Meld je gratis aan
Ultieme Cursus Lightroom Classic CC - Deel 2

22 maart 2018, 00:00

Met Adobe Photoshop Lightroom is het bewerken van je foto's een fluitje van een cent. De meeste aanpassingen doe je via schuifjes en het resultaat is direct zichtbaar op de foto. Hierdoor kun je je foto precies aanpassen naar je eigen wensen. Maar wat doen al die schuifjes nou precies en welke regels moet je in je achterhoofd houden? Pak de foto die je wilt bewerken en we leiden je stap voor stap door de Ontwikkelmodule van Lightroom.

In deel 1 leer je foto's importeren en organiseren in Lightroom Classic CC.

De ontwikkelmodule van Lightroom.

Wat is een raw-bestand?

In Lightroom werk je met raw-bestanden, maar wat is dat eigenlijk? Elke camerafabrikant heeft zijn eigen versie met een eigen naam (bij Canon eindigen de bestanden bijvoorbeeld op .cr2), maar in feite komt het altijd op hetzelfde neer. Het bestand bevat de ruwe, onbewerkte data die de sensor opvangt van je camera tijdens de opname.
Dit is anders dan een jpg-bestand, die je waarschijnlijk wel kent van foto's die je online deelt. Jpg-bestanden zijn vaak voorzien van een bewerking en datacompressie door de camera, waardoor de bestandsgrootte kleiner wordt. Handig om mee te nemen en snel te delen met vrienden, maar het bevat veel minder informatie dan een raw-bestand. In feite is een jpg-bestand de afdruk van het negatief. Je kunt er niet zoveel meer aan veranderen.

We werken dus in Lightroom met raw (de negatieven), omdat we daar het meeste aan kunnen veranderen, zonder dat de beeldkwaliteit achteruitgaat. Het is technisch mogelijk om jpg-bestanden in Lightroom te laden, maar elke bewerking zal de beeldkwaliteit verder verslechteren. Zorg dus dat je altijd fotografeert in raw!

De Ontwikkelmodule

Om in de Ontwikkelmodule te komen, druk je rechts bovenin op Ontwikkelen terwijl je een foto hebt geselecteerd. Het scherm zal nu overschakelen naar de instellingen die je allemaal kunt aanpassen, zoals belichting en contrast. Deze verschijnen rechts in beeld. Hier gaan we straks onze bewerking uitvoeren.Ook de linkerkant van het scherm verandert. Hier verschijnen de menu's Voorinstellingen, Momentopnamen en Historie. We bespreken deze onderdelen kort.

Onder het kopje Voorinstellingen kun je bepaalde bewerkingen opslaan, bijvoorbeeld voor een bepaalde bewerkingstechniek die je leuk vindt en vaker wilt toepassen. Ook vind je hier een aantal door Lightroom aangeleverde voorinstellingen. Dit kan interessant zijn, omdat je een idee krijgt van de vele mogelijkheden, maar we willen natuurlijk zelf aan de slag!

Momentopnamen maakt het mogelijk om een bewerking op een bepaald moment vast te leggen. Pas je de foto daarna nog aan, dan kun je altijd weer terug naar deze bewerking. Van de drie is Historie het belangrijkst: alle aanpassingen die je aan je foto doet, worden hier geregistreerd. Wil je een of meer stappen terug, dan kan dat via de geschiedenis.

Historie is een handig hulpmiddel om terug in de tijd te gaan.

[h]Foto's bewerken
[/h]En dan nu voor het echte werk. De rechterkolom is je gereedschapskist voor het bewerken van je foto, waarvan de belangrijkste onderdelen logischerwijs bovenaan staan. Veel meer dan de instellingen onder het kopje Standaard en het Histogram heb je niet nodig. Voor deze basiscursus zullen we ons dan ook op deze onderdelen richten.

Histogram

Het Histogram boven in de rechterkolom doet uit zichzelf vrij weinig. Het is niet meer dan een grafische weergave van de data in de foto en dus de belichting. Toch is hij van grote waarde om je foto te bestuderen en de resultaten van je bewerkingen in de gaten te houden. De grafiek loopt over de horizontale as van donker naar licht. Zo kun je zien of je foto over- of onderbelicht is. Staat de grafiek aan de linkerkant van het histogram, dan is de foto (deels) onderbelicht.

Staat hij juist meer naar rechts, dan kun je te maken hebben met overbelichting. Hierbij is het belangrijk om te kijken of de grafiek de randen van het histogram raakt. In dat geval is een onderdeel zozeer over- of onderbelicht dat er geen (of juist teveel) data is opgenomen. Dat is soms onvermijdelijk, soms de opzet van de fotograaf, maar meestal zonde. Het betekent namelijk dat die plekken in de foto niet meer te redden zijn met een bewerking.
Je ziet dit bijvoorbeeld aan 'dichtgelopen schaduwen' en 'uitgebeten luchten', om er een beetje jargon tegenaan te gooien. Kortom, de belichting had tijdens het fotograferen bijgesteld moeten worden. Via de twee driehoekjes in de bovenhoeken kun je zien om welke gebieden het gaat.
Tijdens de bewerking zal het histogram ook verschuiven, omdat de licht-donkerverhouding verandert. Houd dus een schuin oog op je histogram terwijl je bezig bent, zodat je het ziet wanneer je zelf over- of onderbelichting veroorzaakt. Dit is niet altijd even makkelijk waar te nemen in de foto zelf, zelfs wanneer je de foto op 100% bekijkt.

Het histogram.

Witbalans

Vervolgens gaan we aan de knoppen draaien. Onder het kopje Standaard vind je als eerste de witbalans (WB) van je foto. Lightroom gebruikt hier in eerste instantie de instelling die jij in je camera gebruikte. Via het menu kun je een voorinstelling kiezen, of Lightroom de juiste witbalans laten bepalen via Automatisch. Ook kun je het schuifje achter Temperatuur heen en weer schuiven, waarna je de Tint kunt gebruiken om hem te perfectioneren. Is er een witte muur of een wit vel papier op de foto? Klik dan op het pipetje en vervolgens op deze kleur. Lightroom voert dan de correctie uit aan de hand van de kleurzweem op deze plek.

Witbalans instellen.

Het is je vast wel eens gebeurd dat een foto knaloranje bleek uit te vallen. Het menselijk oog past zich te snel aan om het door te hebben, maar elke lichtbron, zoals de zon, een gloeilamp of een tl-lamp, heeft een andere kleur en dit zien we terug op een foto. Om die kleur van het licht (uitgedrukt in graden Kelvin) te corrigeren, stellen we de witbalans in. Wit wordt dan echt wit.
Het is aan te raden om per foto de witbalans correct in te stellen, maar automatische witbalans komt doorgaans een heel eind in de buurt. Fotografeer je in raw, dan kun je de witbalans altijd nog aanpassen in Lightroom.

Hooglichten en schaduwen

Ik hoor je al denken: wacht even, je slaat iets over. Juist, de instellingen Belichting en Contrast bewaren we tot later. Het is namelijk verleidelijk om de belichting omhoog te draaien wanneer je een donkere partij te onduidelijk is, maar dit kan weer voor overbelichting in andere delen van de foto zorgen. Door juist de Hooglichten en Schaduwen aan te passen, veranderen alleen die gebieden. Vind je dat de zon wel erg fel op iemands voorhoofd reflecteert? Verlaag dan de hooglichten en er komt meer detail terug. De schaduwpartijen worden echter niet donkerder en lopen dus niet dicht.
Andersom geldt dit ook voor het terughalen van details uit schaduwen. Je zult versteld staan van de hoeveelheid detail die verstopt zit in een donker deel van je foto. Hoe verder je de schuifjes van elkaar trekt, hoe vlakker en matter je foto wordt, dus let hier op.

De standaard gereedschappen voor fotobewerking.

Witte en Zwarte tinten

Voor een basiscursus Lightroom vallen Witte en Zwarte tinten net buiten het kader. De instellingen lijken op die van Hooglichten en Schaduwen, maar hebben een veel extremer effect en worden voor andere doeleinden gebruikt. Natuurlijk valt ermee te experimenteren, maar je gaat snel over een grens, waardoor foto's er onnatuurlijk uit gaan zien, bijvoorbeeld door lelijke huidtinten. Gebruik met mate!


De eerste bewerking, we hebben de witbalans een klein beetje aangepast, de hooglichten teruggedrongen en de schaduwen opgehaald.

Belichting, verzadiging en contrast

Nu je de witbalans hebt gecorrigeerd en de hooglichten en schaduwen hebt aangepast, zal je zien dat je histogram er volledig anders uitziet dan toen je begon. Is de belichting van de foto nog niet helemaal goed? Dan is nu het moment om de Belichting aan te passen. Verplaats het schuifje naar rechts als de foto onderbelicht is en naar links bij overbelichting. Let hierbij weer goed op je histogram en voorkom dat de grafiek de randen raakt. De hoeveelheid belichting (gemeten in 'stops') die je kunt toevoegen of verminderen is afhankelijk van de kwaliteit van je raw-bestand. Het ene bestand bevat nu eenmaal meer informatie dan het andere. Over het algemeen is het geen probleem om het schuifje naar +1 of -1 te schuiven, maar wees na dit punt voorzichtig: te veel kan leiden tot een slechtere beeldkwaliteit.

Het kan wel eens gebeuren dat je foto iets neutraler, vlakker en eigenlijk saaier is geworden door de aanpassingen in hooglichten en schaduwen. Je hebt de extremen van de foto hiermee immers afgevlakt. Er is, met andere woorden, een gebrek aan contrast en kleur. Met de instelling Contrast voeg je contrast toe aan de hele foto, waardoor lichte partijen weer iets lichter worden en donkere partijen iets donkerder. Over het algemeen werkt dit prima voor foto's met weinig extreme tinten. Heb je veel schaduwen en hooglichten in je foto, dan worden deze ook extremer. Een alternatief is Verzadiging dat op een vergelijkbare manier alle kleuren versterkt in de foto. Dit geldt dus ook voor kleuren die je eigenlijk niet nog intenser wil hebben. Om hier geen last van te hebben, kunnen Helderheid en Levendigheid uitkomst bieden.

Te veel contrast en verzadiging: schaduwen lopen dicht en huidtinten worden oranje. In deze foto zit al vrij veel kleur en contrast, dus kunnen we deze knoppen grotendeels met rust laten.

Helderheid en levendigheid

Lightroom biedt de opties Helderheid en Levendigheid als een subtieler alternatief voor Contrast en Verzadiging. Door te schuiven aan Helderheid voeg je namelijk ook contrast toe, maar alleen in de middentonen van de foto. Wanneer je dit aanpast, zal je zien dat het histogram vooral in het midden verandert. De extreem donkere en lichte partijen worden weinig tot niet aangepast, waardoor er veel minder over- of onderbelichting zal ontstaan in die gebieden. Levendigheid kun je zien als een equivalent, maar dan voor Verzadiging. Waar verzadiging alle kleuren in je foto versterkt, doet Levendigheid dit alleen bij kleuren die dit kunnen gebruiken. Kleuren die al flink verzadigd zijn, laat hij met rust. Dit zorgt dus voor meer pit in je foto, zonder dat kleuren onrealistisch fel worden.
Je zult merken dat je bij portretten compleet andere instellingen nodig hebt dan bijvoorbeeld bij een landschap of een foto van een stad. Te veel contrast of verzadiging in een portret zorgt snel voor vreemde huidtinten en vlekken. Alle minuscule oneffenheden, puistjes en rimpeltjes worden namelijk ook flink versterkt en dat geeft rare effecten.

Dat is beter. Met een beetje Helderheid en Levendigheid komt de foto meer tot leven, zonder dat we de extreme uitersten aanpassen.

Exporteren

Als je alle voorgaande stappen hebt doorlopen, zal je zien dat je foto flink is veranderd. Door op de Y-toets van je toetsenbord te drukken, zie je de oorspronkelijke foto naast je huidige bewerking. Wat nu? Afdrukken? Delen met je vrienden en familie? Omdat Lightroom alle aanpassingen die je doet opslaat in de Catalog die we eerder bespraken, blijven je originele raw-bestanden onaangepast. De bewerking wordt pas toegepast wanneer we het bestand exporteren. Dat moeten we dus eerst doen, voordat we vol trots ons werk kunnen tonen.


We voegen nog een klein beetje belichting toe en dan zijn we klaar. Door op Y te drukken, kunnen we nog een keer bekijken hoe de originele foto eruitzag.

Welk bestandstype kies je?

Om de foto te exporteren, moeten we eerst terug naar de Bibliotheek. Daar klik je links onderin op Exporteren... om het bijbehorende dialoogvenster te openen. De velden Exportlocatie en Bestandsnaamgeving spreken voor zich: hier bepaal je waar je de uiteindelijke bestanden wilt opslaan en of ze een andere naam moeten krijgen. Waar het echt interessant wordt, is onder het kopje Bestandsinstellingen. Hier geef je aan wat voor bestand Lightroom van je bestand moet maken. De meest voor de hand liggende keuze is jpg. Het resulterende bestand is klein en makkelijk te delen. Wanneer je de Kwaliteit op 100 laat staan, zal de beeldkwaliteit minimaal verminderd worden. Op deze manier kun je de foto zonder problemen afdrukken.

Het dialoogvenster om foto's te exporteren.

Weet je bij voorbaat al dat je de foto niet gaat afdrukken of wil je de foto op een website plaatsen? Kies dan voor iets minder kwaliteit (bijvoorbeeld 70 of 80), hierdoor worden de bestanden een stuk kleiner en dus beter geschikt voor online gebruik. Wil je juist zeker weten dat je geen enkele pixel mist in het uiteindelijke bestand, kies dan voor tiff. Dit bestandstype wordt standaard niet voorzien van datacompressie, waardoor je verzekerd bent van de allerbeste beeldkwaliteit. Dit zie je echter ook terug in een flinke grootte van de bestanden.

Jpg is voor de meeste doeleinden geschikt. Tiff kun je gebruiken voor ultieme beeldkwaliteit.

Dezelfde tip geldt eigenlijk ook voor het instellen van de Afbeeldingsgrootte. Vul je hier niets in, dan exporteert Lightroom het bestand in de maximale resolutie. Die is gelijk aan die van het originele raw-bestand. Ga je de foto online delen of op een website publiceren, dan heeft het wel degelijk zin om het bestand kleiner te maken. Door bijvoorbeeld de Lange zijde op 1920 pixels in te stellen, houd je rekening met de meeste Full HD-monitoren, maar is je bestand veel makkelijker te delen.
Aangezien we geen verscherping hebben toegepast tijdens de bewerking, kun je onder het kopje Uitvoer verscherpen aangeven voor welk medium de foto gebruikt gaat worden. Druk vervolgens op Exporteren en je bent klaar!

Conclusie

Gefeliciteerd, je hebt zojuist je eerste stappen gemaakt met Lightroom! We hebben je een aantal basisvaardigheden geleerd en nu is het aan jou om het programma verder te ontdekken. Probeer, experimenteer en wees niet bang. Hoe meer tijd je in Lightroom besteedt, des te beter je de verschillende gereedschappen onder de knie zult krijgen. Veel plezier!

Benieuwd naar meer? Lees het eerste deel van de Adobe Lightroom Basiscursus in Zoom.nl 3 2018.


Reacties

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn