Meld je gratis aan
Flitsen in de stad voor beginners © flitsen, stad, telefooncel

11 november 2016, 10:00

Bij fotograferen in de stad denk je al snel aan straatfotografie of misschien architectuurfotografie. Maar niet zo snel aan flitsen. Zonde, wij laten zien hoe leuk en creatief flitsen overdag en buiten kan zijn en hoe je zo'n spannend sfeertje kunt oproepen in je foto's.

Lopend door een stad kom je allerlei objecten tegen om te fotograferen. Tot nu toe deed je dat misschien met het bestaande licht en was je overgeleverd aan de weergoden. Op bewolkte dagen waren de objecten keurig zacht uitgelicht, al wilde je dat misschien niet. Op zonnige dagen kreeg je harde slagschaduwen waar je ook niet op zat te wachten. Neem een standbeeld in een park. Op een regenachtige dag steekt het beeld nogal grauw af tegen de groene achtergrond.


Als je een flitser (of twee) uit verschillende richtingen het object laat verlichten, ontstaat al gauw een veel spannender sfeertje. Alles wat je hoeft te doen is de goede instellingen gebruiken. En daar zit 'm nou net de crux. Veel fotografen zien de flitser als noodzakelijk kwaad. Een evil doosje dat je nou eenmaal zo af en toe nodig hebt. Maar onbekend maakt onbemind. Want met een klein beetje knoppenkennis ziet de flitser er meteen een stuk vriendelijker uit en zul je hem met plezier de stad laten zien. Het apparaat zorgt voor licht uit de juiste richting, verheldert subtiel portretten en kan zelfs een hele nieuwe lichtsetting creëren. Saaie objecten in een buitenomgeving als de stad zijn met de flitser om te toveren tot ware kunstwerken, mits goed verlicht.

Instellingen

Grofweg zitten er op je flitser twee belangrijke standen. De eenvoudigste is de M-stand (manual). Als je die op de flitser instelt - meestal met de mode knop - kun je kiezen voor een gedeelte van het totale vermogen van de flitser. Je ziet dat gedeelte altijd terug als breuk in het display van de flitser. Zo betekent 1/8 dat de flitser een achtste deel van het totale vermogen uitspuugt op het moment dat hij afgaat en bij 1/1 geeft hij het volle vermogen af. Afhankelijk van de gebruikte flitser kun je tot 1/64 of 1/128 van het totale vermogen afgeven. Let er wel op: bij 1/1 heeft de flitser minstens vijf seconden nodig om weer volledig op te laden. Bij een kleinere breuk kun je vaak ononderbroken doorflitsen.

De andere veelgebruikte modus is TTL. De flitser meet in deze modus het teruggekaatste licht en stopt wanneer hij denkt dat het genoeg is. Hij meet door de lens, vandaar de afkorting TTL, through the lens. In deze modus hoef je verder niets in te stellen, alles gaat automatisch. Indien nodig kun je de flitser bijstellen door de TTL-meting te 'plussen' (meer licht) of te 'minnen' (minder licht). Dit zien je terug als bijvoorbeeld -2/3 of +2 op je display.

Op het eerste gezicht lijkt TTL bruikbaarder dan M. Maar vergis je niet in de voordelen van de handmatige stand. Deze zorgt namelijk voor constant dezelfde lichthoeveelheid, hoe vaak je ook flitst. Bij TTL ben je afhankelijk van de meting die de flitser doet. Draai je je objectief een paar graden naar links of rechts, dan kan er bij de volgende opname een totaal andere flitshoeveelheid uit het apparaat komen. Wel is het zo dat fabrikanten de TTL-functie constant blijven verbeteren, zodat het in de praktijk - vooral als je snel moet werken - een prima optie is. Veel professionele fotografen werken alleen in M, omdat ze liever zelf de controle houden.

Invulflitsje

De meest eenvoudige en subtiele manier om je flitser te gebruiken is als invullicht. Voor een mooi effect hoef je vrij weinig te doen. Stel je fotografeert een veerpont in tegenlicht, met mensen die opstappen. Met bestaand licht ontstaat een silhouetopname met onherkenbare personen op de voorgrond. Zet je nu de flitser aan, gewoon op TTL zonder correctie, dan krijg je veel meer herkenning in de personen. Ook de kleuren komen terug.

Een andere mogelijkheid is je flitser als invullichtje bij portretten. Wanneer half in de zon staat, kun je slagschaduw over zijn gezicht met de flitser makkelijk invullen. Hier kun je mooi de manuele stand van de flitser inzetten om de juiste balans te vinden. Is met 1/16 schaduw nog te donker en zie je bij ½ het zonlicht niet meer? Dan is de juiste instelling waarschijnlijk 1/8. Je hebt hier weliswaar drie opnames voor nodig, maar in de meeste gevallen zal je model dat geduld wel kunnen opbrengen. Probeer het liever niet uit tijdens het kusmoment bij een betaalde bruidsreportage.

Los vast

Je ingebouwde- of opzetflitser zit standaard bovenop je camera. Het voordeel is dat je flits altijd goed naar voren gericht is. Bovendien raak je de flitser nooit kwijt, omdat hij vastzit aan je camera. Het allergrootste nadeel van de flitser op je camera is dat het licht altijd frontaal op je onderwerp komt. Het zorgt niet alleen voor platgeslagen licht, het beperkt je ook in je creativiteit, vooral in de stad.

Want zou het niet leuk zijn als je de flitser gewoon los van de camera kon gebruiken, waardoor je hem uit een andere richting kunt laten komen? Natuurlijk. Het eerste voordeel is dat een flits vanaf 45 graden of meer ten opzichte van de camera zorgt voor plasticiteit. De flitser geeft dan licht- en schaduwwerking. Ons oog vindt dat prettig en ziet de elementen op de foto meer driedimensionaal. Maar er kan meer. Je kunt de flitser op allerlei plekken neerleggen en zetten voor bijzondere belichtingen.

Beperkingen

Natuurlijk heb je ook met de flitser in de stad de nodige beperkingen. De meeste flitsers hebben een maximaal richtgetal van rond de 40, wat betekent dat ze een meter of vijf tot tien kunnen flitsen. Als je de bovenste etage van de Eiffeltoren bekijkt, zie je daar per minuut minstens honderd flitsen vanaf komen. Deze mensen denken dat ze met hun flitser de hele stad kunnen uitlichten. In werkelijkheid verlichten ze alleen de spijlen van het hek waar ze achter staan. Alles verder weg dan vijf meter blijft volledig zwart. Ook in de stad gebruik je de flitser dus altijd binnen het bereik, wat inhoudt dat je dicht bij objecten moet gaan staan om effect te zien van de flitser.

Balans

Tot nu toe zijn we ervan uitgegaan dat je flitser een ondersteunde rol heeft. Je kunt hem ook je hoofdlicht laten zijn. Daarvoor is het belangrijk dat je de balans tussen flits en bestaand licht verandert. Eigenlijk moet je het bestaand licht wat dimmen om het effect van de flitser ten volle te zien.

Laten we een banaal object als uitgangspunt nemen: een set haken van een vuilcontainer. Als je die met alleen bestaand licht fotografeert, lijken het saaie objecten waar je fotografisch geen prijzen mee wint. Ga je nu twee flitsers aan weerszijden van de haken plaatsen, wordt het al een stuk spannender. Het belangrijkste ingrediënt is de sluitertijd. Goed gemeten is die in dit geval 1/60. Op de foto is de sluitertijd verkort tot 1/250. In feite is de foto, qua bestaand licht, dus twee stops onderbelicht. Dat zie je ook aan de donkere achtergrond. Door de flitsers blijven de haken wel goed belicht. De sluitertijd heeft alleen invloed op het bestaande licht, niet op het flitslicht. Zo creëer je een surrealistische sfeer met de eenvoudige hulp van twee flitsertjes en de juiste instelling. Op dezelfde manier kun je dus ook standbeelden, bankjes, maar ook hekwerken en rioolbuizen fotograferen.



Ook leuk om te doen met de flitser is saaie steegjes verlichten. Hiervoor zet je een flitser aan het andere uiteinde van een dunne steeg en voilà, de scène lijkt zo uit een film weggelopen. Probeer ook eens een verkoper van hotdogs uit te lichten of de etalage van een winkel, waarbij je de flitser niet van buiten maar van binnen laat schijnen. De mogelijkheden zijn eindeloos.

Bevriezen

Een klassiek onderwerp in de stad om met losse flitsers te fotograferen zijn skaters en fietscrossers. In een halfpipe of crossbaan maken ze vaak spectaculaire manoeuvres, die je uitstekend kunt bevriezen met een (externe) flitser. Vraag een skater of hij een mooie actie een paar keer achter elkaar uit wil voeren. De skater ziet dit vaak als een grote eer, vooral als je hem een printje belooft. Stel je flitsers op, bij voorkeur in tegenlicht. Dim ook hier je bestaand licht iets om de flits optimaal te kunnen zien. Een kortere sluitertijd dus. De flitser heeft hier nog een voordeel: hij bevriest de situatie mooi. Een flits is namelijk heel kort, vaak maar 1/10.000 van een seconde. Experimenteer vooral met de richting waaruit je de flitser laat komen, vaak zijn extreme standpunten mogelijk. De skater zal met liefde tien keer extra voor je springen.

Wil je nog meer leren over het instellen van je flitser? Lees dan de volledige beginnerscursus voor fotograferen met een reportageflitser.

damona-art

De belangrijkste fotografie tips voor beginners

Wil je meer handige tips voor beginners? Bekijk dan dit overzichtsartikel

Reacties

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn