Meld je gratis aan
Expertcursus: Fotosafari's

24 maart 2010, 16:02

Terwijl de zon langzaam boven de acaciabomen klimt en de schapenwolken in een helderroze gloed hult, lijken de olifanten bij de drinkpoel een gouden contour te krijgen. De stofwolken die ze opwerpen, leggen een bijna mystiek filter over het tafereel. Momenten als dit maken wildlifefotografie zo onbeschrijfelijk mooi ... en zo ontzettend verslavend.

Natuurlijk is de natuur in Nederland prachtig. Ook wij hebben adembenemende zonsopkomsten en zonsondergangen, grote grazers en een rijk vogelbestand. Maar vroeg of laat wil je als natuurfotograaf toch voor de verandering eens zeearenden in Polen, grizzlyberen in Canada, tijgers in India of leeuwen in Afrika voor je lens. Staat zo'n fototrip hoog op je verlanglijst? Lees dan verder!

Welke lenzen neem je mee?

De eerste vraag die iedereen stelt, is welk materiaal je nodig hebt. Het antwoord is: dat verschilt per situatie. Waar je in Nederland vaak bent aangewezen op kijkhutten of schuiltenten om dicht bij het wild te komen, zijn dieren in buitenlandse wildparken meestal beter benaderbaar. Enerzijds doordat ze aan mensen gewend zijn geraakt; anderzijds omdat er simpelweg veel meer wild aanwezig is dan in het dichtbevolkte Nederland.
Toch geldt ook hier het aloude adagium 'hoe langer, hoe beter'. Voor vogels is een lens van 500 mm of meer eigenlijk onmisbaar, terwijl je voor (grotere) zoogdieren minimaal een 300 mm paraat moet hebben. Lichtsterke vaste brandpunten ('primes') zijn prettig, omdat je vaak in lichtarme situaties met actieve onderwerpen werkt. Bovendien zijn vaste brandpunten vaak goed te combineren met teleconverters, waardoor je met één lens toch meerdere brandpuntsafstanden tot je beschikking hebt.
Lichtsterke vaste brandpunten hebben ook nadelen: ze zijn duur, groot en zwaar. Dat maakt het lastiger om ze als handbagage langs de douane te krijgen en ze in je mobiele schuilhut, de auto, te gebruiken. Zoomlenzen zijn vaak minder lichtsterk en geven wat kwaliteitsverlies, maar ze bieden door hun variabele brandpuntsafstand meer flexibiliteit. De Nikon 80-400 mm VR en de Canon 100-400 mm L IS zijn door hun grote bereik - zeker op camera's met een aps-formaat sensor - ideale safarilenzen. Ze beschikken over beeldstabilisatie en zijn minder lomp en zwaar dan een vaste 400 mm F 2,8 of 500 mm F 4. Of je vaste brandpunten of zoomlenzen kiest, is persoonlijk. In ieder geval kun je met een lange telelens (300 tot 600 mm), een middellange telelens (70 tot 300 mm) plus een groothoek (17-50 mm) vrijwel elke situatie aan.

En welke camera?

Professionele en semiprofessionele camera's met een snelle en nauwkeurige autofocus, stevige metalen body, hoge burstrate, afdichtingen tegen stof en spatwater, ruisarme hogere ISO-standen en zuinige accu's zijn een grote pre. Zeker op safari's waarbij je je per auto verplaatst over hobbelige en stoffige zandwegen, zal je materiaal stoten, extreme hitte, stof en zweet te verduren krijgen. Goedkopere camera's en lenzen lopen dan sneller het risico te bezwijken.
Neem als je de mogelijkheid hebt altijd een reservebody mee. Bij een cameracrash in de bush is er immers geen reparateur in de buurt. Het is eeuwig zonde om tijdens je dure fotosafari werkeloos te moeten toekijken omdat je camera kapot is. Bijkomend voordeel van een tweede body is dat je deze kunt voorzien van een groothoeklens of korte tele, zodat je minder vaak lenzen hoeft te verwisselen en altijd paraat bent voor actie dichtbij.

