Meld je gratis aan
Landschapsfotografie voor beginners

18 maart 2016, 09:00

Een goede landschapsfoto is zelden een lucky shot. De locatie, het tijdstip en waar jij staat in het landschap; het speelt allemaal mee. Net als het objectief, de camera-instellingen en de compositie. We helpen je in vijf stappen op weg naar de perfecte landschapsfoto.

1. Locatie

De beste landschapsfoto's maak je als je weet wanneer je waar je moet zijn. Mooie plekken zoeken kan op een aantal manieren. Kijk bijvoorbeeld in Google Earth of op Google Maps of een topografische kaart waar de leukste weggetjes lopen, schilderachtige landerijen, bospartijen of fleurige heide zijn te bewonderen. Probeer ook te achterhalen hoe dicht in de buurt je met de auto of openbaar vervoer kunt komen en of je daarna lopend of met de fiets verdergaat. Maak vervolgens eerst een verkennend rondje. Alleen maar om te kijken waar zich de mooiste plekken bevinden. Noteer deze locaties, markeer ze op een kaart of sla ze op in je navigatiesysteem. Zo kun je ze later makkelijk terugvinden. Weet je al meer over landschapsfotografie? Check dan hier het geheim van elke fotograaf: filters!

foto: stophensteph

2. Het juiste moment

Tijdens je verkenningsrondje hoef je de camera niet per se te gebruiken of zelfs mee te nemen. Het idee is later terug te keren als het landschap op z'n mooist is. Wanneer dat is, hangt vooral af van het seizoen en het weer. In het algemeen geldt dat het licht rond zonsopkomst en zonsondergang het mooist is. Daarom kun je een flink deel van de dag besteden aan het zoeken van de beste plekjes. Het seizoen speelt ook mee. Een herfstbos straalt bijvoorbeeld een totaal andere sfeer uit dan een besneeuwd landschap. Toch kun je ook midden op de dag prachtige foto's maken. Ook al staat de zon nog hoog en is het licht harder en zijn schaduwen minder mooi. Als een bui overtrekt, kan er plotseling prachtig licht ontstaan. Of ontstaan er dramatische wolkenluchten die je foto's een flinke meerwaarde geven.

foto InseawithC

3. Standpunt

Je standpunt is cruciaal om een landschap zo goed mogelijk op de foto te zetten. Hopelijk heb je al een mooie plek gespot waar je prima kunt gaan staan. Op sommige punten heb je nu eenmaal een beter uitzicht over een bijzonder stukje landschap. Loop dus altijd wat rond voordat je de camera pakt. Soms zul je genoegen moeten nemen met een iets mindere plek. Midden in een poel of op een drukke weg kun je immers maar beter niet gaan staan. Zak ook eens door je knieën of ga op een verhoging staan. Alles ziet er dan net even anders uit. Kijk dus niet alleen maar op ooghoogte. Knip een vuilniszak open en je fotografeert net zo gemakkelijk liggend zonder vies te worden. Zoek verschillende standpunten. Bijvoorbeeld voor 's morgens vroeg en aan het einde van de dag. Of voor in de zomer en de winter. Je wilt immers altijd het mooiste licht hebben en de kwaliteit en richting daarvan variëren gedurende de dag en het jaar.

foto Joshua181

4. Compositie

Plekje gevonden? Dan is het nu tijd om het statief op te stellen. Je kunt natuurlijk uit de hand fotograferen, maar de resultaten zijn vaak beter als je met een statief werkt. Je plaatst de camera erop en kunt vervolgens heel nauwkeurig de compositie bepalen. Vanaf statief kun je ook meerdere opnamen maken met exact dezelfde compositie en kies je achteraf de beste uit. Misschien schuift er net een wolk voor de zon of wacht je tot de ondergaande zon op z'n mooist is. Heb je nog geen statief? Kies een stevig, stabiel exemplaar dat ook weer niet te zwaar is. Je gaat er misschien heel veel mee lopen. Verdiep je in de compositieregels. Daarmee lukt het sneller om foto's te maken die de aandacht vasthouden. Zoals de regel van derden. Trek in gedachten twee horizontale en verticale strepen door het beeld waarmee je het beeld in negen gelijke delen verdeelt. Sommige zoekers en schermen tonen deze lijnen al voor je. Plaats een opvallend detail in de buurt van zo'n lijn of het kruispunt van twee lijnen. Probeer niet alles vast te leggen. Minder is in de landschapsfotografie vaak meer.

foto: zomersproetjes

5. Instellingen

Voordeel van een landschap is dat het niet wegrent. Dankzij het statief is er ook aanzienlijk minder kans op trillingsonscherpte. Omdat je meestal veel scherpte in het landschap wilt hebben, wordt er vaak met hoge diafragmagetallen gewerkt. Een groot getal als F 11 of F 16 betekent veel scherptediepte. Gebruik de diafragmavoorkeuzestand (Av- of A) om dit in te stellen. Houd de iso-waarde (lichtgevoeligheid) zo laag mogelijk op bijvoorbeeld iso 100 of 200. Stel vervolgens scherp op een opvallend detail in het landschap. Niet op oneindig, want dan zijn objecten dichtbij misschien niet helemaal scherp. Ook niet vlak voor je voeten, want dan is alles bij de horizon juist weer onscherp. Doorgaans stel je op een afstand van ongeveer eenderde in het landschap scherp. Dat is vaak lastig in te schatten. Maak daarom wat proefopnamen tot je ziet dat er voldoende landschap scherp is. Bekijk de opnamen flink vergroot op het scherm.


foto: b52

Meer leerzame fotografie-artikelen lezen?

Abonneer je dan nu op de Zoom.nl Nieuwsbrief.
Je ontvangt dan iedere week een nieuwsbrief vol met leerzame cursussen, tips en inspiratie gratis in je mailbox.
Ga snel naar:
www.zoom.nl/nieuwsbrief

Reacties (1)

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn

 
PtR op 18 maart 2016 om 21:31

Mooi artikel. Ik vind landschapsplaten altijd leuk maar ook heel moeilijk om te maken. Het is moeilijk om de essentie uit een landschap te halen. Ik mis in het artikel wel wat compositietips zoals lijnen zoeken in een landschap maar dat komt misschien nog bij een volgend artikel.