Upload jouw foto's
Zo kom je van de automatische stand af © diafragma, lamellen, objectief

25 januari 2019, 12:02

Veel fotografen beginnen met fotografie in de automatische stand en terecht: de camera maakt alle moeilijke technische keuzes en jij kunt je richten op het leuke gedeelte. Toch loont het enorm om hier op gegeven moment vanaf te stappen; je foto's worden er echt beter door! In dit artikel helpen we je de eerste stappen te zetten!

De automatische stand van je camera kan heel handig zijn, je hoeft dan niets zelf in te stellen. Maar het kan ook enorm in je nadeel werken; de camera weet namelijk niet wat jíj wil. Als je bijvoorbeeld tegenlicht hebt, dan zorgt je camera ervoor dat de hele foto donkerder wordt. En als je fotografeert bij weinig licht, dan wordt de hele foto automatisch lichter gemaakt met vaak veel ruis als gevolg. Maar misschien wil je dat helemaal niet. Als je je camera eenmaal wat beter kent, dan zou je kunnen overstappen naar handmatige bediening of een andere stand op de camera, zoals A of S.

Begin met kleine stapjes in de A- of S-stand

Je hoeft niet gelijk alle instellingen tot in de puntjes te beheren. Je kunt met kleine stapjes beginnen met handmatig fotograferen. Met de A- en S-stand kies je één van de drie waarden die je zelf kunt instellen en de andere twee worden automatisch door je camera bepaald. Met de A-stand stel je zelf het diafragma in; met de S-stand stel je zelf de sluitertijd in.

Wij raden vooral de A-stand aan om als eerste mee te experimenteren. In deze stand kun je het diafragma van de camera zelf aanpassen, waarbij de camera een bijpassende sluitertijd en iso-waarde kiest. Omdat het diafragma ook hoeveelheid scherptediepte in de foto bepaalt, zul je hier meteen verschil zien. Kijk bijvoorbeeld eens hoe open je het diafragma kunt zetten (bij een kitlens bijvoorbeeld F3,5). Kijk hoe dit verschilt in de foto met een compleet dicht diafragma (bijvoorbeeld F22). Dit geeft enorme verschillen in licht en scherptediepte.

In de S-stand ben jij de baas over de sluitertijd. Ook dit heeft een creatief effect op de foto: je kunt er een beweging mee bevriezen of juist heel scherp weergeven. Hoe langer de sluitertijd, hoe mee bewegingsonscherpte in de foto en hoe meer licht. Hoe korter de sluitertijd, hoe minder licht en hoe scherper de beweging.



In dit artikel lees je meer over fotograferen in de A- en S-stand.

Belichtingsdriehoek kennen

De truc tot het leren van fotograferen in de M-stand, waarbij je zelf alles instelt, is je kennis van de belichtingsdriehoek. In deze driehoek bepalen de sluitertijd, iso-waarde en het diafragma samen de belichting van de foto. Ze hebben alle drie effect op elkaar en je leert er het beste mee omgaan door te experimenteren. Als je fotografeert in de A- of S-stand, kijk dan ook welke andere instellingen de camera zelf kiest, dat helpt je vaak al goed op weg.

Lees hier meer over de belichtingsdriehoek.



M-stand

Als je eenmaal hebt geëxperimenteerd met de A- en S-stand, ben je klaar voor het echte werk. Pas hier de belichtingsdriehoek toe en houdt daarbij rekening met de lichtmeter in de camera. Deze geeft vaak een goede indicatie of je qua belichting goed uitkomt. Als je in het midden uitkomt, is je foto volgende de camera correct belicht. Dit is geen garantie; als je bijvoorbeeld sneeuw fotografeert heeft je camera het bijna altijd mis, en denkt hij (door de witte sneeuw) dat je foto overbelicht is. Houd hier dus rekening mee tijdens het fotograferen.



Diafragma, ISO en sluitertijd

Hieronder hebben we nog een keer kort uitgelegd wat Diafragma, ISO en Sluitertijd precies doen met je foto.

Diafragma

Het diafragma is de lensopening. Een lage diafragmawaarde betekent dat de lens groot open staat. Een diafragma van F/1.8 is dus groter dan F/5.6. Als de lensopening groter is, dan valt er meer licht op de sensor. Ook bepaalt deze waarde de scherptediepte; bij een groot diafragma (dus een kleine diafragmawaarde) zal er een klein gedeelte van je foto scherp zijn. Een klein diafragma zorgt voor het tegenovergestelde.

ISO

De ISO-waarde geeft de lichtgevoeligheid van de beeldsensor aan. Hoe hoger de waarde, hoe meer licht er wordt gevangen. Een lagere ISO-waarde zorgt op zijn beurt weer voor donkere foto's. Pas op met hoge ISO-waardes: hoe groter het getal, hoe meer kans er is op ruisvorming.

Sluitertijd

De sluitertijd bepaalt hoe lang er licht op de sensor valt. Hoe langer de sensor open staat, hoe lichter je foto wordt. Bij lange sluitertijden heb je ook meer kans op bewegingsonscherpte, soms wil je dat bewust, als je bijvoorbeeld de beweging van een raceauto wil fotograferen; maar een bewogen beeld door het indrukken van de ontspanknop wil je voorkomen. Gebruik daarom altijd een statief bij lange sluitertijden en eventueel een afstandsbediening.

Autofocus

Ook scherpstellen kun je beter zelf doen. Hoewel de autofocus in veel situaties prima werkt, heb je twee grote risico's: de camera stelt scherp op het verkeerde punt; de camera of het onderwerp beweegt. Hierdoor kan het gebeuren dat je foto niet scherp wordt. In dit artikel lees je meer over de autofocus en handmatig scherpstellen.

Alle basisinstellingen van je camera worden ook uitgelegd in deze basiscursus.

Experimenteer veel

Je zult niet in één keer goed met de instellingen om kunnen gaan. Gun jezelf daarom de tijd om het te leren. Experimenteer veel met de waardes. Ga eens op verschillende tijdstippen naar buiten en onderzoek hoe je je camera moet instellen om een goede foto te maken. Kijk ook eens wat er gebeurt als je een lange sluitertijd aanneemt of juist een hele korte en wat er gebeurt als je een bewegend onderwerp voor de lens hebt.

Reacties (1)

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn

 
Spijkers op 5 februari 2019 om 19:55

zo heb ik het ook geleerd met de fotografie boekjes van fotograaf Dick Boer in 1965 maar dan nog met de analoge camera en een losse belichting meter