Goede ondersteuning

Stabiele ondersteuning is cruciaal voor scherpe foto's met lange telelenzen. Lenzen of camera's met beeldstabilisatie zijn hun gewicht in goud letterlijk waard ... óók als je vanaf statief of rijstzak fotografeert. Vergeet niet dat actie in de natuur altijd onverwacht, kort en hevig is. Trillingsonscherpte ligt altijd op de loer. Oefen daarom thuis alvast uitgebreid met dit soort actiesituaties. Niet in de dierentuin, waar de dieren apathisch in kleine hokken staan, maar in het veld met schuw wild zoals reeën, vossen of buizerds. Neem je camera ook eens mee naar een sportwedstrijd met snelle actie of weinig licht, om je creativiteit onder moeilijke omstandigheden te trainen.
Werk je vanuit de auto of een schuilhut? Dan is je statief nutteloos. Ga van tevoren na vanaf wat voor plekken je tijdens je reis gaat fotograferen om de beste ondersteuning te kunnen kiezen. Neem in ieder geval altijd een rijstzak mee. Met name een 'broekmodel' werkt goed in combinatie met lange telelenzen. Je kunt de zak leeg meenemen en ter plekke vullen. Een eenbeenstatief kan uitkomst bieden in safaribusjes en tijdens wandelsafari's, maar biedt uiteraard minder stabiliteit dan een driepoot of rijstzak. Ook hier geldt: vooraf oefenen. Tip: adem uit terwijl je de ontspanknop indrukt, dan tril je het minst.

Ken je voertuig

Met het oog op de veiligheid mag je op veel wildlifelocaties niet 'buiten' fotograferen, maar ben je veroordeeld tot een voertuig of schuilhut. Je zit meestal met meerdere mensen in een krappe ruimte en kunt niet zelf je standpunt bepalen of even dichterbij gaan staan. Goede voorkennis van die situatie kan je succeskans enorm verbeteren. Zo gebruikt men in oostelijk Afrika meestal safaribusjes met een opklapbaar dak. In dat geval is een rijstzak de beste optie. Soms kunnen ook de zijraampjes open, zodat je een wat lager standpunt krijgt. In zuidelijk Afrika daarentegen fotografeer je vanuit je eigen auto (rijstzak of raamstatief) of een open terreinwagen zonder ramen (eenbeenstatief). In waterrijke gebieden, zoals de Donaudelta, de Everglades of het Amazonebekken, verplaats je je per boot. Ook hier is een eenbeenstatief de beste keus.
Goed om te weten: 'overlandtrucks' zijn oergezellig en relatief goedkoop, maar ongeschikt voor serieuze fotografen. Je medereizigers willen meestal zoveel mogelijk zien, en niet telkens even wachten op de fotograaf. Bovendien levert het hoge standpunt weinig flatteuze beelden op. Zelf rijden is een goede (en dure) optie, maar veel landen en parken staan dit niet toe, zodat je verplicht bent een lokale chauffeur mee te nemen. 'Selfdrives' zijn bovendien inspannend omdat je alles zelf moet regelen. Al met al is een goede gids annex chauffeur plus een kleine groep medefotografen de beste keus. Je hoeft je geen zorgen te maken over rijden, tanken en wild zoeken, maar kunt je volledig concentreren op het fotograferen.

Voorbereidingen

Zonder goede voorbereiding geen succesvolle fotosafari. Hoe intensiever, hoe beter! Je begint met een uitgebreid vooronderzoek op internet. Wat is het beste jaargetijde om dieren te fotograferen? Welke apparatuur gebruiken anderen? Hoeveel uur per dag ben je kwijt aan reizen? Waar zijn de drukst bezochte drinkpoelen, hoe laat gaat de zon op, en hoe laat arriveer je op een bepaalde bestemming? Wat is de politieke situatie? Hoe goed is je gids? Kortom: lees je maandenlang helemaal suf en maak een doortimmerd plan voor elke dag en locatie. Stem je materiaalkeuze af op je reis en stel een checklist op die je elke dag routineus afvinkt: camera-instellingen, frontlens en filters controleren, accu's laden, kaarten leegtrekken en foto's opslaan, materiaal schoonmaken ... Van dag tot dag weten waar de zon opkomt in Afrika klinkt misschien wat militaristisch, maar levert gegarandeerd betere foto's op!
Ook kennis van de natuur betaalt zich dubbel en dwars terug. Zoek je leeuwen? Zorg dan dat je de alarmkreet van een impala of neushoornvogel herkent. Zie je een kudde herbivoren aandachtig in een bepaalde richting kijken? Blijf dan even wachten, want waarschijnlijk nadert er een roofdier. Wil je een zeearend fotograferen? Let op massaal opvliegende ganzen ... Kortom: heb oog en oor voor je omgeving, en verslind natuurboeken en -documentaires tot je erbij neervalt! Aanbevolen literatuur: 'Digital Safari Photography' van Hans Martens, 'Essential Wildlife Photography' van Richard Dutoit en 'Success with Wildlife Photography' van Steve en Ann Toon.

Licht

Op veel wildlifebestemmingen fotografeer je vroeg in de ochtend of laat op de middag. Dan is het licht het mooist en zijn de contrasten het laagst. Probeer niet al je onderwerpen met frontaal licht te schieten: dat oogt al snel vlak en egaal. Experimenteer zeker bij portretten ook eens met zijlicht voor karakteristieke schaduwen. Bovendien krijgen de fraaie patronen in vacht, veren, huid en schubben zo extra kracht. Met de zon (schuin) achter je onderwerp zet je het in een prachtige gouden aura, die vooral de manen van leeuwen en de vacht van bavianen optimaal doet uitkomen.

Tien gouden tips

01 Houd je camera altijd stand-by. Veel dieren geven je maar een paar seconden om dé foto te maken.
02 Stel je camera vooraf in. Met alle focuspunten geselecteerd, continu AF, diafragmavoorkeuze en ISO 400 ben je altijd klaar voor actie.
03 Sta vroeg op. In warme landen zijn dieren 's ochtends vroeg en 's avonds laat het meest actief. Bovendien is het licht dan op z'n mooist.
04 Kies een zo laag mogelijk standpunt en fotografeer op ooghoogte met je onderwerp. Vanuit een auto of busje kan dit lastig zijn. Huur dus indien mogelijk liever een Golfje dan een grote terreinwagen.
05 Varieer. Een reportage met alleen maar dierenportretten en close-ups verveelt snel. Leg af en toe je langste telelens weg en fotografeer de dieren in hun leefomgeving met je groothoek.
06 Zorg dat je je camera op de 'automatische piloot' kunt bedienen zonder je oog van de zoeker te halen. Bij plotselinge actie maakt dit het verschil tussen een gemiste kans en een wereldplaat.
07 Schiet doelgericht. Ga nooit zomaar op pad, maar stel jezelf vooraf doelen. Welk dier wil je fotograferen? Bij welk licht? Op welke plek? Leg de lat gerust hoog. Dat werkt uitdagend en geeft structuur aan je shoot.
08 Bevries niet al je onderwerpen met een korte sluitertijd, maar experimenteer ook met beweging in je beelden. Trek de camera mee met actieve dieren of kies bewust een langere sluitertijd. Dit werkt vooral goed met kleurige vogels of dieren met een vachtpatroon, zoals zebra's en jachtluipaarden.
09 Ga op zoek naar thema's. Overal in de natuur zie je prachtige patronen: de stippen van een luipaard, de strepen van een tijger, de waterdruppels op de veren van een pinguïn ... Zoek deze op en leg ze vast.
10 Wees perfectionistisch. Neem niet te snel genoegen met aardige plaatjes. Alleen zo krijg je topfoto's.

Laat je onderwerp spreken

Dieren doen het grootste deel van de dag weinig fotogenieks. Ze slapen, hangen of keren je ongegeneerd hun achterste toe. Raak hier niet door gefrustreerd, maar wacht rustig tot er iets gebeurt. Zoek in de tussentijd naar andere fotografische mogelijkheden: kleine dieren die wél actief zijn, het zonlicht door het bladerdek, reflecties in het water of patronen in het gras. Experimenteer veel met scherptediepte, want je diafragmakeuze is essentieel voor een aansprekende foto. Schiet portretten bij voorkeur met een groot diafragma (laag F-getal), zodat het dier scherp tegen een wazige achtergrond afsteekt. Wil je een dier in zijn natuurlijke omgeving laten zien, gebruik dan een kleiner diafragma voor een groter scherptegebied.

Gegevensopslag

Veel fotograferen betekent veel grote beeldbestanden. Hoe sla je die op? Geheugenkaartjes zijn het veiligst, maar ze zitten snel vol en kunnen zoekraken. De harde schijf van een laptop is een optie, maar die is weer niet gebouwd op ruwe omstandigheden en gebruikt veel stroom. Op afgelegen locaties waar alleen een dieselaggregaat staat, kan dat problematisch zijn. Dvd-branders hebben dezelfde achilleshiel en werken vaak omslachtig.
De meeste fotografen gebruiken een losse harde schijf of imagetank met een lcd-schermpje en snelle kaartlezer. Zo schrijf je je foto's snel weg, kun je controleren of ze goed zijn opgeslagen en verbruik je minder stroom. Tip: laad al je accu's op wanneer je de kans hebt, ook al zitten ze nog halfvol.

Apparatuurtips

Vanwege het vele stof, zand of vocht is het dagelijks schoonmaken van je materiaal meestal een must. Neem een harde en een zachte verfkwast mee om de buitenzijde van je camera en lenzen af te stoffen plus een sensorschoonmaakset voor noodgevallen. Een Arctic Butterfly past in elke rugzak en biedt in de meeste gevallen soelaas. 'Natte' reinigingssets zoals Sensor Swabs zijn vaak niet noodzakelijk.
Voorkomen is beter dan genezen. Neem twee body's mee en wissel zo weinig mogelijk van lens. Als het niet anders kan, doe het dan zo snel mogelijk en oefen thuis tot je het kunstje optimaal beheerst. Wissel altijd met de bajonetopening van de camera naar beneden, met je rug in de wind, en zet je camera uit. Wisselen in plastic zakken verergert vaak het stofprobleem, aangezien plastic statisch wordt en dus juist stof aantrekt.
Vlak voor je reis nog snel even een nieuwe lens of camera kopen? Niet doen! Oefen geruime tijd van tevoren intensief met je materiaal in situaties waarin je gaat fotograferen. Zorg dat je je camera kunt bedienen zonder je oog van de zoeker te halen. Ook het leren werken met lange telelenzen in de beperkte ruimte van een auto of schuilhut vergt tijd. Gun jezelf die tijd als je het beste uit je reis en je materiaal wilt halen!
Neem ál je onmisbare fotomateriaal zoals camera's, lenzen, geheugenopslag en acculaders mee als handbagage. Zonder deze basisapparatuur is je fotoreis immers mislukt. Statieven gaan altijd in het ruim. Luchtvaartmaatschappijen hanteren uiteenlopende regels voor afmetingen en gewicht van handbagage. Ga vooraf na waar je aan toe bent om nare verrassingen te voorkomen. Check zo vroeg mogelijk in, zodat je je spullen veilig in de bagagevakken kunt opbergen. Reis je over slechte wegen? Zet je cameratas dan nooit op de vloer van een bus of auto, en zorg dat er voldoende schokabsorberend schuimmateriaal in je tas zit. Leg lenzen nooit los op een autostoel als je gaat rijden. Wikkel desnoods handdoeken of je slaapzak om je materiaal. Dit vangt bij schokken tenminste een deel van de klap op en houdt stof tegen.

Couleur locale

Vaak gaat een rijke fauna gepaard met een arme bevolking. Het kan gebeuren dat peperdure cameraspullen worden gestolen. Zorg altijd dat je een complete, Engelstalige lijst met al je camera-apparatuur bij je hebt (inclusief nieuwprijs, aankoopdatum, omschrijving en serienummer). Bij diefstal heb je zo direct alle gegevens paraat om aangifte te doen bij de lokale politie. Ook voor de douane en de verzekeringsmaatschappij (waarover elders in dit nummer meer) is zo'n lijst prettig.
In Afrika kan het vriezen en in Finland kun je worden opgevreten door muggen. Neem geschikte kleding mee, want een verkleumde of lekgeprikte fotograaf presteert nooit optimaal. Laat je voorlichten bij een outdoorwinkel of zoek tips op internet. Camouflagekleding staat stoer, maar veel dieren zijn kleurenblind en buitenlandse douaniers en politieagenten zijn dikwijls allergisch voor militair ogende outfits. Met onopvallende aardetinten speel je op safe.

De beste wildlifelocaties per onderwerp

Groot wild: Kenia, Tanzania, Zuid-Afrika, Botswana, Zambia, Namibië, India, VS, Canada
Zeewild: Galapagos, Zuid-Afrika, Australië (walvissen en witte haaien)
Vogels: Amazonewoud, Gambia, Lesbos, Kenia, Donaudelta, Lapland, Polen
Zeevogels: IJsland, Britse eilanden en kustlijn

Tot slot: relax!

Het woord 'gamedrive' is slecht gekozen. De meest succesvolle wildlifefotografen crossen namelijk niet rond op zoek naar actie, maar liggen geduldig op de loer in een 'hinderlaag'. Veel beesten zijn opmerkelijk punctuele gewoontedieren met een vaste agenda. Check dus van tevoren het waarnemingslogboek van je lodge, praat met andere fotografen en wacht vervolgens op de goede plek met een kop koffie op wat komt!

Reacties (1)

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn

 
manual op 15 mei 2010 om 19:50

vermelding van de fotografen van de foto's is niet altijd aanwezig. Ik ben wel nieuwsgierig naar degenen die ik niet ken.