Upload jouw foto's
Perfecte scherpte bij Macrofotografie

2 juni 2019, 14:20

Het grootste struikelblok bij macrofotografie is de scherpte. Er zijn namelijk een aantal omstandigheden die het lastig maken om je foto's volledig scherp te krijgen. We behandelen die omstandigheden en geven we je de juiste oplossingen, zodat je altijd met de scherpste macrofoto's thuiskomt.

Een te kleine scherptediepte

Omdat je zo dicht op je onderwerp zit, valt er maar weinig licht het objectief binnen. De camera zal dus automatisch het diafragma zo ver mogelijk openen om zo veel mogelijk licht op te vangen. Door het geopende diafragma ontstaat een kleine scherptediepte, wat op zijn beurt weer zorgt voor flink wat onscherpte in je beeld.

Jo Jennekens, Jo53.zoom.nl - Canon 400D - ISO 400 - F6,3 - 1/100 SEC
Bij deze spin zijn zowel de voorpoten als het achterlijf onscherp door de kleine scherptediepte.

Stel dat je een rups fotografeert. Je zit zo dichtbij dat de rups je volledige beeld vult. Als je deze rups met een open diafragma (zoals F2,8) fotografeert, dan zul je zien dat er maar een piepklein stukje scherp is. In sommige gevallen geeft dat een leuk effect, bijvoorbeeld wanneer je ervoor kiest om alleen de ogen scherp te hebben. Als je de volledige rups scherp in beeld wilt, zul je het diafragma verder moeten sluiten. Dat kan oplopen tot F16, of zelfs nog hoger. Dit gaat dus ten koste van je licht.

Hier zie je duidelijk het verschil in scherptediepte tussen een open diafragma (links) en een verder gesloten diafragma (rechts). Bij de rechterfoto is een langere sluitertijd gebruikt om de onderbelichting te compenseren.

De onderbelichting die ontstaat door het diafragma te sluiten, kun je met de volgende mogelijkheden oplossen:
• Een langere sluitertijd gebruiken waardoor de sensor langer wordt blootgesteld aan het licht. Nadeel: er kan sneller bewegings- of trillingsonscherpte ontstaan.
• Een hogere ISO-waarde gebruiken waardoor de lichtgevoeligheid van de sensor wordt verhoogd. Nadeel: ruis is bij macrofotografie al snel erg storend.
• Extra licht toevoegen met behulp van een flitser. Nadeel: Flitsers zijn soms wat omslachtig om mee te werken.

Bewegingsonscherpte

Een ander soort onscherpte die kan ontstaan, is bewegingsonscherpte. Hierbij onderscheiden we twee soorten: bewegingsonscherpte van het onderwerp en trillingsonscherpte.

Bewegingsonscherpte van het onderwerp zie je vooral bij vliegende insecten of op dagen met veel wind. Als de sluitertijd dan niet kort genoeg is, vindt er te veel beweging plaats op het moment dat de sensor de foto vastlegt. Die beweging zie je vervolgens terug in de foto.

Wendy de Kok, Gotchas.zoom.nl - Nikon D700 - ISO 400 - F8,0 - 1/500 SEC - 150 MM
De sluitertijd van 1/500 SEC was voldoende om de beweging te bevriezen.


Bewegingsonscherpte door beweging van de camera noemen we bij macrofotografie trillingsonscherpte. Omdat je zo dicht op je onderwerp zit, kun je macrofotografie goed vergelijken met het fotograferen met een telelens. De kleinste beweging van de camera is daarbij direct van grote invloed op je beeld. Zeker wanneer je ook nog met een kleine scherptediepte werkt, is elke minieme beweging naar voren of achteren heel goed zichtbaar op de scherpte in je foto. Vandaar dat het bij macrofotografie ook belangrijk is om met een statief te werken.

Scherpstellen

Ook een verkeerde manier van scherpstellen kan voor onscherpte zorgen in je beeld.

Als je onderwerp nog relatief groot is, zoals een paddenstoel of kikker, dan kun je de autofocus gebruiken om scherp te stellen. Kies dan handmatig het juiste focuspunt uit, zodat je heel nauwkeurig kunt scherpstellen.

In het geval van een (ander) dier of insect is het slim om dit focuspunt op de ogen te leggen. Zo gauw je er namelijk voor zorgt dat de ogen scherp zijn, krijg je een heel krachtig beeld.

Hanny Bosveld, dylano.zoom.nl - Canon 7d - ISO 320 - F3,5 - 1/50 SEC - 100 MM met één tussenring.
Deze mantis heeft haarscherpe ogen.

Bij hele kleine voorwerpen of insecten kun je beter handmatig scherpstellen. Dat gaat het soepelst door ongeveer op het onderwerp scherp te stellen en de fijnafstelling te regelen door de camera naar voren of achteren te bewegen. Wanneer je vanaf statief werkt, kun je de eerder genoemde focusrail gebruiken. Zo kun je, zonder het statief te verplaatsen, de afstand tussen de camera en het onderwerp veranderen.

Bedenk dat bij macrofotografie het bekende 'eerst scherpstellen en dan de compositie bepalen' niet opgaat. De kleinste beweging van je camera kan namelijk je onderwerp al uit de scherpte laten verdwijnen.

gisodo.zoom.nl - Canon EOS 40D - ISO 800 - F2.8 - 5/10 sec - 90mm
Hier zie je goed hoe klein het scherptedieptebereik kan zijn.


De meeste camera's beschikken tegenwoordig ook over live-view. Daarmee kun je op je display op het onderwerp inzoomen, waardoor je heel nauwkeurig de scherpte kan checken.

Dit artikel komt uit de volledige Cursus Macrofotografie in Zoom Academy. Hierin leer je je macrofoto's naar een hoger niveau te brengen en nog veel meer.
Zo leer je onder andere:


  • De basis van wat macrofotografie precies is

  • Alles over de juiste apparatuur voor dit fotografiegenre

  • De perfecte scherpte creëren in je foto's

  • De volledige nabewerking, van belichting tot focus-stacking

Bekijk hier de volledige Cursus Macrofotografie.

avatar

Dit artikel is onderdeel van een cursus uit Zoom Academy. Dé plek voor online fotografie cursussen, voor beginners en gevorderden. Leer betere foto's maken met deze uitgebreide cursussen vol tips en video's, speciaal gemaakt door Zoom.nl. Wil je verder leren? Bekijk hier het grote aanbod cursussen op www.zoomacademy.nl .

Reacties

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn