Meld je gratis aan
Natuurlijke belichting voor portretfoto's - Zonder dure accessoires © belichting, portretfoto's, figuur 17

28 juni 2016, 09:00

Een professionele portretfotograaf moet op ieder moment in staat zijn om een kwalitatief goede foto te maken, dag of nacht, regen of zonneschijn. Juist een hobbyfotograaf heeft de vrijheid om zelf zijn moment en zijn foto te kiezen. Een goede reden om niet meteen te investeren in dure accessoires en eerst eens te kijken wat onze omgeving qua belichting te bieden heeft.

Om te begrijpen hoe we een mooie natuurlijke portretbelichting kunnen krijgen, moeten we eerst weten wat ons in de weg staat.

De uitdagingen

• Een belangrijk pijnpunt van natuurlijk licht (zonnig en bewolkt) is dat het een groot deel van de dag van boven naar beneden gericht is. Deze lichtrichting zorgt ervoor dat de ogen van je model altijd donkerder zullen zijn dan het voorhoofd en de wangen en dat de ogen dus niet "spreken". In figuur 1 zie je een voorbeeld.

Figuur 1. Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.


• Een ander probleem van direct zonlicht is dat het hard licht is. Hard licht komt uit één punt (zoals de zon) en geeft duidelijk afgetekende, scherpe schaduwen. Het verraadt iedere oneffenheid. In figuur 2 zie je een voorbeeld.


Figuur 2

• Tot slot is bij zonnig weer het licht van de middagzon zo fel dat je camera moeite zal hebben om details in zowel de lichte als de donkere delen van de foto vast te leggen. Het contrast is enorm.

Wanneer we de bovenstaande uitdagingen proberen op te lossen dan komen we al een heel eind in de richting van een mooie, natuurlijke belichting.

Op weg naar mooier licht

Een oplossing voor hard licht is om het simpelweg te vermijden. Hiertoe kan je de volgende strategieën gebruiken:

1. Zet het model met de rug naar de zon
2. Zoek schaduw op.
3. Zoek een raam waar de zon niet direct in schijnt.

Niet alle oplossingen zijn even effectief. De raamoptie is het makkelijkst en elimineert al onze problemen. De zon schijnt niet direct op het model, daarmee is het licht niet hard of contrastrijk. Tevens zorgt het raam ervoor dat de richting van het licht gunstiger wordt.

In figuur 3 zie je hoe de richting van het licht door een raam beinvloed wordt.
Mocht de zon wel vol op het raam schijnen, dan is het mogelijk om het licht te verzachten met stevige vitrage, een laken of een douchegordijn. Deze hebben hetzelfde effect als de witte diffuusdoek op een softbox.

Figuur 3. Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.


Maar wat doe je als je nergens naar binnen kan? Door schaduw op te zoeken wordt het licht zacht en vallen de sterke contrasten weg. De lichtrichting vormt echter nog steeds een probleem.
Het is beter om op zoek te gaan naar speciale vormen van schaduw. In figuur 4 zie je vier verschillende typen open schaduw.

Figuur 4. Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.


In het ergste geval staat je model in schaduw en staat er tegenover je model een donker object (type 2), geen aanrader! Iets minder erg is het als er veel open lucht voor je model zit (type 1). Soms kan de grond voldoende licht reflecteren om de ogen lichter te maken (type 3). Let er wel op dat de grond een neutrale kleur heeft (bijvoorbeeld beton). Het mooiste licht krijg je wanneer er tegenover het model een reflecterend object staat (type 4). Het kan gaan om een gebouw, maar ook om een witte vrachtwagen.

Hieronder een voorbeeld van type 4 vs. type 2 schaduw

Figuur 5

De mooiste schaduw is overdekte schaduw (je model gaat ergens onder staan). Hiermee wordt de richting van het licht een stuk gunstiger. In figuur 6 zie je het verschil tussen open schaduw en overdekte schaduw. Let vooral weer op de ogen.

Figuur 6.

Wanneer je model met de rug naar de zon draait, dan blijven veel problemen bestaan; de richting van het licht, het grote contrast. Als je de haren van je model correct belicht dan raakt het gezicht onderbelicht. Om de belichting enigszins te balanceren heb je een reflectief oppervlak (reflector) nodig. Een witte muur die vol in de zon staat kan uitkomst bieden (zie figuur 7).

Figuur 7.

Het blijft oppassen, want het kan gemakkelijk gebeuren dat iemand rood doorschijnende oren of een zonreflectie op een glimmend hoofd krijgt. Een dame met lang, donker haar komt wel weg met de zon in haar rug. Let op dat de neus of borst niet toch de volle zon ontvangen.

Een witte reflector kan je ook zelf maken van bijvoorbeeld een witte handdoek of een laken. Je moet een witte reflector wel vrij dichtbij houden om resultaat te zien. Een zilverreflector is krachtiger, maar geeft wel harder licht. Je kan zelf één maken met bijvoorbeeld aluminiumfolie of een autozonnescherm/winterscherm. In figuur 8 zie je een model dat belicht wordt met een autoscherm uit een budgetwinkel. Licht is licht.

Figuur 8.

De reflector

Hoewel ik niemand op wil zadelen met dure accessoires, moet ik wel vermelden dat je een simpele, kleine, opvouwbare reflector al voor zo'n 15 euro in huis hebt. Het gebruiksgemak is het wat mij betreft wel waard.

Als je een reflector aanschaft zorg dat je minstens zilver en wit op de reflector hebt zitten. Als hij ook nog dient als diffuusdoek (ook wel translucent) dan is dat helemaal mooi. Blauw, groen, goud en zilvergoud zal je niet snel missen.

Je kan een reflector op een statief zetten, vast laten houden door een assistent, of je model kan zelf de reflector vast houden. Als alternatief kan je op zoek gaan naar reflectoren in je omgeving; een tafeltje met een wit of zilver tafelblad, of leg zelf een wit doek op tafel. In figuur 9 zie je hoe je een reflector kan gebruiken als vullicht.


Figuur 9.

Wachten tot de zon zakt

De zon is rond zonsopkomst en tegen zonsondergang minder krachtig t.o.v. haar omgeving en ze staat lager aan de hemel. Het contrast is hiermee een stuk kleiner en de richting een stuk gunstiger. Door te wachten tot een later tijdstip (of heel vroeg op te staan) lossen onze problemen als sneeuw voor de zon op.

Veel fotografen maken rond deze tijd portretten met tegenlicht (zon achter het model). Je kan een reflector gebruiken om het gezicht meer nadruk te geven. Gebruik je geen reflector, zorg dan in ieder geval dat jij als fotograaf veel open lucht achter je hebt, zodat er voldoende licht op je model kan komen.
Wanneer de zon recht in de camera schijnt dan krijg je lensflare. Om lensflare te voorkomen kan je de zon buiten beeld laten, de zon ergens achter verbergen, of je kan de zon filteren (door bomen heen). Een zonnekap is onmisbaar. Lensflare kan een creatieve keuze zijn. In figuur 10 zie je een voorbeeld van lensflare.


Figuur 10.

Creatief belichten

Nu denk je misschien dat je slechts enkele opties hebt om iemand te belichten met natuurlijk licht, maar niets is minder waar! De eerder beschreven adviezen vormen slechts de basis voor een mooie belichting. Je kan variëren met het formaat van de ramen en hun verticale positie, met lichte of donkere muren direct aan het raam, met de gordijnen op een kier, met het aantal ramen, met de hoek van je model of je eigen hoek, met een reflector en de plaatsing ervan, etc.

Als voorbeeld kijken we naar een paar mogelijkheden van de ruimte in figuur 11. Ik gebruik een reflector. Gebruik je een zelfgemaakt alternatief dan heb je waarschijnlijk hulp nodig van een "levend statief".


Figuur 11.

Wanneer ik mijn model tusen de ramen in, met de rug naar de ramen zet en het gezicht belicht met een zilverreflector, dan krijg ik een soort licht dat je veel in fitnessfoto's ziet. Er loopt een lichte rand aan beide zijden van het model.


Figuur 12.

Een andere mogelijkheid is om mijn model op de linker rand van het rechter raam te zetten. Hierdoor ontstaan diepe schaduwen op de wang. Door te variëren met het rechter gordijn van het rechter raam kunnen we bepalen hoe licht de achtergrond wordt. Door te variëren met het linker gordijn kunnen we de schaduw op het gezicht minder diep maken.

Figuur 13.

Als we willen zien waar het achterhoofd eindigt dan kunnen we een reflector neerzetten achter het model. Diezelfde reflector kan je ook op de muur richten om juist daar een lichte plek achter het achterhoofd te maken.

Figuur 14.

Wanneer we zelf om ons model heen lopen dan kan één type belichting tot hele verschillende beelden leiden.

Figuur 15.

We kunnen het model natuurlijk ook draaien en met de rug naar een raam zetten. Het gezicht belichten we met een reflector.


Figuur 16.

Of we kunnen het model juist met de neus naar het raam toe zetten.


Figuur 17.

Zoals je ziet zijn er mogelijkheden genoeg. Het grote voordeel van natuurlijk licht is dat je ziet wat je doet. Het is een prachtige manier om te leren zien!

Reacties (14)

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn

 
axelterpstra op 13 juli 2016 om 11:16

Een heel fijn en overzichtelijk artikel! Mensen kunnen beter eens iets uitproberen, voordat ze menen er ongeregeldheden uit te moeten halen die in mijn ogen nergens over gaan. Maar dit terzijde.

lumafoto op 5 juli 2016 om 00:08

Echt heel leerrijk, bedankt om het te willen delen!

Freggle100 op 1 juli 2016 om 15:29

Ik vind het een helder stuk, met hele praktische voorbeelden. Dank je wel hiervoor
Gr
Christina

karinleek op 2 juli 2016 om 19:12

Graag gedaan! En bedankt voor het lezen.

tjitske op 29 juni 2016 om 20:42

Een zeer verhelderend verhaal en goed uitgelegd Karin. Ik begrijp volkomen wat je bedoelt! groetjes, Tjitske

karinleek op 30 juni 2016 om 08:41

Bedankt, Tjitske!

BigBear op 29 juni 2016 om 12:31

Leuk artikel, maar er staan een paar storende foutjes in. In de eerste plaats heb je het hardnekkig over "belichting" terwijl je volgens mij "verlichting" bedoelt. (Belichting is de combinatie tussen diafragma, sluitertijd en ISO-waarde waarmee je de foto maakt.) En in de tweede plaats bestaat er geen "hard licht", maar wel een "harde verlichting". Ook met een lichtbron die puntlicht uitstraalt kun een zachte verlichting realiseren. Kwestie van afstand tot het onderwerp........

karinleek op 29 juni 2016 om 15:46

Zou kunnen van die verlichting. Aan de andere kant denk ik dat je zonder onderwerp helemaal niets merkt van verschil in (belichting) iso, diafragma en sluitertijd.
Een punt geeft altijd harde verlichting. Ik denk dat je refereert naar het principe dat een punt (zoals de zon) helemaal geen punt meer is als hij dichtbij staat. Dan is de zon immers heel groot en krijg je zachte verlichting (hoewel best warm). Echter een punt in de ware betekenis van het woord (geen afmeting in x, y, of z richting) geeft harde verlichting, ook van dichtbij. Een flitser is natuurlijk geen puntbron wanneer hij dicht op een mier staat. Dan is het verhoudingsgewijs een grote softbox.
Volgens mij is het voor de lezers wel helder.

mariontcvb op 9 augustus 2016 om 15:25

ja hoor natuurlijk is het te begrijpen een goede uitleg met dank

huubvanrheenen op 28 juni 2016 om 18:48

Duidelijk verhaal en goed vormgegeven.

karinleek op 29 juni 2016 om 09:24

Dankje, Huub

phhoogeveen op 28 juni 2016 om 15:21

Leuk stuk om te lezen, thanks.

Wat ik persoonlijk wel grappig vind trouwens, je zegt 'dan komen we al een heel eind in de richting van een mooie, natuurlijke belichting', maar je bent zoveel aan het aanpassen in de omgeving om het licht te manipuleren.... dat je éigenlijk juist geen natuurlijke belichting hebt, maar een flink gemanipuleerde.... toch?

karinleek op 28 juni 2016 om 20:40

Tja, dat klopt, maar als niks aan mag passen dan heb je als fotograaf niets te kiezen. Er komt in ieder geval geen elektriciteit of onnatuurlijke lichtbron aan te pas. Alles wat je nodig hebt is de zon.

Duko op 28 juni 2016 om 18:49

Haha, het gaat er niet om of het natuurlijk ís, maar of het natuurlijk líjkt.
Misschien had er moeten staan 'een mooie, ogenschijnlijk nog natuurlijke belichting'.