loopt het doorgaans wel los, aangezien ik vaak met mijn 500 mm op pad ben.
Een 500 mm F 4 van Canon. Dat zijn meerdere ribben uit je lijf ...
(Met een brede grijns) Dat klopt. Ik ben er altijd voluit voor gegaan. Ik kocht al vrij snel een Sigma 300 mm F 2,8. Die kostte toen geloof ik meer dan 2000 euro, maar ik wilde gewoon het beste. Toen ik 300 mm te kort vond, verkocht ik de Sigma en stapte ik over op de 500 mm. Als vrijgezel hoef je zulke uitgaven niet te verantwoorden. (Lachend) Al deed ik dat eerlijk gezegd ook al niet toen ik nog een relatie had ...
‘Dit was erg kicken. Er zaten honderden noordse sternen te wachten op een mooi portret. Gelukkig was het niet zonnig.’
Heb je met zo’n uitrusting geen professionele ambities?
Nee, eigenlijk niet. Wanneer ikzelf en anderen van mijn foto’s kunnen genieten, is dat voor mij voldoende!
De fototas van Marcel
Omdat Marcel veel vliegreizen maakt, vervoert hij al zijn spullen in één tas. Wat sjouwt hij allemaal mee? Dat blijkt niet misselijk ...
- • body Canon EOS 1D Mark III
- • body Canon EOS 5D Mark II
- • Canon 17-40 mm F 2,8
- • Canon 70-200 mm F 2,8
- • Canon 500 mm F 4
- • 1,4x teleconverter
- • 2x teleconverter
- • 2x 16 GB CompactFlash-kaarten
- • 140 GB imagetank
- • hoekzoeker
- • draadontspanner
- • Gitzo-statief, inclusief twee verschillende koppen

