Meld je gratis aan
Kies de juiste brandpuntsafstand voor jouw fotografie © ijsvogel, tak, tele, scherptediepte

27 mei 2016, 10:00

De brandpuntsafstand van je objectief bepaalt hoeveel er op jouw foto's te zien en hoe groot het onderwerp in beeld komt. Maar het heeft ook invloed op zaken als scherptediepte en perspectivische vertekening. Wanneer gebruik je welk brandpunt en waar moet je rekening mee houden?

Wat is brandpuntsafstand?

De brandpuntsafstand van een objectief bepaalt hoeveel er op jouw foto's te zien is. Gebruik je bijvoorbeeld een groothoek, dan heeft jouw camera een brede kijk op de wereld. Er is veel tegelijk in beeld te zien. Groothoeklenzen herken je aan het lage getal voor de brandpuntsafstand. Gebruikelijke waardes zijn 24 en 35 mm. Nog kleinere brandpuntsafstanden bestaan ook, dan spreek je algauw van supergroothoek.


Met een kleine brandpuntsafstand breng je een ruim interieur beter in beeld.
gerard28

Gaan we juist de andere kant op en wordt de brandpuntsafstand langer, dan zie je steeds minder van de omgeving. De blik van de camera vernauwt zich als het ware. Net alsof je een steeds kleinere uitsnede van een foto maakt. Langs de buitenranden valt steeds meer van het beeld weg, waardoor het beeldmidden uitvergroot lijkt. Bij lange brandpuntsafstanden spreken we van een telelens of supertelelens. Bekende brandpuntsafstanden zijn 85, 100, 200 en 400 mm. Behalve de brandpuntsafstand bepaalt ook de sensorgrootte de uitsnede, ofwel hoeveel je in beeld ziet.

Sensor: fullframe of cropframe

Niet alleen de brandpuntafstand bepaalt hoeveel je in beeld krijgt. Ook de grootte van de sensor speelt mee. De meeste (instap)spiegelreflexen hebben een aps-c sensor. Die is kleiner dan het vroegere kleinbeeldformaat, wat we tegenwoordig ook wel fullframe noemen. Meer professionele camera's hebben vaak zo'n (grotere) fullframe sensor.

Wanneer je nu eenzelfde lens op een aps-c camera en op een fullframe-camera schroeft, vangt de aps-c sensor slechts een klein gedeelte van het beeld op van wat de fullframe sensor opvangt. Het lijkt of je nu een beetje ingezoomd bent. Een uitsnede dus of 'crop'. Vandaar dat we van cropfactor en cropframe-camera spreken.

De verhouding tussen deze twee is 1:1,5. In dit artikel bespreken we objectieven voor fullframe-camera's. Schroeven we dezelfde objectieven op een aps-c-camera, dan moeten we de brandpuntafstand met 1,5 vermenigvuldigen. Zo geeft een 35mm-objectief op een aps-c camera het effect van een 52mm-objectief.

Zoomlenzen

Het effect van een uitsnede zie je perfect als je een zoomlens op je camera zet. Draai 'm eerst naar de uiterste groothoekstand. Dan zie je het maximale tegelijk in beeld. Zoom je in en draai je nu langzaam naar de telestand, dan verdwijnt er steeds meer uit beeld en lijkt het net of je steeds dichterbij komt. Toch sta je nog steeds op exact dezelfde plek. Dat is het tele-effect. Door uit te zoomen lijkt alles verder weg en zie je meer in beeld.

Op een zoomlens kom je vaak twee waarden voor de brandpuntsafstand tegen. Zoals 24-70 mm. Het eerste en laagste getal is de breedste blik die je met deze lens kunt krijgen: de uiterste groothoek. Het hoogste getal is de smalste blik ofwel de maximale telestand.

Wil je graag veel omgeving in je foto's laten zien of werk je in krappe ruimtes, dan ben je het beste af met een (super)groothoeklens, Bijvoorbeeld een 16-35 mm.

Fotografeer je veel onderwerpen van een afstand, zoals dieren in de natuur, dan kun je ze dichterbij halen, ofwel groter in beeld krijgen met een (super)telelens. Zoals een 70-200 mm of 100-400 mm. Je haalt er alles flink mee dichterbij, wat wel ten koste gaat van de omgeving. Daar zie je een stuk minder van, omdat er een kleine uitsnede gemaakt wordt.

Er bestaan ook objectieven die in groothoek beginnen en helemaal doorlopen tot (ver) in het telebereik. Voor een cropframe-camera bijvoorbeeld een 18-300 mm. Die worden ook wel superzooms genoemd. Daar kun je razendsnel mee van groothoek naar de telestand en weer terug schakelen. Dat biedt enorm veel gemak, maar om dit brede zoombereik te bieden hebben fabrikanten hier en daar wel wat water in de wijn gedaan. Superzooms presteren iets minder goed dan lenzen met een kleiner bereik.

Groothoekgebruik

Met een groothoek (klein brandpunt) zie je veel in beeld. Wat meteen ook betekent dat alles op de foto een stuk kleiner wordt en verder weg lijkt. Iets om rekening mee te houden. Ook onderlinge afstanden lijken toe te nemen. Wat dichtbij is, lijkt op de foto aanzienlijk groter dan wat verder weg is. Alles op de achtergrond zal naar verhouding zelfs erg klein lijken.
Groothoeklenzen worden veel gebruikt voor landschappen, maar ook om interieurs en architectuur vast te leggen. Met een groothoek oogt de voorgrond nogal leeg als je niet oppast. Daarom is het een goed idee om daar iets interessants in beeld te nemen. Een rotspartij of verweerde boom bij een landschapsfoto, een laantje met sierlijke lantaarnpalen bij architectuur, of een salontafeltje of mooie plafondlamp in een interieur.

Vertekening bij verschillende brandpuntsafstanden

Sommige groothoeklenzen zijn berucht om hun vertekening. Je hebt twee verschillende soorten vertekening. De eerste zit in de lens. Bij een groothoek willen lijnen in de buurt van de beeldranden nog wel eens flink krom lopen. Soms ontstaan er zelfs golvende lijnen. En dat terwijl een muur of deur toch echt kaarsrechte zijden heeft. In de nabewerking is dit tegenwoordig gelukkig prima te verhelpen. Vaak gaat het zelfs automatisch, in Lightroom of Photoshop bijvoorbeeld. Er bestaan ook objectieven die ondanks hun zeer wijde blik toch kaarsrechte lijnen vastleggen. Dit heet ook wel een rectilineaire lens. De lensvertekening verschilt dus per lens. Een fisheye wordt juist vaak gekozen om z'n sterk gekromde lijnen, het geeft een apart beeld waar je van moet houden.


Let er bij een groothoek op dat lijnen recht blijven lopen.
henkvanm13

Hoe verandert je perspectief per brandpuntsafstand

Iets heel anders is perspectivische vertekening. Omdat je met een groothoek enorm veel en met een telelens heel weinig in beeld neemt, zien die foto's er anders uit dan hoe wij de wereld om ons heen ervaren. Dat is geen onnauwkeurigheid van de lens, maar een voor onze ogen onwerkelijke perspectiefweergave. Het perspectief wijkt af van hoe wij de wereld met onze eigen ogen zien.

Laten we een supergroothoeklens als voorbeeld nemen. De blik van deze lens is zo wijd dat je soms het plafond bijna recht boven je, de vloer bij je voeten en de muren tot vrijwel naast je in beeld ziet. Op een foto bekijk je dat alles weer recht van voren en ook nog eens op een plat vlak. Dat ziet er vreemd uit, alsof het niet klopt.

Om te ervaren wat er gebeurt, kun je in de gang van een groot gebouw gaan staan, of langs een weg met veel lantaarnpalen. Let dan eens op de lampen. Vlak boven je hoofd kijk je pal tegen de lichtgevende onderzijde aan, terwijl je de lampen verderop meer vanaf de zijkant ziet en amper van onderen. Ook lijken de onderlinge afstanden steeds kleiner te worden. In de verte lijken de lampen zelfs op elkaar gedrukt te worden. Dat laatste zie je met een groothoek trouwens niet echt, omdat het ver weg is en klein in beeld. Daarom valt dit gecomprimeerde beeld juist extra op zodra je een flinke telelens gebruikt. Het geeft een telefoto minder diepte, terwijl je met een groothoek juist veel diepte creëert.

Isoleer je onderwerp met tele

Met een telelens 'trek' je het interessantste deel uit een landschap, laat je de interactie tussen twee voetballers zien of haal je een schuw dier in de verte flink dichterbij. Je isoleert het. Je snijdt als het ware een stukje uit de werkelijkheid. Omdat je nu aanzienlijk minder van de omgeving ziet, leidt dat veel minder af van het hoofdonderwerp. Je kunt een telelens daarom ook perfect gebruiken om een saaie, lelijke, afleidende, of oninteressante omgeving uit je foto's te snijden. Telelenzen hebben nog een ander effect. Alles wordt op elkaar gedrukt. In tegenstelling tot bij de groothoeklens nemen onderlinge afstanden nu juist af. Eigenlijk komt het niet door de telelens, maar door het perspectief. Objecten die veraf zijn, lijken meer op elkaar gedrukt. Met het blote oog valt dat alleen niet zo op.


accw

Natuurgetrouw

Tussen groothoek en tele zit nog een bereik van grofweg 35 tot 70 mm. Deze brandpuntsafstanden komen aardig in de buurt van hoe wij de wereld zien. De 50 mm staat bekend als het brandpunt waarop een camera natuurgetrouwe foto's maakt. Je hebt dan niet het extra diepte-effect van een groothoeklens of het in elkaar gedrukte beeld van een telelens.
Er wordt wel gezegd dat een 50 mm dezelfde kijkhoek heeft als onze ogen. Dat klopt niet helemaal. Vergelijk wat je op 50 mm door de zoeker van je camera ziet maar eens met wat je zonder camera ziet. Dan blijken jouw ogen toch heel wat meer te zien. Sterker nog, de beeldhoek lijkt meer op die van een flinke groothoek. Daar is een verklaring voor. Jouw ogen maken continu kleine sprongetjes en onze hersenen bouwen hiermee een veel weidser beeld op. Wil je foto's maken die natuurlijk en vertrouwd overkomen, dan is het dus nog steeds een goed idee om een brandpunt van ergens rond de 50 mm te kiezen.
Een populair objectief bij fotografen is het vaste brandpunt ('prime') van 50 mm. Met primes kun je niet kunt zoomen. Maar ze zijn bijna altijd lichtsterker en hebben een hogere beeldkwaliteit dan zoomlenzen.

Wil je zien hoe foto's met een 50mm lens uitpakken? Bekijk dan deze collectie:

Beeldhoek

Het liefst wil je vooraf inschatten hoeveel je in beeld ziet en dus op de foto krijgt bij een bepaald brandpunt. Daarom wordt bij een objectief de beeldhoek in graden vermeld. Als je alles wilt zien wat zich om je heen bevindt, moet je een rondje om je eigen as draaien. De beeldhoek van een objectief geeft aan hoe groot de driedimensionale 'taartpunt' is die je uit deze volledige cirkel (eigenlijk een bol) snijdt. Dat is het blikveld van de lens. Ook nu weer is de beeldhoek niet alleen afhankelijk van de brandpuntsafstand, maar ook van de sensorgrootte. Bij dezelfde brandpuntsafstand ziet een kleine sensor namelijk minder dan grote. Vaak staat dit dan ook vermeld bij de specificaties van het objectief. Zo heeft een 50 mm lens van Nikon een beeldhoek van 47° (fullframe) of 31° (cropframe). Omdat een sensor rechthoekig is, heb je eigenlijk te maken met een horizontale, verticale en diagonale beeldhoek. Doorgaans vermelden fabrikanten de diagonale.

Je brandpuntsafstand regelt de scherptediepte

Ook iets om rekening mee te houden, is scherptediepte. De brandpuntsafstand en het diafragma regelen samen de scherptediepte. Bij korte brandpunten krijg je veel scherpte in je foto's. Bij landschappen wil je vaak alles scherp en dat gaat het best met een groothoek. Bij een telelens is de scherptediepte kleiner.
Met een kleine waarde als F 2,8 of F 1,4 beperk je de scherptediepte. Met een tele- of supertelelens kan het zelfs met diafragma F 16 nog lastig zijn om iets scherp op de foto te krijgen. Wat verder nog uitmaakt, is hoe dicht je op het onderwerp zit. Hoe dichterbij, hoe kleiner de scherptediepte.

Wil je een mooi vervaagde achtergrond? Pak dan een telelens, kies een kleine diafragmawaarde en stel van dichtbij op het onderwerp scherp. Het hoofdonderwerp komt zo mooi los van de achtergrond. Ideaal om een saaie, lelijke of afleidende achtergrond weg te moffelen. Met een groothoek lukt je dat niet, dus daarbij is een goed passende achtergrond extra belangrijk.


Bij een portret met een groothoek is een goed passende achtergrond extra belangrijk.
provorm

Portret

Welk objectief kies je voor een portret? Met een groothoek is er veel te zien, maar komt de geportretteerde klein in beeld. Je bent misschien geneigd om dan steeds dichterbij te gaan staan, tot je plotseling op iemands tenen staat. Zo dichtbij geeft geen mooie foto's. Allereerst zal je model zich erg ongemakkelijk voelen, met een lens bijna tegen zijn of haar neus gedrukt. Daarnaast wordt alles wat dichtbij is enorm groot weergegeven en wat verder weg is juist klein. Bij een portret krijg je dan een extreem grote neus of mond bij een te klein hoofd. Daar doe je jouw model echt geen plezier mee. Het beste kun je wat meer afstand houden. Dit betekent automatisch dat je een langer brandpunt nodig hebt, zoals 50 mm, al sta je dan nog steeds vrij dichtbij. Een beetje extra omgeving in beeld is soms wel leuk, zoals iemands werkkamer. Voor portretten wordt vaak 85 of 100 mm gebruikt. Het gezicht ziet er dan nog steeds vrijwel uit zoals we gewend zijn, zonder al te veel vertekening. Ook sta je daarmee op gepaste afstand van je model. Er is net wat minder achtergrond in beeld, die je mooi wazig kunt laten worden met een klein diafragma als F 2,8 of F 1,4. Natuurlijk kun je iemand gerust met een 24 of 35 mm portretteren. Houd dan wel genoeg afstand en plaats je model in een representatieve omgeving, zodat de foto iets vertelt over de persoon in kwestie.

Reacties (6)

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn

 
osten op 11 juni 2016 om 08:54

intersant,goed om te lezen.

afrikando op 8 juni 2016 om 10:04

Super!

Poppy01 op 3 juni 2016 om 23:14

Weer super om te lezen

osten op 3 juni 2016 om 15:56

duidelijk en intersant om eens door te lezen.
grt.

bentink op 1 juni 2016 om 21:28

Een goed verhaal.

fransborn op 1 juni 2016 om 08:25

Heel mooi en duidelijke beschrijving .