Upload jouw foto's
Basistechnieken: Scherpte en beweging © IDG NL

22 oktober 2019, 09:17

Met een aantal basistechnieken kun je al snel uit de voeten met fotografie. We leggen je uit hoe je de controle krijgt over de scherpte en beweging in je foto's!

Autofocus

Als beginnende fotograaf gebruik je zeer waarschijnlijk de autofocus van je camera. Geen zorgen, daar is niets mis mee! De camera bepaalt dan aan de hand van een heel aantal scherpstelpunten waar hij denkt dat je de scherpte wilt hebben. Als je onderwerp redelijk duidelijk is, dan zal dit in de meeste gevallen goed gaan.

Op het moment dat je de ontspanknop een klein stukje indrukt, probeert de camera op het juiste onderwerp scherp te stellen. Pas als je de ontspanknop verder indrukt, wordt daadwerkelijk de foto gemaakt.


Hier kun je slim gebruik van maken. Heeft de camera een keer niet de goede inschatting gemaakt? Zet dan het onderwerp dat je scherp wilt hebben even midden in beeld door de camera te bewegen. Druk dan de ontspanknop half in, de camera heeft nu waarschijnlijk wél het goede object scherp. Beweeg de camera zodat je weer een mooie compositie hebt, en druk dan (zonder tussendoor de ontspanknop los te laten) de knop helemaal in.



Vlak voordat je een foto maakt zie je in live view of in de zoeker de scherpstelpunten oplichten die de camera gebruikt. Zijn dit niet de juiste? Dan kun je ook zelf kiezen welke focuspunten er gebruikt moeten worden. Hoe dit precies werkt kan per camera verschillen. Vaak gaat het met de pijltjestoetsen. Steeds meer camera's hebben een touchscreen waarbij je op het scherm kunt tikken op de plek waar je op wilt scherpstellen.

Handmatig scherpstellen

Je kunt ook handmatig scherpstellen. Dit is bij compactcamera's vaak niet mogelijk, maar bij systeemcamera's en spiegelreflexen met losse objectieven wel. Je draait dan aan een ring op het objectief om het scherptepunt te bepalen.

Scherpstellen bij landschapsfotografie

Vind je het lastig om in een weids landschap te bepalen waarop je moet scherpstellen? Stel scherp op een punt dat ongeveer op 1/3e van de diepte van je landschap ligt. Dan heb je in de meeste gevallen het grootste scherpstelgebied. De scherpte loopt altijd vanaf 1/3 vóór tot 2/3 áchter je gekozen scherpstelpunt.

De scherpte loopt altijd vanaf ongeveer 1/3 vóór tot 2/3 áchter je gekozen scherpstelpunt.


Foto: Cor van der Waal, https://corvdwaal.zoom.nl

Spelen met scherptediepte

Hoeveel er in je foto scherp is, is afhankelijk van de scherptediepte. Dit hebben we al even genoemd bij het hoofdstuk over het belichten van je foto, want dit heeft alles te maken met het ingestelde diafragma.

Behalve de hoeveelheid licht, regelt het diafragma ook de scherptediepte. Hierdoor kun je voor een onscherpe of juist scherpe achtergrond kiezen.

Een grote lensopening (bijvoorbeeld F 2,8) zorgt voor weinig scherptediepte, dus een onscherpe voor- en/of achtergrond. Andersom: bij kleine lensopeningen (bijvoorbeeld F 22) is er veel scherptediepte, dus van voren tot achteren scherp.

Hier zie je duidelijk het verschil in scherptediepte tussen een open diafragma (links) en een verder gesloten diafragma (rechts). Bij de rechterfoto is een langere sluitertijd gebruikt om de onderbelichting te compenseren.

Tot hier zal het je bekend voorkomen. Maar wat we nog niet hebben verteld, is dat ook de afstand tot het onderwerp, invloed heeft op de scherptediepte. Hoe dichter je bij het onderwerp bent, hoe kleiner de scherptediepte. Wil je de achtergrond onscherp op de foto hebben, ga dan dicht naar je onderwerp toe en zorg dat zich niets vlak achter je onderwerp bevindt.


Gebruik je dus bij macrofotografie een kleine scherptediepte, dan zie je dat effect véél sneller dan bij een landschapsfoto. Kijk maar eens naar de onderstaande foto van een spin.

Bij deze spin zijn zowel de voorpoten als het achterlijf onscherp door de kleine scherptediepte.


Foto: Jo Jennekens, https://Jo53.zoom.nl

Ook de brandpuntsafstand speelt mee bij de scherptediepte, dat komt deels door hoe groot je elementen in beeld brengt. Gebruik je een groothoeklens, dan is er over het algemeen veel scherp, en bij telelenzen heb je minder scherptediepte. Dat effect wordt nog versterkt doordat telelenzen het perspectief in elkaar drukken door de kleine beeldhoek. Daardoor wordt slechts een klein deel van de achtergrond weergegeven. Daardoor lijkt de scherptediepte nog kleiner te zijn.

Kijk eens goed naar de exif-gegevens van deze foto. Had de fotograaf de achtergrond ook onscherp gekregen met een groothoekobjectief?

Foto: Marco Loman, https://MarcoLoman.zoom.nl

Vervagen

Nog even ter samenvatting: wil je een mooi vervaagde achtergrond?

  • Pak dan een telelens (of stel je zoomlens in op bijvoorbeeld 200 mm);
  • Kies een kleine diafragmawaarde (zoals 2,8);
  • Stel van dichtbij op het onderwerp scherp.
  • Het hoofdonderwerp komt zo mooi los van de achtergrond.

avatar

Dit artikel is onderdeel van een cursus uit Zoom Academy. Dé plek voor online fotografie cursussen, voor beginners en gevorderden. Leer betere foto's maken met deze uitgebreide cursussen vol tips en video's, speciaal gemaakt door Zoom.nl. Wil je verder leren? Bekijk hier het grote aanbod cursussen op www.zoomacademy.nl .

Reacties

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn