Meld je gratis aan
De belichtingsdriehoek deel 2: sluitertijd

16 januari 2016, 10:00

Belichten in de fotografie is een samenspel van drie hoofdinstellingen: diafragma, sluitertijd en iso. Deze noemen we ook wel de 'belichtingsdriehoek'. In deze driedelige basiscursus behandelen we ze elk in een apart deel. Het tweede deel gaat over sluitertijd.

Deel 1 Diafragma

Met de belichtingsdriehoek regel je de hoeveelheid licht, op drie verschillende manieren. In het eerste deel behandelde we Diafragma. Heb je dat deel gemist, lees dit eerst voordat je met deel twee begint. Zo krijg je de drie hoofdinstellingen het best onder de knie. Lees hier deel 1 diafragma.

Sluitertijd = tijd

De sluitertijd is de tijd die de belichting, ofwel het maken van een foto, duurt. Het maken van een foto houdt namelijk in dat je gedurende een vooraf bepaalde tijd een portie licht op de sensor laat schijnen. Wil je zelf een sluitertijd kiezen, dan is de Tv-stand een uitstekende keuze. Bij sommige merken heet dit de S-stand. In die stand stel jij een sluitertijd in die je graag wilt gebruiken. Welke dat is, hangt af van het soort onderwerp en hoe je dat wilt vastleggen. In de tabel zie je veelvoorkomende sluitertijden. Net als bij het diafragma, kent niet elke camera de volledige reeks. Bij de sluitertijd heb je opnieuw met stappen (stops) te maken. Elke stap naar rechts in de getallenreeks is een halvering van de hoeveelheid licht. De sluitertijd is dan twee keer zo kort, dus komt er de helft van het licht op de sensor. Omdat dit erg veel is, werken camera's tegenwoordig met derden van stops.

Snelle actie

Heb je met snel bewegende onderwerpen te maken, zoals raceauto's, rennende kinderen, of een tenniswedstrijd en wil je de actie scherp op de foto zetten, dan zul je voor een snelle sluitertijd kiezen. Hoge snelheden en snelle actie vragen nu eenmaal om korte sluitertijden. Is de sluitertijd te langzaam, dan legt de wielrenner een flinke afstand af terwijl jij de foto staat te maken en komt hij onscherp op de foto. Dat heet bewegingsonscherpte. Het onderwerp komt er streperig op te staan. Dat kan heel mooi zijn, als dat tenminste je bedoeling was.

Met een hele snelle sluitertijd kun je snel bewegende sporters 'stil' laten hangen in de lucht. Je bevriest de actie. Snelle actie -> snelle sluitertijd. Foto: drgnsoul

Neem de tijd

Fotografeer je zoiets als een landschap, waarin maar weinig gebeurt, dan mag je gerust een langzamere sluitertijd kiezen. Het risico op bewegingsonscherpte is dan veel kleiner. Als er absoluut geen beweging is, krijg je zelfs bij extreem lange sluitertijden nog haarscherpe foto's. Een seconde of een minuut belichten is dan allemaal mogelijk. Je camera zet je dan natuurlijk wel op statief. Want tenzij je een ster bent in het imiteren van een zoutpilaar, zal je camera anders tijdens de belichting in je handen lichtjes trillen. Ook dat geeft onscherpe foto's.

In dit landschap bewegen de wolken en het water. Door een lange sluitertijd, meer dan een minuut, zie je dat terug in de foto en geeft het een prachtig effect. Let wel op, met een minuut sluitertijd komt er zo veel licht op je sensor dat je hulpmiddelen zoals een grijsfilter nodig hebt om te zorgen dat je foto niet overbelicht raakt. Foto: vincenze

Actie en reactie

De sluitertijd gebruik je dus vooral om onderscheid te maken tussen stilstaande, langzaam bewegende en snel bewegende onderwerpen, zodat je deze allemaal goed kunt vastleggen. In de automatische P-stand weet een camera vaak niet wat je fotografeert. Vandaar dat je dan beter voor een andere automatische stand, zoals de sportstand, kunt kiezen. Daarmee laat je de camera weten dat een snelle sluitertijd vereist is. Omdat ook kinderen en huisdieren nogal snel en onverwachts kunnen bewegen, kom je ook hiervoor vaak een speciale stand tegen op je camera. In de Tv-stand heb je meer vrijheid en regel je het helemaal zelf. Je kiest dan de sluitertijd die het beste bij je onderwerp past. Het blijft een kwestie van uitproberen en ervaring opdoen welke sluitertijd onder welke omstandigheden het beste werkt. Dat hangt namelijk niet alleen af van de snelheid van het onderwerp, maar bijvoorbeeld ook hoe dichtbij je bent, de richting van de beweging en het soort objectief dat je gebruikt.

Hier is gekozen voor een snelle sluitertijd zodat de dieren helemaal stil staan op de foto. Dan zie je de expressie op de koppen nog beter en geeft de foto power. Als je de camera op deze situatie richt, weet hij niet dat hij bewegende dieren wil fotograferen. Je moet dit 'vertellen' door de sportstand te gebruiken of zelf de snelle sluitertijd in te stellen. Foto: guardijan

Deel 3: ISO

In de volgende en laatste editie van deze cursus Belichtingsdriehoek behandelen we ISO. Check dat laatste deel hier!

Reacties (4)

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn

 
jelle13 op 7 januari 2017 om 16:51

Gaaf ..bedankt...geeft weer een hoop in zicht ..

Poppy01 op 20 januari 2016 om 09:43

Weer de kennis wat bijgeschaafd Bedankt!

rvangaal op 19 januari 2016 om 23:27

Wat een paar briljante foto's.

Ben1250 op 17 januari 2016 om 13:57

Altijd leerzaam om even door te lezen.
De basis wist ik wel grotendeels omdat die niet veel veranderd is en in het analoge tijdperk ook al net zo was. (afgezien van de ISO die nu digitaal wat beter hanteerbaar is geworden)
Maar dan kom je toch nog weer een handigheidje tegen.
Zoals even snel de sportinstelling kiezen voor een situatie als de vechtende vossen.
Als die vossen bij mij geen blits gestreept trainingspak aan hadden gehad was ik waarschijnlijk niet zo snel op dat idee gekomen en was ik via diverse losse instellingen dan uiteraard net te laat geweest om zo'n unieke actie mooi vast te leggen.