Meld je gratis aan
Workshop: sneltoetsen in Photoshop

25 maart 2010, 15:34

Sneltoetsen of 'shortcuts' geven je productiviteit een enorme boost. In plaats van voortdurend te zoeken in allerlei functies, druk je twee of drie toetsen in en je bent klaar. Het is misschien even wennen, maar zodra je sneltoetsen eenmaal in de vingers hebt, vraag je je af hoe je ooit zonder kon.

TIP 1 - ORDE OP ZAKEN

'Listen very carefully, I shall say this only once ...' Mac-gebruikers moeten 'Ctrl-toets' vertalen door 'Cmd-toets'. Alle schermafbeeldingen zijn afkomstig uit Photoshop CS4 voor Windows, maar ze werken (op één uitzondering na) ook in CS3. Bij elke nieuwe versie lijkt het aantal paletten te groeien. Door op de Tab-toets te drukken, haal je de optiebalk bovenaan, de gereedschapsbalk en alle paletten weg. Druk opnieuw en ze zijn weer terug. Om uitsluitend de paletten te verbergen, gebruik je Shift en Tab.
Om deze paletten snel tijdelijk te verbergen, gebruik je Shift en Tab.
Foto: Robert Alderliefste

TIP 2 - NEUTRAAL DECOR

Is je bureaubladachtergrond een tropische strandfoto, die je reikhalzend laat uitkijken naar de volgende vakantie? Digitaal behang is funest voor een neutrale kleurweergave. De felle kleuren beïnvloeden immers het oog. Daarom kun je in Photoshop de schermweergave wijzigen van Standaardscherm naar Volledig scherm met menubalk of Volledig scherm met zwarte achtergrond. Je schakelt door deze modi met de F-toets. Via Ctrl en K roep je de Voorkeuren op. Bij Interface kun je de achtergrondkleur van iedere weergavemodus aanpassen.
Je kunt de achtergrondkleur van de modus Standaardscherm op zwart instellen.

TIP 3 - GEREEDSCHAPPEN

Als je met de muisaanwijzer over de gereedschappen gaat, zie je de lettertoets die je moet indrukken om een bepaalde tool te selecteren. Deze letters zijn gebaseerd op de Engelse benamingen. Het Selectiekader kies je bijvoorbeeld met de M van 'Marquee Tool', het gereedschap Uitsnijden met de C van 'Crop', het Penseel met de B van 'Brush' ... Sommige tools kennen varianten, zoals het Penseel dat bij het Potlood hoort. Door de Shift-toets te combineren met de letter van de basistool, bereik je de variant.
Leer de letters van de meest gebruikte tools uit je hoofd.

TIP 4 - SHORTCUTS

Zodra je de letters van de tools kent, kun je (vanaf CS4) gebruikmaken van wat Adobe 'Springloaded Tool Shortcuts' noemt. Hiermee spring je tijdelijk van tool naar tool. Stel dat je via de B-toets aan het werken bent met het Penseel, en je wilt snel iets met het Gummetje corrigeren. In dat geval druk je op de E-toets ('Eraser') en houd je die toets ingedrukt terwijl je gumt. Wanneer je de E-toets loslaat, keer je automatisch terug naar het Penseel.
Terwijl je een selectie vasthoudt met het Selectiekader, druk je de O-toets in voor de Spons.
Foto: Annelies

TIP 5 - ZOOMEN

Je kunt op verschillende manieren in- en uitzoomen. Met Ctrl en + zoom je in; met Ctrl en - uit. Met de Alt-toets ingedrukt kun je in- en uitzoomen met het muiswieltje. Wanneer je met het Vergrootglas plus de rechtermuisknop ergens in de afbeelding klikt, verschijnt een contextueel menu (met de Alt-toets ingedrukt zoom je uit). Je hebt drie opties: In venster, Werkelijke pixels en Afdrukgrootte. Met In venster past de hele afbeelding in het venster. Bij Werkelijke pixels komt één afbeeldingspixel overeen met één schermpixel.
De optie Werkelijke pixels is ideaal om de scherpte te beoordelen.
Foto: Allard Timmermans

TIP 6 - HEEN EN WEER

Om vlug over te schakelen naar Werkelijke pixels (100%), kun je simpelweg in de gereedschapsbalk dubbelklikken op het Vergrootglas, of je gebruikt de toetsencombinatie Ctrl, Alt en 0 (nul). Als je heel ver hebt ingezoomd, kun je terug naar de venstervullende weergave door op het Handje te dubbelklikken of Ctrl en 0 (nul) te gebruiken. Om een ander stukje van de ingezoomde afbeelding te bekijken, druk je de spatiebalk in en versleep je het weergavegebied.
Dubbelklik op deze tools voor een venstervullende weergave of de Werkelijke pixels.
Foto: Allard Timmermans

TIP 7 - HERSTELFUNCTIE

Photoshop-gebruikers doen vaak een beroep op functies waarbij ze verschillende parameters instellen. Denk onder meer aan Niveaus, Curven en Kleurtoon/verzadiging. In zo'n regelvenster bouw je stapsgewijs de aanpassing op. Gaat het mis, dan klik je op Annuleren voor een frisse start. Het is echter handiger om de Alt-toets in te drukken, zodat de knop Annuleren verandert in Herstellen. Hiermee keer je in het regelvenster terug naar de basisinstellingen, zonder dat je de functie opnieuw hoeft te openen.
Dankzij de knop Herstellen hoef je de functie niet opnieuw te openen.
Foto: Johan S

TIP 8 - CURVEN

Met Ctrl en M roep je de Curven op, waarmee je de helderheid per kanaal niet-lineair regelt. Als je klaar bent en deze functie opnieuw opent, springen alle parameters terug in de neutrale stand. Gebruik je echter de toetsencombinatie Ctrl, Alt en M, dan roep je jouw eerdere instellingen op. Pas wel op dat je één en dezelfde afbeelding niet tweemaal dezelfde bewerking laat ondergaan! Maar dit trucje kan handig zijn om een specifieke Curveninstelling op een andere foto los te laten.
Met Ctrl, Alt en M pas je de vorige Curveninstelling opnieuw toe.
Foto: Johan S

TIP 9 - LAAGNAMEN

Om een laag te dupliceren, gebruik je Ctrl en J. Een bekend verhaal voor de meeste Photoshoppers. Vaak moet die nieuwe laag het echter zonder een betekenisvolle naam doen, terwijl dit toch veel overzichtelijker werkt. Gebruik daarom liever de toetsencombinatie Ctrl, Alt en J. Daarmee roep je een dialoogvenstertje op, waarin je de gedupliceerde laag een nieuwe naam kunt geven voordat deze laag in het palet Lagen opduikt.
Met Ctrl, Alt en J dwing je jezelf om iedere gedupliceerde laag een naam te geven.
Foto: Hans Sietsma

TIP 10 - OVERVLOEIMODI

Als je met verschillende lagen werkt, kun je prachtige en subtiele effecten bereiken door in het palet Lagen de Overvloeimodus van een laag te veranderen. Met Alt, Shift en + respectievelijk Alt, Shift en - ¬navigeer je in sneltreinvaart door alle modi heen en zie je meteen een voorbeeld. Zodoende hebben de verschillende overvloeimodi geen verrassingen meer. Natuurlijk kun je het effect van zo'n overvloeimodus nog bijregelen door de Dekking te verlagen.
Laat je inspireren door de verschillende overvloeimodi.

TIP 11 - PRECISIECURSOR

De vorm van de cursor geeft de penseelbreedte aan waarmee je werkt. Dat is handig. Photoshop bevat een aantal standaardcursors. Die muisaanwijzer verandert overigens van vorm op het moment dat je de Caps Lock-toets indrukt. De aanwijzer wordt dan een dradenkruis, dat veel nauwkeuriger werkt maar waarbij je helaas de penseelbreedte niet kunt zien. Geen nood: de combinatie Ctrl en K brengt je bij de Voorkeuren, waar je de cursors kunt wijzigen en een dradenkruis mét penseelbreedte kunt inschakelen.
Met Caps Lock schakel je tussen de gewone en de precisiecursor.

TIP 12 - PENSEELBREEDTE

Het Penseel is een van de meest populaire tools in Photoshop. Je gebruikt het om perfecte maskers te schilderen en om correcties aan te brengen. Tijdens het werken met het Kloonstempel of het Gummetje moet je de penseelbreedte precies instellen. Wist je dat je daarvoor de vierkante haakjes op je toetsenbord kunt gebruiken? Druk op Shift en [ of Shift en ] om de hardheid van het penseel te verlagen respectievelijk te verhogen.
Bovenaan de harde penselen, onderaan de zachte.

TIP 13 - TAALTOETS

Belgische lezers zitten nu waarschijnlijk vertwijfeld met de handen in het haar. Hun azertyklavier heeft helemaal geen vierkante haakjes ... Gelukkig kun je in Photoshop de sneltoetsen aanpassen. Ga naar het menu Bewerken, Sneltoetsen. In het dialoogvenster kies je voor Sneltoetsen van de gereedschappen. Onderaan vind je de sneltoetsen voor 'Penseel verkleinen' en 'Penseel vergroten'. Hier kunnen onze Belgische lezers dus een andere sneltoets opgeven.
Op een azertyklavier kun je zelf een alternatief voor de vierkante haakjes verzinnen.

TIP 14 - DEKKING

Ook de Dekking van het penseel laat zich in tien stapjes aanpassen. Wanneer je het Penseel hebt geselecteerd, druk je op de cijfertoets 1 om een Dekking van 10% te verkrijgen, op 2 voor 20%, en ga zo maar door. Is er een ander gereedschap actief, dan kun je met de cijfertoetsen op dezelfde manier de Dekking van de actieve laag wijzigen. Dat lukt overigens alleen met niet-beveiligde lagen (de achtergrondlaag is bijvoorbeeld een beveiligde laag).
De rechterhelft, die op een andere laag staat, kreeg slechts een Dekking van 50%.
Foto: Peter Goudriaan

TIP 15 - MUISWIELTJE

Als je heel sterk hebt ingezoomd, kan het gebeuren dat je de inhoud van het werkvlak naar links of rechts wilt schuiven. Het doet misschien een beetje onnatuurlijk aan, maar dit lukt perfect met het muiswieltje. Hou de Ctrl-toets ingedrukt terwijl je het wieltje gebruikt. Hierdoor zal het beeld langzaam naar links of naar rechts verschuiven. De Alt-toets in combinatie met het wieltje is de ideale methode om geleidelijk in en uit te zoomen.
Met het muiswieltje kun je het beeld ook horizontaal verschuiven.
Foto: Jorima

TIP 16 - SNELPIPET

Stel dat je met een zacht penseel de kleuren van een afbeelding bijwerkt. Plotseling heb je de kleur nodig van een bepaalde zone in de afbeelding. Je kunt het Penseel met behulp van de Alt-toets omtoveren tot het Pipet om zo een kleur uit de afbeelding 'op te zuigen'. Deze tint wordt dan de nieuwe voorgrondkleur.
Met het Pipet selecteer je het geel uit de broek voor de tekst.
Foto: Jozef 13

TIP 17 - VULLEN MET KLEUR

Om een selectie met de voorgrondkleur te vullen, gebruik je Alt en Delete (Backspace). Ctrl en Delete (Backspace) vult de selectie of de laag met de achtergrondkleur. Wanneer er transparante delen op een laag staan, vul je de niet-transparante zone met de voorgrondkleur via de combinatie Alt, Shift en Delete (Backspace). Om de niet-transparante delen te vullen met de achtergrondkleur, roep je de combinatie Ctrl, Shift en Delete (Backspace) te hulp.
De rand op een nieuwe laag is via Ctrl en Delete gevuld met de achtergrondkleur.
Foto: Janick

TIP 18 - ZWART EN WIT

Om direct naar de standaard kleurinstelling te gaan, druk je de D-toets in. Dan krijg je zwart als voorgrond- en wit als achtergrondkleur. Deze instelling is belangrijk als je werkt met een snelmasker. In de maskermodus geef je met een zwart penseel aan wat niet geselecteerd mag worden. Het masker wordt voorgesteld door een rood waas. Met wit haal je weer overtollige stukjes van het masker weg. Om snel heen en weer te schakelen tussen wit en zwart gebruik je de X-toets.
Voor een nauwkeurig masker moet je voortdurend switchen tussen wit en zwart.
Foto: Marc Vreenegoor

TIP 19 - FILTERS

De meeste filters in Photoshop beschikken over een behoorlijk voorvertoningsvenster. Toch kun je het effect pas echt goed beoordelen nadat de filtering is uitgevoerd. Indien het effect iets te sterk is, kun je het naderhand afzwakken met Ctrl, Shift en F (van 'Fade'). Om het filter dat je zojuist hebt toegepast met dezelfde parameters te herhalen, gebruik je Ctrl en F. Om hetzelfde filter te herhalen terwijl je toch nog de filterinstellingen kunt aanpassen, gebruik je Ctrl, Alt en F.
Met Ctrl, Shift en F kun je het effect van een filter traploos afzwakken.
Foto: Marc Vreenegoor

TIP 20 - TERUG IN DE TIJD

Omdat mensen nu eenmaal fouten maken, heeft men potloden van een gummetje achterop voorzien. In Photoshop kun je de vorige stap herstellen met Ctrl en Z. Deze remedie geldt echter alleen maar voor de laatste stap. Als je Ctrl, Alt en Z gebruikt, kun je op je schreden blijven terugkeren. Wanneer je het palet Historie opent, zie je hoe je met iedere druk op deze combinatie een stapje teruggaat. Met Ctrl, Shift en Z zet je een stap vooruit in de bewerkingsgeschiedenis.
Hier hebben we acht keer na elkaar Ctrl, Alt en Z gebruikt.

TIP 21 - EVERGREENS

De volgende aanpassingsfuncties worden in de praktijk heel vaak gebruikt. In het menu vind je trouwens de sneltoetsen terug om deze functies op te roepen. Je hebt ze echter zó vaak nodig dat je ze beter uit je hoofd kunt leren. Het gaat telkens om de Ctrl-toets in combinatie met één letter: U, M, L of B. Met Ctrl en U haal je Kleurtoon/verzadiging tevoorschijn, via Ctrl en M de Curven, met Ctrl en L de Niveaus en ten slotte met Ctrl en B de Kleurbalans.
De vier aanpassingsfuncties die je het vaakst nodig hebt.

TIP 22 - FONTLIJST

Vermoedelijk beschik je over een hele verzameling lettertypes. Om snel door je collectie te bladeren, open je het palet Teken en plaats je de cursor in het vak waar je de lettertypes selecteert. Vervolgens gebruik je de pijltjestoetsen om naar boven of naar beneden te navigeren. Nadat je de tekst hebt ingevoerd, kun je een stukje tekst selecteren en vervolgens met Ctrl, Shift en > of met Ctrl, Shift en < de letters vergroten respectievelijk verkleinen.
Blader door de lijst met lettertypes met behulp van de pijltjestoetsen.

Reacties

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn