Meld je gratis aan
5x Aanpassingslagen in Photoshop Elements © elements, aanpassingslagen, contrast, helderheid, Niveaus, verloop

14 april 2014, 09:00

Photoshop en Photoshop Elements beschikken over aanpassingslagen. Hiermee kun je non-destructieve aanpassingen op je foto doen. Wij leggen de 5 meest gebruikte aanpassingslagen uit.

Deze tutorial is geschreven met Photoshop Elements 12. Gebruik je versie 10 of ouder, dan kan de indeling iets afwijken. Zet je programma op de 'Expert' modus in plaats van 'Snel', anders kun je niet deze aanpassingen handmatig toepassen.

Het menu voor de aanpassingslaag vind je bij Aanpassingen (Adjustments). Deze staat bij Elements 10 of ouder standaard onder het lagenpaneel in het rechter menu. Bij Photoshop Elements 11 en 12 zie je rechtsonder verschillende iconen, waaronder Lagen, Effecten en Afbeeldingen. Klik op het meest rechter icoon Menu en kies Aanpassingen.

Activeer het paneel 'Aanpassingen' via het icoon 'Meer'.

Een aanpassingslaag aanmaken

Je kunt de aanpassingslaag op twee manieren aanmaken. Via het zwart/witte icoontje in het lagenmenu, of het icoontje met de vier streepjes met een pijltje in het Aanpassingen paneel, zie de onderstaande afbeeldingen. Kies een gewenste aanpassingslaag en je krijgt standaard een pop-up dat er een nieuwe laag wordt aangemaakt. Laat de instellingen zo laten staan en klik op Ok. In het aanpassingen paneel kun je nu de aanpassingen gaan toepassen. Met het oogje onderin het menu kun je de laag in- of uitschakelen, het ronde pijltje maakt al je aanpassingen ongedaan en de prullenbak verwijderd de aanpassingslaag.

Afb 1: Aanpassingslaag via het lagenmenuAfb 2: Aanpassingslaag via Aanpassingen paneel

Niveaus (Levels)

Als je de aanpassingslaag Niveaus activeert zie je het histogram van de foto met daaronder drie schuifjes. Het histogram laat de verdeling tussen donker en licht in je foto zien. Een ideaal histogram past precies binnen de lijnen en schiet niet naar links of rechts uit. Schiet je grafiek uit naar links? Dan heeft je foto dichtgelopen vlakken. Bij een uitschieter naar rechts zijn delen uitgebeten. Natuurlijk hoeft dit niet slecht te zijn, je kunt hier bewust voor kiezen zoals bij een high- of lowkey foto.

Met het linkerschuifje pas je de donkere tonen van de foto aan, het rechterschuifje regelt de lichte tonen en het middelste schuifje verandert de middentonen. Hoe meer je schuift, hoe sterker het effect wordt.

Wanneer moet je welk schuifje gebruiken?
Heb je ruimte tussen de rand en het begin van je histogram? Schuif dan in richting van de eerste punt van je histogram. Hierbij kun je het schuifje beter op de helft laten staan dan helemaal naar het eerste punt schuiven om niet te sterk aan te passen. Raakt je grafiek wel de rand? Laat het schuifje dan met rust om geen extra uitgebeten of dichtgelopen delen te maken. Het middelste schuifje maakt de gehele foto lichter (links) of donkerder (rechts).


Pas donkere en lichte tonen aan via Niveaus (Levels) (foto: musira)

Helderheid en contrast (Brightness/Contrast)

De meest voor de hand liggende manier om helderheid en contrast van je foto aan te passen is via de aanpassingslaag Helderheid en Contrast in Photoshop of Photoshop Elements. Dit is een non-destructieve wijze om de belichting van je foto aan te passen. Je kunt de schuifjes Helderheid en Contrast verschuiven tot het juiste resultaat.

Het nadeel van deze werkwijze is dat je geen invloed heb op de plaatsen waar de helderheid of contrast wordt aangepast. Voor een simpele aanpassing is deze aanpassingslaag prima, maar als je meer controle wil hebben over de aanpassingen per belichtingstoon, dan moet je gebruik maken van niveaus.


Helderheid en contrast helpt om snel de belichting van je foto aan te passen. (foto: mariannevanversendaal)

Kleurtoon / verzadiging (Hue/saturation)

Deze aanpassingslaag bestaat uit drie schuifjes:

Kleurtoon (Hue): Verschuift het kleurenwiel van de foto. Onder in het paneel zie je twee balken met de kleuren. De bovenste balk laat de oorspronkelijke kleurverdeling zien. Verschuif je nu de kleurtoon (hue), dan verandert het kleurenwiel in de onderste balk. Deze balken moet je van boven naar beneden lezen. Laten we naar de meest linkse kleur kijken kijken. In de bovenste balk is dit cyaan, in de onderste donker blauw. De fel blauwe kleuren in de foto zijn nu donker blauw geworden. Op deze manier verander je alle kleuren in de foto.


Het kleurenwiel verandert als je de kleurtoon (hue) verschuift.

Met het Vullen met kleur (Colorize) maak je een monotoon kleureffect. Alle kleuren in je afbeelding krijgen dan je gekozen kleur. Dit kun je zien als een kleurlaag over je foto. Deze optie is bijvoorbeeld handig om een sepia-effect aan je foto te geven.

Verzadiging (Saturation): Versterkt of verzwakt de intensiteit van de kleuren. Schuif je naar rechts, dan worden je kleuren meer verzadigd. Hoe verder je naar links schuift, hoe minder kleuren er in je foto aanwezig zijn. Op deze manier kun je een foto makkelijk zwart-wit maken. Als je kiest voor meer verzadiging, moet je wel oppassen dat je het effect niet onrealistisch maakt.

Bovenin het paneel zie je een uitklapmenu, deze staat standaard op Origineel (Master). Verander je deze naar een specifieke kleurtoon, bijvoorbeeld gele tinten of rode tinten, dan pas je via kleurtoon of verzadiging alleen deze kleurtoon aan.


Pas de kleurtoon van je foto aan via kleurtoon en verzadiging. (foto: theodorh)

Verlooptoewijzing (Gradient Map)

Wil je een speciaal effect aan je foto geven? Dan kun je gebruik maken van een verloop. Kies een gewenste voor- en achtergrondkleur. De voorgrondkleur wordt toegepast op de donkere tonen, de achtergrondkleur zie je terug in de lichte tonen. Bij een duotoon foto zet je voorgrondkleur op zwart en de achtergrond kleur op de gewenste kleurtoon. Ook kun je zo'n verloop gebruiken om een zwart-wit foto te maken. Zet de voorgrondkleur op wit en de achtergrondkleur op zwart. Heb je de kleuren per ongeluk verkeerd om ingesteld? Maak dan gebruik van het vinkje Omkeren (Reverse). Nu worden de kleuren omgedraaid.

Nu je de kleuren en het verloop hebt, kun je het effect van de aanwezige kleur nog aanpassen door in het paneel op je verloop te klikken. Er opent nu een nieuw venster (zie links onder). Het aanpassen van het verloop is handig om meer of minder contrast toe te voegen. Het linker schuifje beïnvloed de donkere kleuren en het rechter schuifje verlicht de linkere kleuren. Als je een pijltje hebt verschoven zie je een puntje in het midden onder je verloop verschijnen. Schuif dit puntje naar links of rechts om de belichting van de foto te veranderen. Naar links geeft meer licht, rechts maakt de foto donkerder.


Via Verlooptoewijzing (Gradient Map) kun je een foto zwart-wit maken. (foto: micfoto)

FotoFilter (Photo Filter)

Een fotofilter is ideaal om kleuren te neutraliseren of een kleur door te drukken. De aanpassingslaag FotoFilter legt namelijk een gekleurde laag over je foto. Deze kleur wordt doorgedrukt, waardoor je bijvoorbeeld warme of juist koude tinten krijgt. Je kunt via Filter kiezen uit een aantal voorinstellingen zoals, warme en koude kleuren, of één specifieke kleur zoals cyaan of donker rood. Ben je niet tevreden met deze standaard kleurfilters? Kies dan handmatig een kleur uit bij Kleur (Color). Met het schuifje Dichtheid (Density) pas je de sterkte van het filter aan.


Gebruik een filter om de kleuren in je foto te neutraliseren of geef juist een kleureffect aan je foto (foto: gregoir)

Laagmaskers

Een aanpassingslaag is ideaal om non-destructief te werk te gaan. Een tweede voordeel is dat Photoshop Elements automatisch een laagmasker aanmaakt. Hierdoor kun je de aanpassingen ook plaatselijk toepassen. Lees hier alles over het gebruik van laagmakers.

Reacties

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn