Upload jouw foto's
Basiscursus: Exif en histogram

30 maart 2010, 09:16

Handige en leerzame informatie in je fotobestand Een digitaal fotobestand bestaat uiteraard voor het belangrijkste deel uit de foto zelf. Het bevat echter nog meer informatie. Een deel kun je zelf toevoegen, zoals trefwoorden en een beschrijving. Een ander deel, dat je niet direct ziet, levert de camera aan: de exif-data of metadata. Ook de foto vertelt, dankzij het histogram, meer dan je zou denken. Allemaal handige informatie waar je wat mee kunt!

Exif, wat staat voor EXchangeable Image File format, is ooit bedacht om de samenwerking tussen verschillende beeldapparaten (zoals camera's en printers) te verbeteren. Hoewel het algemeen gebruikt wordt, is het geen officiële standaard. Wat en hoe iets precies in de exif staat, kan dus verschillen van apparaat tot apparaat. Maar meestal houdt iedereen zich netjes aan de richtlijnen. In principe bestaat exif uit een beschrijving van de thumbnail, de cameragegevens, gegevens over de opnamedatum en -tijd plus copyrightgegevens. De uitgebreide beschrijving en trefwoorden horen weer bij de IPTC en XMP: een ander type metadata (zie kader).

Exif lezen

Al die exif-gegevens zie je niet wanneer je de foto opent. Je kunt ze op een aantal manieren zichtbaar maken. Als je in Windows of Mac OS de bestandsinformatie opvraagt, krijg je al wat te zien van de exif. In Photoshop kun je bij bestandsinformatie de exif-data opvragen, al heet het daar Camera Data. Lightroom laat de exif-informatie gelijk zien, en zo zijn er nog veel meer programma's waarmee je de exif-data kunt bekijken. Bij het ene programma krijg je meer te zien dan bij het andere. Ook heel veel fotosites, waaronder de Zoom.nl Gallery, laten de exif zien.

Interessant of niet?

Bekijk je de exif via bijvoorbeeld EXIFTools, dan krijg je werkelijk alles te zien. Heel veel van die informatie is eigenlijk niet zo interessant voor jezelf, maar wel voor andere programma's en apparaten. Zoals de resolutie, weergegeven als X- en Y-resolutie. Bij compactcamera's staat daar vaak 72 dpi, bij professionelere toestellen 240 of 300 dpi. Dat zegt echter niets over de kwaliteit van de foto zelf, alleen over de afdrukresolutie. Deze informatie is dus hoofdzakelijk bestemd voor de printer. Net zoals de kleurruimte (AdobeRGB of sRGB) vooral voor printer en beeldscherm bedoeld is.
Met deze gegevens kun je zelf nog wel wat, maar er zijn ook velden waar je als gebruiker niet veel mee kunt aanvangen. De velden met YCbCr bijvoorbeeld, die informatie geven op pixelniveau.

Datum en tijd

Veel andere velden daarentegen kunnen wel handig en/of interessant zijn. Een prima voorbeeld is het veld Datum en tijd. Niet alleen wordt opgeslagen wanneer de foto gemaakt is (het veld Date Created), maar ook wanneer de foto bijvoorbeeld voor het laatst is bewerkt. De combinatie datum en tijd is uniek, en daardoor prima bruikbaar om foto's te zoeken en te hernoemen. Dan moet uiteraard wel de klok in de camera goed staan, hoewel je dat met veel programma's desnoods ook naderhand kunt corrigeren.
Door de datum in de bestandsnaam van je foto te verwerken, krijg je al snel een unieke naam. Zet na de datum een volgnummer en een beschrijving, en een bepaalde foto zoeken is een fluitje van een cent. Dat hernoemen hoef je niet per se handmatig te doen. Veel programma's, zoals ACDSee en PhotoMechanic, lezen de datum van de opname uit de exif en zetten die automatisch in je bestandsnaam. Ook een programma als Picasa of iPhoto gebruikt de datum en tijd uit de exif, voornamelijk om foto's te sorteren.

molens

Een prachtige lucht! Als je wilt weten hoe laat je daarvoor uit je bed moet, kijk je in de exif. Deze fotograaf is erg vroeg opgestaan, want de foto is om tien over half zes 's ochtends gemaakt. Natuurlijk vooropgesteld dat de klok in de camera gelijkliep ...(sytzeherder)

Exif, IPTC en trefwoorden

Aan digitale foto's kun je ook zelf gegevens toevoegen, bijvoorbeeld gps- of copyrightgegevens. Ook die behoren tot de exif-data. Met bepaalde programma's kun je de exif-gegevens zelfs wijzigen. Behalve misschien om de klok gelijk te zetten, zien we daar zelf niet zo gauw het nut van in.
Naast de exif-data kun je ook een beschrijving aan een foto toevoegen, plus al je adres- en contactgegevens. Die vallen weer onder de IPTC: metadata die eigenlijk bedoeld zijn voor nieuwsfotografie. Maar deze mogelijkheid is ook erg handig voor andere fotografen, want dankzij de extra informatie kun je makkelijker foto's terugvinden en nagaan wat er toentertijd precies gebeurde. Ook trefwoorden kun je naderhand toevoegen. Ga daarbij met beleid te werk. Want met te weinig trefwoorden vind je de gezochte foto niet zo snel terug, en met te veel trefwoorden krijg je weer te veel foto's voorgeschoteld.

Cameragegevens

Een populair onderdeel van de exif zijn de cameragegevens. Daar vind je, afhankelijk van fabrikant en type, heel veel van terug in de exif. Een camera kun je zien als een computer die allerlei berekeningen uitvoert en communiceert met bijvoorbeeld objectief en flitser. Daarvoor moeten zo veel mogelijk gegevens bekend zijn, en die gegevens staan dus in de exif.
Programma's als Photoshop of Lightroom gebruiken de cameragegevens om de juiste correcties te kunnen uitvoeren. In de exif vind je dan ook gegevens over de camera zelf (bij de velden Make en Model), de gekozen brandpuntsafstand (FocalLength) en heel vaak ook het objectief. Zeker bij spiegelreflexcamera's, omdat je daar verschillende objectieven op kunt gebruiken. Al die informatie is noodzakelijk voor een goede verwerking, maar ook erg leuk en handig voor leergierige fotografen. Het blijft immers leuk om te zien met welke camera een collega-fotograaf werkt. Het zou je zelfs kunnen helpen bij het kiezen van een objectief, door foto's van verschillende objectieven op je 'shortlist' naast elkaar te leggen.

thomastown-3

Deze foto moet gemaakt zijn met een flinke groothoek en een klein diafragma. Uit de exif blijkt inderdaad dat een brandpuntsafstand van 11 mm met F 10 is ingezet. Het objectief is een 11-16 mm; Google wees uit dat dit een Tokina moest zijn. De fotograaf heeft diafragmavoorkeuze gebruikt voor maximale invloed op de scherptediepte. (Shot_in_the_dark)

Belichting

Voor de serieuze fotograaf zijn de exif-gegevens die te maken hebben met de belichting het meest interessant. Dat geldt zowel voor je eigen als voor andermans foto's. Belangrijke items zijn uiteraard diafragma, sluitertijd en ISO-waarde. Maar ook de gebruikte belichtings- (zoals diafragmavoorkeuze of programmastand) en lichtmeetmethode (spotmeting of matrixmeting bijvoorbeeld) bieden goede aanknopingspunten om een foto te bestuderen. Zo kun je bijvoorbeeld nagaan waarom een opname niet helemaal gelukt is. Bij een onscherpe foto kan de belichtingstijd te lang zijn geweest. Is de achtergrond te scherp of juist te onscherp, dan had je misschien beter een ander diafragma kunnen gebruiken. Je kunt ook controleren of de (ingebouwde of losse) flitser wel is afgegaan, en zelfs of de functie tegen rode oogjes aanstond. Door op deze manier door de exif te neuzen, kun je dus nagaan hoe je bepaalde effecten bereikt en fouten vermijdt.

in-het-peloton---

Als je wilt weten hoe je ook zo'n mooie sportfoto kunt maken, dan spiek je in de exif. Daar zie je dat een hele korte sluitertijd is gebruikt om de beweging te bevriezen. Bekijk je het histogram, dan zie je een piek rechts. Zonder dat de foto is overbelicht: het beeld bevat nu eenmaal veel wit. (anco)

Belangrijkste velden

In het kort zijn dit de meest interessante en handige velden in de exif over de cameragegevens:
• ApertureValue of FNumber: geeft het ingestelde diafragma weer
• MaxApertureValue: geeft de grootste diafragmawaarde weer (bijvoorbeeld F 2,8)
• ShutterSpeedValue of ExposureTime: geeft de ingestelde sluitertijd weer
• ISO: geeft de ingestelde lichtgevoeligheid weer
• MeteringMode: geeft de lichtmeetmethode weer (bijvoorbeeld matrix- of spotmeting)
• ExposureBias: geeft de belichtingscompensatie weer (bijvoorbeeld -1.3)
• ExposureProgram: geeft de belichtingsmethode weer (bijvoorbeeld sluitertijdvoorkeuze)
• Flash: geeft weer of de flitser is afgegaan en welke instelling is gebruikt (bijvoorbeeld de stand tegen rode ogen). Dit werkt alleen als de flits direct op de camera is aangesloten
• FocalLength: geeft de ingestelde brandpuntsafstand weer
• WhiteBalance: geeft de ingestelde witbalans weer
• Date and Time (original): geeft de datum en tijd van de opname weer; bij scans is dat Date and Time (digitized)
De notatie kan afwijken en soms doet de weergave vreemd aan: dan zie je 56/10 in plaats van F 5,6 of 8/1000 in plaats van 1/125(e) seconde. Dat betekent gewoon omrekenen. Ook wordt de lichtmeetmethode soms getoond als een cijfer (5 is bijvoorbeeld matrix- of meervlaksmeting). Verder kom je veel dubbele gegevens tegen. Welke gegevens precies worden opgeslagen, hangt af van de camera. Het programma waarmee je de exif bekijkt, bepaalt weer hoe die gegevens worden getoond.

burst

Tegenlicht en toch alles goed doortekend ... je wordt nieuwsgierig hoe je dat voor elkaar krijgt. Uit de exif blijkt dat er is ingeflitst, terwijl handmatige belichting (M-stand) zorgde voor een goede balans tussen voor- en achtergrond. Al die nuttige informatie kun je gebruiken om zelf te experimenteren. Voor de afwerking is Lightroom gebruikt: ook dat haal je uit de exif. (lichtbox)

Histogram

De exif vertelt echter niet of de belichting klopt. Daarvoor kun je het histogram gebruiken. Dat kan thuis achter de computer, maar ook op het lcd-scherm van de camera. Zo kun je tijdens een fotosessie nog de belichting bijstellen. Je moet wel weten hoe je een histogram dient te lezen. Dit lijkt moeilijker dan het is. Het histogram is niet meer dan een grafiek waarop je kunt zien hoeveel pixels een bepaalde helderheid hebben. Van links naar rechts loopt het van zwart naar wit. De hoogte van de grafiek geeft aan welk percentage een bepaalde helderheid heeft. Zie je een piek, dan hebben veel pixels die helderheid. Bij een overwegend donkere foto ligt het zwaartepunt links, bij een lichte foto juist rechts.

mistige-ochtend

Een uitstekend belichte foto, dat zie je ook aan het histogram. Zou de foto onderbelicht zijn, dan zie je vooral veel 'gebergte' links. Bij overbelichting leunt de piek tegen de rechterkant aan. (b.neeleman)

patricks4-

Als je alleen naar het histogram kijkt, zou je denken dat deze foto sterk is onderbelicht. Links zit een hele grote piek; voor de rest blijft de grafiek heel laag. Toch is deze foto, zoals je ziet, prima belicht. Je kunt niet altijd volledige doortekening hebben in lichte én donkere delen. (StolieFoto's)

Onder- en overbelichting

Alleen naar het histogram kijken heeft dus niet zoveel zin: je moet ook weten wát er op de foto staat. Meestal wijzen veel pixels links op onderbelichting, en veel pixels rechts op overbelichting. Maar bij een sneeuwfoto is het heel logisch dat het histogram vooral veel pixels aan de rechterkant laat zien. Sneeuw is immers wit. Zou de piek dan in het midden of aan de linkerkant zitten, dan is de foto onderbelicht. Omgekeerd is een nachtfoto waarbij het histogram rechts een uitschieter vertoont overbelicht.
Zoiets komt vaker voor dan je zou denken. Want ondanks alle intelligentie blijft een camera een vrij dom apparaat. Alles wat de lichtmeter waarneemt, wordt in eerste instantie vertaald naar 'middengrijs', pal in het midden van het histogram. Aangezien sneeuw wit is en dus lichter dan het geijkte grijs, wil de camera een te korte sluitertijd of een te klein diafragma (hoge diafragmawaarde) kiezen. Anders gezegd: door het vele wit schat de camera de hoeveelheid licht te optimistisch in, met onderbelichting als gevolg. Je ziet dat goed in het histogram terug. Door de belichtingscompensatie op +1 te zetten, zie je het histogram naar rechts verschuiven.
Onder donkere omstandigheden geldt exact het tegenovergestelde. De camera wil uit zichzelf overbelichten, dus moet je hem laten onderbelichten. Het klinkt tegenstrijdig, maar het wijst zich vanzelf wanneer je het histogram inspecteert.

Uitschieters

In het ideale geval heb je tussen helemaal zwart en helemaal wit altijd wat doortekening. In principe mag het niet zo zijn dat het zwart zo zwart is en het wit zo wit dat je daar helemaal geen detail meer in kunt zien. Via het histogram kun je dat perfect controleren. Als je in het donkere deel van de foto (bijvoorbeeld een diepe schaduw) geen detail meer waarneemt, dan zul je links in de grafiek een hele hoge piek zien. Zie je in de lichtste delen (bijvoorbeeld de lucht) geen detail meer, dan zit die uitschieter rechts.
In de meeste gevallen zul je proberen zulke pieken te vermijden, door de camera te laten over- dan wel onderbelichten. Soms lukt dat niet en zul je een piek blijven zien. Dat hoeft niet altijd een ramp te zijn. Stel dat de zon in beeld is. Die geeft zoveel licht af, dat de rest van de foto veel te donker zou worden als je dat zou compenseren. Voor een deel kun je zoiets in Photoshop of Lightroom weer rechtzetten door aan de curve te trekken. Maar wat niet bij de opname in de foto zat, haal je ook met beeldbewerking niet meer tevoorschijn.
Onderbelichting geeft doorgaans minder snel problemen dan overbelichting. Populair gezegd: pikzwart is minder erg dan uitgebeten wit. Bovendien kun je een donkere schaduw makkelijker wat ophalen met Photoshop. Het kunstmatig dimmen van uitgebeten hoge lichten wordt meestal niet zo mooi. Natuurlijk is een goed belichte foto het beste, maar het is slim om vooral op te passen voor overbelichting. Je past de belichting zo aan dat je rechts geen piek ziet in het histogram. Het beeld moet echter ook weer niet te donker worden. Want al kun je wat oprekken, je foto wordt daar waarschijnlijk niet mooier van.

Leren van exif

In combinatie met het histogram zijn de exif-gegevens een heel goed middel om al doende te leren. Alle gegevens zijn tenslotte opgeslagen, zodat je niet zelf met een notitieblok in de weer hoeft. Met behulp van de exif-data kun je naar hartenlust experimenteren. Thuis bekijk je de resultaten op je gemak, en aan de hand van de exif controleer je wat je precies gedaan hebt. Je maakt bijvoorbeeld portretfoto's met verschillende brandpuntsafstanden, steeds met dezelfde uitsnede. Zo leer je heel snel en makkelijk wat de brandpuntsafstand met de vertekening doet.
Iets soortgelijks geldt voor het diafragma. Door verschillende opnamen met uiteenlopende diafragmawaarden te maken, weet je wat het gevolg voor de scherptediepte is (op voorwaarde dat brandpuntsafstand en afstand tot het onderwerp tijdens de serie constant blijven). Zo ontdek je meteen bij welk diafragma jouw objectief het beste presteert. Door de exif van andermans foto's te bekijken, leer je wat goede instellingen zijn. Die kun je dan weer zelf uitproberen. Kortom: er zijn legio manieren te bedenken waarop je jouw fotografie - in ieder geval in technisch opzicht - kunt verbeteren met behulp van de exif.

Niet weggooien!

De meeste beeldbewerkingsprogramma's bewaren de metadata. Maar oudere versies en eenvoudige programma's willen de metadata nog wel eens uit het bestand verwijderen. Hetzelfde gebeurt als je een foto vanuit Photoshop 'opslaat voor web'. De bestandsgrootte wordt kleiner, maar je mist wel gegevens. Dat is zonde, tenzij je niet wilt dat anderen kunnen zien met welke apparatuur en instellingen je fotografeert. Op de Zoom.nl Gallery is dat eigenlijk een doodzonde ...

Reacties

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn