Meld je gratis aan
Expertcursus: scherpte vs onscherpte

21 mei 2010, 09:52

Een foto waarop alles scherp is, wordt al snel saai of rommelig. Door de scherpte te doseren, maak je zo'n foto een stuk interessanter. Er zijn verschillende manieren waarop je scherpte - of juist onscherpte - in je voordeel kunt inzetten. Eén van de voornaamste daarvan is een doelbewust gebruik van scherptediepte.

Tekst Elja Trum.

Scherpte versus onscherpte: niet alles hoeft honderd procent haarscherp te zijn.

Scherptediepte is het gebied van voor tot achter dat scherp op de foto komt. Bij heel veel scherptediepte is alles op de foto scherp; bij heel weinig scherptediepte slechts een fractie van het onderwerp. Door de scherptediepte te verkleinen, accentueer je wat jij belangrijk vindt. Denk aan een portretfoto met een wazige - lees: onscherpe - achtergrond. Het scherpe onderwerp trekt alle aandacht, terwijl de onscherpe achtergrond de aandacht juist naar het scherpe gedeelte terugloodst.

Alleen het punt waarop je scherpstelt, is echt scherp. Alles daarvoor en daarachter wordt geleidelijk steeds onscherper. Op een gegeven moment bereik je het stadium dat de kijker iets niet langer als scherp maar als onscherp ervaart. De scherptezone is niet gelijk aan weerszijden van het scherpstelpunt verdeeld. Een ezelsbruggetje is dat ongeveer 1/3e van die zone voor het scherpstelpunt ligt, en 2/3e erachter. Dat geldt echter alleen bij 'gemiddelde' opnameafstanden. In het close-upgebied is de verhouding half-om-half, terwijl richting oneindig de bulk van de scherptezone steeds meer naar achteren opschuift.

Brandpuntsafstand en opnameafstand

De scherptediepte is van een aantal factoren afhankelijk, namelijk de brandpuntsafstand van het objectief, de afstand tot je onderwerp en het diafragma. Indirect speelt ook het formaat van de beeldsensor in je camera een rol.
Allereerst geldt: hoe langer de brandpuntsafstand, des te kleiner de scherptediepte. Bij een verdubbeling van de brandpuntsafstand (bijvoorbeeld van 100 naar 200 mm) neemt de scherptediepte af met een factor vier. Daarom vertonen veel foto's met een telelens die typische wazige achtergronden. Voor de opnameafstand geldt het tegenovergestelde. Een verdubbeling (bijvoorbeeld van 1 naar 2 meter) levert viermaal zoveel scherptediepte op. Vandaar dat bij landschapsopnamen bijna alles scherp is, en bij een macrofoto bijna niets.

Uit het voorgaande volgt dat het voor de scherptediepte eigenlijk geen verschil maakt of je iets van dichtbij fotografeert met een groothoeklens, of van veraf met een telelens. Als het onderwerp even groot in beeld komt - een gelijke afbeeldingsmaatstaf, heet dat officieel -, blijft de scherptediepte gelijk. Doordat een teleobjectief echter een kleinere beeldhoek heeft, zie je een kleiner gedeelte van de onscherpe achtergrond. Je zoomt als het ware in op de onscherpte, waardoor deze meer opvalt dan bij gebruik van een groothoek.

Wat de sensorgrootte betreft, hoor je vaak dat een grotere sensor minder scherptediepte geeft. Op de keper beschouwd is het juist omgekeerd. Hoe groter het sensorbeeld, hoe minder je dit beeld hoeft te vergroten, waardoor eventuele onscherpte minder gauw opvalt. Dit effect wordt echter meer dan tenietgedaan door de langere brandpuntsafstanden die je bij een grotere sensor nodig hebt om eenzelfde beeldhoek te krijgen. Vandaar dat het bij compactcamera's, met hun piepkleine beeldsensoren en bijbehorende ultrakorte brandpunten, zo lastig is om een storende achtergrond onscherp te krijgen.

« vorige 1 2 3 4 5 6 volgende »

Reacties (1)

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn

 
henkcanon op 4 september 2011 om 16:52

Heel duidelijk verhaal, ik weet nu wat die scherptediepteknop inhoudt op mijn Canon 60D en dat ik niet te vaak met F2,8 moet fotograferen, als ik meerdere delen van mijn foto's scherp wil krijgen.
Dank je wel Elja!
Vrgr
Henk