Meld je gratis aan
Sneeuwfoto's voor beginners © molen, winter, sneeuw, licht

27 januari 2017, 10:00

Kou, mist, sneeuw, fel of juist gedempt zonlicht en een verstilde natuur maken fotogenieke plaatjes. Maar hoe leg je die ski

In dit artikel hebben we acht tips voor het fotograferen van sneeuwlandschappen op een rij gezet.

Bij winter denken we aan sneeuw en ijs. Toch zijn dagen met een sneeuwdek (de dagen dat de grond wit blijft, de droom van de winterfotograaf) zeldzaam. Sneeuwlandschappen in combinatie met dichtgevroren sloten, plassen en kanalen zijn zelfs een regelrechte fotografische jackpot! Voor sneeuwzekerheid in je foto's moet je dus naar het buitenland. Sneeuwfoto's in Nederland zijn een kwestie van geluk, een goede voorbereiding en een snelle reactie als het zover is. Waar moet je zoal op letten?

AnnCools

Blauwe en grijze sneeuw

Camera's houden niet van sneeuw. Van al die ongewone witheid raken ze van in de war. De automatische belichtingsprogramma's in camera's zijn ingesteld op 'gemiddeld grijs' (een gemiddelde van alle lichte en donkere elementen in je foto). Bij sneeuwfoto's gaat dit uiteraard niet op. De camera gaat uit van gemiddeld grijs en denkt - door al dat wit - dat er heel veel licht is. Daardoor wordt de belichting onterecht verkort. Gevolg: een te donkere foto met grauwe sneeuw. Gelukkig is dit euvel eenvoudig te verhelpen. Kijk even in de handleiding of je camera een sneeuw-setting heeft. Ja? Schakel die dan in voor goed belichte sneeuwfoto's. Nee? Gebruik dan de belichtingscompensatie. Met een knop of draaiwieltje op je camera kun je vaak de belichtingstijd verlengen of verkorten. Bij verlengen valt er langer licht op je camerasensor waardoor je een lichtere foto krijgt en dus witte sneeuw. Deze extra belichtingstijd wordt weergegeven in stops licht. Afhankelijk van je camera kun je de belichtingstijd verlengen (of verkorten) in stapjes van 1/3 stop. Plus betekent meer licht, min is minder licht. Het maximale bereik is vaak +3 tot -3 stops. Experimenteer even om te bekijken hoeveel extra belichtingstijd een optimale sneeuwfoto oplevert.

Als vuistregel geldt bij zonnig weer +2 stops, bij bewolkt weer +1 stop.

Het mooiste licht

Als je de belichting en de witbalans onder controle hebt, kun je aan de slag. Maar wat is nou het mooiste licht om te fotograferen? Dat hangt een beetje af van je persoonlijke voorkeur. De lange schaduwen van het vroege ochtend- en late avondlicht geven reliëf, diepte en kleur aan je compositie die midden op de dag onzichtbaar zijn door het schelle zonlicht. Vroeg op de dag reflecteren kleine ijskristalletjes het lage zonlicht en hullen ze de omgeving in een warme oranje of rode gloed. Door te spelen met de invalshoek van het licht kun je kleuraccenten en vormen in de sneeuw veel beter vastleggen. Ideaal dus om sprookjesachtige sfeerbeelden te maken en gelaagde landschapsfoto's.
Midden op de dag worden de contrasten tussen (donkere) gebouwen, bomen en bergen en de sneeuw groter. Doordat de zon loodrecht op de sneeuw schijnt, verliezen de sneeuwvlakken bovendien structuur en detail. Hoewel schaduwen bij deze zonnestand kleiner en korter worden, worden ze ook erg hard en dat ziet er lelijk uit.

Landschapsfotografie kun je dus vergeten. Je zult nu vooral portretten moeten schieten. En dat komt goed uit, want skiën, sleetje rijden, schaatsen of sneeuwballen gooien doe je niet in het donker, maar midden op de dag. Vroeg en laat op de dag fungeert het sneeuwdek als een grote diffuser die je modellen - afhankelijk van de hoek op de zon - fraai uitlicht. Flitsen is dan dus overbodig. Flits wel op het midden van de dag bij tegenlichtopnames of wanneer de loodrechte zonnestand lelijke harde schaduwen onder het petje of de helm, oogkassen, neus en kin van je modellen tovert. Een invulflits veroorzaakt kleine lichtjes in de ogen van je model, wat het portret een stuk levendiger maakt. Daarnaast komt je onderwerp door een invulflits een beetje los van de achtergrond, waardoor er meer diepte ontstaat. Kruip lekker dicht op je modellen en gebruik je groothoeklens (tussen de 10 en 20 mm) om een gevoel van intimiteit en spanning te creëren. Onderwerpen met felgekleurde kleding werken het best op dit soort foto's. Ze steken mooi hard af tegen de sneeuw en krijgen zo extra pit en impact.

dennisvdwater

Actie!

Skiërs, sleeërs en snowboarders razen over de piste en dat vereist van jou en je camera een (pro)actieve instelling. Gelukkig is actiefotografie in sneeuwlandschappen vaak prima te doen. De witte achtergrond weerkaatst immers veel licht. Die natuurlijke reflector licht enerzijds schaduwen op en maakt anderzijds snelle sluitertijden mogelijk zonder dat je hoge iso-waardes hoeft te selecteren. Met zon kun je vaak prima de voeten met een lage iso-waarde van 100 of 200. Bij bewolkt of nevelig weer is 400 iso vaak ruim voldoende. Ideaal om details en kleuren scherp en helder vast te leggen.

Snelle actie kun je op verschillende manieren vastleggen. Zo kun je een model haarscherp 'bevriezen' op je foto's. Kies een snelle sluitertijd (bijvoorbeeld 1/1000 sec of hoger), stel scherp op de plek van de actie en druk af als je model langs zoeft. Stel je camera in op continu transport, waarbij je meerdere foto's per seconde kunt maken. Kies voor continue scherpstelling, zodat je onderwerp steeds in focus blijft tijdens de actie. Selecteer vervolgens simpelweg de beste foto. Je kunt ook juist voor een langere sluitertijd kiezen (bijvoorbeeld 1/125 sec of lager) en je camera met het model 'meetrekken' tijdens de actie. Met wat oefening zul je zien dat de achtergrond wazig wordt, maar je model scherp wordt weergegeven op de foto's. Een erg dynamisch gezicht!

Lijnen en gelaagdheid

De fotografische regels voor landschapsfotografie in de sneeuw zijn identiek aan die voor landschapsfotografie zonder sneeuw. Ware het niet dat je veel minder kleuren, vlakken, vormen en patronen zult zien in het besneeuwde landschap en je dus nog beter moet nadenken over je compositie! Zorg bijvoorbeeld altijd voor een herkenbare voorgrond (zoals een setje ski's, takken of een sneeuwpop), een middensectie (de skilift, kleurige huisjes of bomen) en een achtergrond (een bergrug of opvallende wolken) in je foto's. Zo krijgt je foto diepte en wordt hij minder plat en fantasieloos. Zorg ook dat er mensen of dieren in je foto's staan. Die levende elementen geven een gevoel van schaalgrootte aan je landschap, maar voegen ook een sprankje leven toe. En dat is vaak nét wat zo'n weids, wit, koud landschap nodig heeft.

Maak bij winterlandschappen zoveel mogelijk gebruik van lijnen (zoals de skilift, rijen bomen of een wandelpad) en laat deze diagonaal door je foto lopen. Dat heeft een dynamisch effect en leidt het oog van de kijker door de foto. Fotografeer landschappen bij voorkeur vroeg of laat op de dag, wanneer er interessante schaduwpartijen ontstaan die diepte creëren. Speel ook met de lichtinvalshoek. Met licht van opzij worden oneffenheden geaccentueerd, zoals windpatronen in de sneeuw en de scherpe toppen van dennenbomen.

Positioneer kleuren op de voorgrond of in de middensectie van je foto die mooi contrasteren met de witte achtergrond. Denk aan fel rood, geel of groen. Vermijd juist grijs, zwart of pastelkleuren. Die doen vaak afbreuk aan je foto. Een polarisatiefilter kan de strakblauwe lucht intenser maken, kleuren meer pit geven en besneeuwde takjes nog meer nadruk geven. Gebruik het met mate, teveel reclameachtig opgepepte knalkleuren gaan snel vervelen. Let bij sneeuwfotografie ook extra goed op storende elementen in je foto's.

jozeeke

Extra aandacht voor je uitrusting

Camera's en objectieven kunnen best tegen een beetje sneeuw, kou en vocht. Let wel op een aantal zaken. Bij vorst kan vocht (ook uit je eigen ademhaling) op je camera bevriezen. Stop de camera onder je jas als je even niet fotografeert en het probleem is opgelost. Houd je objectief altijd droog en schoon, want sneeuw- of regenspatten op je lens zorgen voor onscherpe vlekken in je foto's. Bovendien kan vocht zich langzamerhand een weg in het interieur van je camera of objectief banen. Richt je camera dus niet omhoog tijdens een sneeuwbui en wissel zo weinig mogelijk van lens onder natte omstandigheden.

De batterijen van je camera of flitser kunnen slecht tegen lage temperaturen en kunnen er zelfs plotseling mee ophouden. Neem dus altijd extra batterijen mee en bewaar deze op een warme plaats (bijvoorbeeld je broekzak). Stopt de batterij in je camera ermee? Verruil de koude batterij dan voor een warme en warm de koude accu vervolgens weer op in je zak. Hij zal op miraculeuze wijze zijn spanning hervinden, waardoor je de truc nog een paar keer kunt herhalen.




Inspiratie opdoen? Bekijk een aantal prachtige sneeuw en wintersportfoto's in deze collectie

Reacties

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn