Meld je gratis aan
Werken met een reportageflitser voor beginners © basiscursus, reportageflitser, wielrennen

22 juli 2016, 09:00

Een beetje serieuze fotograaf werkt met een reportageflitser, voor meer controle en om indirect of draadloos te kunnen flitsen. Reportageflitsen heeft z'n eigen regels: je moet vooral veel oefenen en uitproberen. We leggen je de basis uit.

Het werken met een reportageflitser, ook wel opzetflitser, wordt vaak onderschat door de beginnende fotograaf. Het is niet zo dat een losse flitser de oplossing is voor al je lichtproblemen. Het kan zelfs nieuwe problemen geven. Want hoe ga je om met overbelichte gezichten en onderbelichte achtergronden? We vertellen je de theorie van het flitsen, welke instellingen je wanneer gebruikt en hoe je eenvoudig invloed uitoefent op de resultaten met belichtings- en flitsbelichtingscompensatie.

Bereik

Voor wie dacht dat hij de meeste fotografieregels wel kende; bij het gebruik van een reportageflitser komen er weer wat nieuwe bij. Om te beginnen is het bereik van de reportageflitser niet oneindig. De flitser heeft dus zijn beperkingen.
Wanneer je de afstand tot je onderwerp vergroot, neemt de lichtopbrengst van de flits op het onderwerp af. Dat is niet meer dan logisch. Alleen neemt die lichtopbrengst niet gelijkmatig met de afstand af, maar kwadratisch. Ofwel: als je de afstand verdubbelt, blijft er een kwart van de oorspronkelijke sterkte over. Gelukkig hoef je deze berekeningen niet zelf uit te voeren. Dat wil zeggen: als je de flitser in de automatische TTL-stand zet. Die zorgt namelijk voor de communicatie tussen je camera en je flitser en voert automatisch lichtmetingen uit.

ernsthartwich

Achter- en voorgrond

Bij een reportageflitser moet je rekening houden met twee verschillende soorten licht, namelijk omgevings- en flitslicht. De voorgrond (vaak het onderwerp) van je foto wordt door de flitser belicht, terwijl de achtergrond wordt bepaald door het beschikbare omgevingslicht. Dit heeft te maken met het beperkte bereik van de flitser. Let wel op of er voldoende afstand zit tussen je onderwerp en de achtergrond. Wanneer de afstand te kort is, zul je ook de achtergrond belichten met de flitser. Plus je loopt ook nog eens kans op een flinke slagschaduw van het onderwerp op de achtergrond.
Met de flitser belicht je dus het onderwerp in de voorgrond. Met je camera (diafragma, sluitertijd en iso-waarde) bepaal je de belichting van je achtergrond.

In de handmatige stand (M-stand) kun je sluitertijd, diafragma en iso-waarde zelf bepalen, dus ook de belichting van de achtergrond. Het effect van deze aanpassingen op je onderwerp is, in combinatie met de flitser, minimaal. Dit omdat TTL, na een aanpassing van deze instellingen, opnieuw het licht op je onderwerp zal meten.

Richtgetal

De kracht van een flitser wordt aangegeven met het richtgetal. Deze waarde geeft de maximale flitsafstand aan bij 100 iso. In het analoge tijdperk werd voor het eerst het richtgetal gebruikt om de juiste belichting te berekenen. Op oudere flitsers zit vaak een tabel of rekenschuif waaraan je eenvoudig het diafragma kunt aflezen. Tegenwoordig gaat dat automatisch. Wil je het diafragma toch zelf uitrekenen, dan kan dat met de volgende formule:
F-getal (diafragmawaarde) = richtgetal/afstand tot het onderwerp

De sluitertijd heeft geen invloed op hoe het geflitste onderwerp op je foto komt. Dit komt omdat de flits slecht een fractie van de meeste sluitertijden duurt en feller is dan de omgeving. Langer belichten maakt dan geen verschil.



Four05

Programmastanden

Vanaf het moment dat je de reportageflitser op je toestel plaatst, ga je kiezen uit de programmastanden P, S of A (voor Canon: P, Tv, Av). Wanneer kies je welke programmastand als je werkt met een reportageflitser?

Er bestaan twee belichtingssituaties waarin je als fotograaf grijpt naar een reportageflitser. De eerste situatie is met weinig licht, zoals een feestzaal, huiskamer of buiten in de avonduren. De tweede situatie is midden op de dag met hard zonlicht, waarbij de flitser dient als invullicht om slagschaduwen in portretten te verhelpen.

Voor beide situaties bestaan er vele instelmogelijkheden die niet als hapklare brokken uit te schrijven zijn. Je kunt de adviezen in deze cursus gebruiken als richtlijn en die afhankelijk van de situatie en eigen voorkeuren aanpassen.

P,S,A,M

In de P-stand kiest de camera diafragma en sluitertijd. In deze stand wil de camera in eerste instantie bewegingsonscherpte voorkomen. In donkere situaties kiest hij dan een snelle sluitertijd. In combinatie met flitslicht resulteert dat vaak in een door flitser belicht onderwerp tegen een onderbelichte achtergrond. Bij genoeg licht zal de flitser als invullicht werken om harde schaduwen te voorkomen.
In de A-stand bepaal je zelf het diafragma en daarmee de scherptediepte. De camera kiest daar een sluitertijd bij. De flitser zal hoofdzakelijk werken als invullicht. Dit geeft in donkere situaties zulke lange sluitertijden dat bewegingsonscherpte een probleem kan worden.
In de S-stand bepaal je zelf de sluitertijd, die tussen de 30 seconde en de maximale flitssynchronisatietijd ligt (hierover later meer). De camera kiest daar een diafragma bij. Ook hier zal de flitser als invullicht dienen. Korte sluitertijden resulteren in een groter diafragma, wat eerder onscherpte geeft bij het fotograferen van bijvoorbeeld groepen mensen.
Het nadeel van de P-stand is dat de achtergrond vaak onderbelicht is. Het nadeel van de A-stand is de soms lange sluitertijd en bewegingsonscherpte. Alleen in de M-stand heb je de volledige controle over het gebruik van de flitser en kun je de voorgrond en de achtergrond onafhankelijk van elkaar beïnvloeden.

rick665

Compensatie

Tijdens het fotograferen in P, S of A kun je de belichting van de voor- en achtergrond snel aanpassen met belichtingscompensatie en flitsbelichtingscompensatie. In de M-stand gebruik je geen belichtingscompensatie, want daar wil je immers volledige controle over je resultaten. In een enkel geval kun je flitsbelichtingscompensatie inzetten om het flitslicht iets harder of zachter te maken.
Voor de achtergrond gebruik je de belichtingscompensatie op je toestel, voor de voorgrond flitsbelichtingscompensatie. Bij flitsbelichtingscompensatie wordt de intensiteit van de flitser aangepast, dit heeft uitsluitend invloed op het onderwerp en niet op het omgevingslicht. Natuurlijk speelt de afstand een rol: zit de achtergrond heel dicht op je onderwerp dan kan hier ook wat flitslicht op vallen.

Het is belangrijk om te weten dat de twee metingen volledig los van elkaar worden uitgevoerd. De camera verricht een lichtmeting om het omgevingslicht vast te stellen. De reportageflitser werkt met een voorflits die de reflectie op het onderwerp meet en bepaalt daarop de flitsintensiteit.
Belichtingscompensatie en flitsbelichtingscompensatie (verwarrend genoeg beide met de eenheid 'Ev' aangeduid) zijn onafhankelijk van elkaar in stappen van 1/3 te verhogen of verlagen, van minimaal -3 tot maximaal +3.

Flitssynchronisatie

De flitssynchronisatietijd is de kortste sluitertijd die een camera kan gebruiken in combinatie met een flitser. Deze ligt vaak rond de 1/200 en 1/250 seconde. Een langere sluitertijd kan altijd, maar met een kortere sluitertijd wordt de beeldsensor niet volledig belicht. Dit heeft te maken met de twee lamellen of 'gordijnen' die tijdens de opname verticaal voor de beeldsensor bewegen. De sluitertijd is de periode tussen het openen van het eerste gordijn en de sluiting van het tweede. Als eerste valt het eerste gordijn naar beneden voor het projecteren van het beeld op de beeldsensor, daarna volgt het tweede gordijn om de belichting te stoppen. Ergens daartussen moet de flitser afgaan in letterlijk een flits van een seconde (ongeveer 1/1000 seconde).

Bij een te korte sluitertijd wordt met één enkele flits nooit het volledige beeld belicht, omdat de flits afgaat terwijl het tweede gordijn zich al deels gesloten heeft voordat het eerste gordijn volledig geopend is. Hierdoor zal een strook van de foto niet ingeflitst worden en ontstaat er een onderbelichte strook op de foto.

Om dit te voorkomen, wordt automatisch de sluitertijd beperkt tot de kortste sluitertijd waarop de volledige beeldsensor belicht wordt door één enkele flits. Dat heet de flitssynchronisatietijd. Hierdoor neemt overdag met een sluitertijd als 1/200 wel de kans op overbelichting toe.

Tweede gordijn

Wanneer je een flitser gebruikt tijdens het fotograferen van bewegende onderwerpen ontstaat er bij langere sluitertijden een soort bewegingsspoor. Bij standaard flitsinstellingen zal de flitser afgaan direct bij opening van het eerste gordijn. Het onderwerp beweegt vervolgens verder terwijl het tweede gordijn zich sluit. Hierdoor zal het bewegingsspoor vóór het bewegende onderwerp uit lijken te bewegen, dus tegen de natuurlijke richting in. Met de functie Flitsen op tweede gordijn of ´Rear-curtain Sync´ flits je vlak voordat het tweede gordijn gesloten is, hiermee "bevries" je de beweging op het allerlaatste moment en ontstaat er een bewegingsspoor dat de beweging van het onderwerp volgt.



paly

Donkere situaties

Voor volledige controle gebruik je in situaties met beperkt licht bij voorkeur de handmatige stand van je camera. Kies vanuit een esthetisch oogpunt de hoeveelheid scherptediepte door middel van het diafragma. Aan de hand van de belichtingsaanduiding in de zoeker of op het lcd-scherm kies je een geschikte sluitertijd. Zonder statief is het raadzaam om geen sluitertijden te kiezen langer dan 1/60 seconde, de kans op bewegingsonscherpte blijft dan beperkt. Door de iso-waarde te verhogen leg je meer sfeer vast uit het beschikbare omgevingslicht van de achtergrond.
Hierna is het vrijwel niet meer nodig om je instellingen te wijzigen tenzij je meer óf minder scherptediepte wilt óf de lichtomstandigheden drastisch veranderen.

Overdag

Ook overdag biedt de handmatige stand verreweg de meeste controle over het eindresultaat. Maar omdat de lichtomstandigheden buiten minder constant zijn dan in de avond, kun je voor het gemak gebruikmaken van de A-stand. De flitser zal dan dienen als invullicht om harde slagschaduwen in bijvoorbeeld een portret als onderwerp te verhelpen.
Kies ook in de A-stand voor de gewenste scherptediepte, de camera kiest vervolgens een sluitertijd. De camera beperkt automatisch de sluitertijd tot de flitssynchronisatietijd. Er bestaat een mogelijkheid dat je foto's hierdoor overbelicht raken. Probeer het diafragma dan te knijpen (hogere F-waarde) tot een acceptabele waarde qua scherptediepte, om minder licht te vangen op de beeldsensor.


High Speed Sync

Om het probleem van gedeeltelijke onderbelichting bij hogere sluitertijden dan de flitssynchronisatietijd, te verhelpen hebben de camera's in het duurdere segment (vanaf de Nikon D7000/7100 en vanaf de Canon EOS 60D/70D) de beschikbaarheid over High Speed Sync. In plaats van één enkele flits tijdens het sluiten van de gordijnen, worden er meerdere flitsen gebruikt die elk deel van de beeldsensor gelijkmatig belichten.

Donkere kleding

Wanneer het onderwerp veel licht absorbeert of reflecteert, zal de flitsmeting van de reportageflitser niet goed uitpakken. Meestal komt dit voor bij donkere of witte kleding. Bij absorberende kleding (donkere kleding) denkt de flitser dat er minder licht is dan in werkelijkheid. Hij zal de flitsintensiteit opvoeren. Bij sterk reflecterende kleding (witte kleding) denkt flitser dat er meer licht is dan in werkelijkheid en de flitsintensiteit verminderen, wat een onderbelichte foto tot gevolg geeft. Met behulp van flitsbelichtingscompensatie los je dit eenvoudig op.

Conclusie

De automatische lichtmeting (TTL-flitsmeting) is niet heilig, je camera en flitser weten niet wat jij precies wilt bereiken met je foto. Wees daarom kritisch op je beelden en experimenteer met de belichtings- of flitsbelichtingscompensatie om eenvoudig invloed uit te oefenen op de keuzes van de programmastanden.
Dit is pas het begin van alle mogelijkheden die een reportageflitser te bieden heeft. Wanneer je alles onder de knie hebt, is strobistfotografie wellicht een uitdagende vervolgstap.

De belangrijkste fotografie tips voor beginners

Wil je meer handige tips voor beginners? Bekijk dan dit overzichtsartikel

Reacties (8)

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn

 
Provorm op 3 november 2017 om 10:17

Ik zeg, "zoek eens op Flitshuis" Manueel de volledige controle op flits en omgevingslicht. En daarnaast de vrijheid voor keuzes in scherptediepte en beweging (dynamiek). www.flitshuis.nl

Rolo72 op 22 juli 2016 om 21:49

Interessante tip; de "One Light" DVD's van Zack Arias (engelstalig)
Hierin wordt veel van de techniek (met een manuele flitser, dus géén TTL) haarfijn uitgelegd.
Invloed van diafragma/sluitertijd/ISO, flitsintensiteit t.a.v. afstand tot onderwerp.
Op Youtube kun je ook wat korte sessie van hem bekijken. Aanrader!

JeJeEs61 op 25 juli 2016 om 12:08

Als aanvulling wil ik graag het boek: The Hot Shoe Diaries, van Joe Mc Nally ( ISBN-13 978-0-321-58014-6) aanbevelen. De gebruikte apparatuur is Nikon, maar de tips en tricks geven duidelijke inzichten en zijn voor ieder merk en iedereen.

Matt-H-Imaging op 22 juli 2016 om 21:17

Een goed en duidelijk geschreven artikel.

Bij het hoofdstukje over HSS ook even aangeven dat niet alleen de camera, maar ook de flitser zelf HSS moet ondersteunen. Bij goedkope flitsers wil dat wel eens ontbreken.

Verder vind ik het een beetje jammer dat er bij voorbeelden van camera's vrijwel altijd alleen over Canon en Nikon spiegelreflexen wordt gesproken. Er zijn ook legio mensen die Pentax of Sony DSLR/SLT gebruiken. Bovendien fotograferen steeds meer mensen met mirrorless: amateurs maar ook semi-professionals en professionals.

PtR op 22 juli 2016 om 12:10

Een mooi en helder verhaal. Vereist nog wel een paar keer lezen maar het is de moeite waard. Alleen dit snap ik niet: "De sluitertijd heeft geen invloed op hoe het geflitste onderwerp op je foto komt". Als ik een receptie, feest, oid., fotografeer gebruik ik vaak een 1/60 of 1/30. Je pakt dan heel mooi nog wat bestaand licht mee. Indien mogelijk flits ik indirect en vaak zet ik de flitser ook op onderbelichten. Vooraf even wat testopnames maken om mijn keuze te bepalen.
Ik kom altijd met keurig belichtte en sfeervolle foto's thuis.

Matt-H-Imaging op 22 juli 2016 om 21:13

"De sluitertijd heeft geen invloed op hoe het geflitste onderwerp op je foto komt" is alleen van toepaasing als het onderwerp volledig door de flitser wordt verlicht en je geen gebruik maakt van omgevingslicht voor de belichting van je onderwerp.

PtR op 22 juli 2016 om 21:35

Ja, op die manier. Helder! Dankjewel Matt.

p9 op 22 juli 2016 om 11:37

Dat gaan we eens rustig doornemen ..dank je