Upload jouw foto's
Wat zijn de limieten van fotograferen in Raw? © IDG NL

27 oktober 2019, 10:10

Je hebt aanzienlijk meer marge met raw-foto's vergeleken met jpg, maar betekent dit dat je grenzeloos aan de schuifregelaars kan trekken en er altijd een wereldplaat uitrolt? Nee, dat niet. Daarom vertellen we je welke limieten er zijn en tonen we veel voorkomende problemen.

Limieten van raw

Doordat je in raw fotografeert, heb je tijdens de nabewerking aanzienlijk meer speelruimte. Veel en veel meer dan bij gewone jpg-bestanden. Dat wil ook weer niet zeggen dat je daardoor elk probleem wel eventjes in de nabewerking oplost.

Belichting

Soms zit je er tijdens het fotograferen behoorlijk naast met de belichting. De foto is bijvoorbeeld veel te donker. Dat is vooral zonde als het op zich best een leuke foto is geworden. Want dan is het zonde om hem weg te gooien. Geen nood, in een raw-bewerker zoals Lightroom los je het op met de schuifregelaar Belichting.

Maak je de foto één of twee stops lichter, dan geeft dat vooral bij moderne camera's een prima resultaat. Maar is de foto zo donker dat je de schuifregelaar misschien wel op plus vier of plus vijf moet zetten, dan versterk je het beeld zoveel dat de kwaliteit achteruit gaat. Want je licht niet alleen de beeldpixels op, maar ook ruis die tot dan toe onzichtbaar was.

Je kunt uit een onderbelichte foto vaak nog heel wat informatie ophalen.

Bij sterke belichtingscorrectie gaat de beeldkwaliteit achteruit. De schaduwen worden bijvoorbeeld smoezelig.

Dit gebeurt zelfs als je op iso 100 of 200 hebt gefotografeerd. Waardoor je uiteindelijk een foto van middelmatige kwaliteit krijgt. Als je aanvullend de schuifregelaars Zwarte tinten of Schaduwen gebruikt, krijg je nog meer overmatige ruis en vreemde kleurvlakken te zien.


Kortom, probeer ook als je in raw fotografeert in de camera altijd zo dicht mogelijk bij de juiste belichting uit te komen. Het finetunen lukt prima in Lightroom. En zit je er een keertje finaal naast, dan valt er dus nog best wel iets van te maken, maar wordt het waarschijnlijk geen kunstwerk.

Hooglichten herstellen

Zijn de heldere delen van je foto te licht? Dan herstel je dit met de schuifregelaar Hooglichten. Hiermee worden details zichtbaar die je momenteel nog niet ziet. Het werkt alleen als de hooglichten niet te veel overbelicht zijn. Want anders heeft de beeldsensor daar geen details vastgelegd - en wat er niet is kun je niet herstellen.

Probeer je het alsnog, dan wordt zo'n gebied grijs. Denk aan felle lucht, of de felle lichtpit van lantaarnpalen en andere verlichting. Draai de bewerking dan een stapje terug, zodat het lichte gebied weer wit wordt. Grijs betekent simpelweg dat verder herstel niet lukt.

Let erop dat de hooglichten niet grijs worden.

Zorg daarom tijdens het fotograferen dat je in belangrijke gebieden van je foto altijd voldoende hooglichten vastlegt. Dat kan eventueel door iets onder te belichten, of anders via bracketing (een belichtingstrapje maken).

Ruis en details

Fotografeer je met een hoge iso-waarde of maak je achteraf donkere fotodelen lichter, dan valt de ruis daar meer op. Met Ruisreductie (in het onderdeel Details) laat je de ergste beeldruis weer verdwijnen, maar tegelijkertijd raak je ook een deel van de fijnste details kwijt.

Met Verscherpen in hetzelfde onderdeel oogt de foto weer iets scherper, maar versterk je de ruis weer. De valkuil is dat je de schuifregelaars van ruisreductie en verscherping daardoor om beurten steeds verder naar rechts schuift.

Zoek naar de balans tussen verscherpen en ruisreductie.

Foto: Roeland Scheeren, roeland.zoom.nl

Uiteindelijk houd je een foto met weinig details en overmatige verscherping over. Dat ziet er wat onnatuurlijk uit. Terwijl je met minder ruisreductie en verscherping uiteindelijk een sfeervollere en betere foto krijgt.


Zoek daarom naar evenwicht tussen ruis en detail. Liever iets meer ruis als je daardoor de belangrijke details blijft zien.

Spookbeelden

Met gereedschappen zoals het Aanpassingspenseel breng je plaatselijke bewerkingen aan. Een stukje van het landschap of een stadsgezicht maak je bijvoorbeeld lichter en kleurrijker, terwijl je de lucht ietsjes donkerder maakt.

Gebruik de schuifregelaar Doezelaar zodat jouw aanpassingen naadloos in de rest van de foto overgaan en je geen abrupte overgangen krijgt.


Toch ontstaan er bij een hoog contrast ineens halo's. Bijvoorbeeld rondom een hoog gebouw dat je lichter hebt gemaakt zodat het geen silhouet meer is. Langs de omtrek verschijnt dan een halo, een randje lucht dat ook lichter is gemaakt.

Halo's ontstaan door het verloop (de doezelaar) van een lokale bewerking.

Dit komt door het verloop van de doezelaar. De bewerking dooft langzaam uit, maar dit gebeurt vooral in de lucht zodra je het gebouw inschildert. Zet de maskeroverlay aan (sneltoets O) en je ziet het meteen.

Als je de maskeroverlay aan en je ziet dat ook een deel van de lucht hier wordt meegenomen in de bewerking.

De oplossing is de bewerking buiten het gebouw weer weg te halen met het penseel Wissen. Stel ook hier een Doezelaar in voor een naadloze bewerking. Een vinkje bij Automatisch maskeren helpt ook tijdens selecteren van het gebouw.

Kortom, finetune je selecties om halo's te voorkomen of weg te halen.

Uitsnijden met mate

Snijd je een foto bij met het gereedschap Uitsnijdbedekking, dan krijg je een betere beeldkwaliteit dan wanneer je hetzelfde met een jpg-foto doet. Maar ook nu zijn er grenzen. Want je snijdt nog steeds een stuk van de originele foto weg. Het is een soort digitale zoom: je verlaagt de totale resolutie (het formaat) van de foto.

Stel je gooit de helft van jouw foto weg, of je houdt zelfs maar een kwart van het origineel over, dan zal het eindbeeld minder scherp en gedetailleerd zijn en kan je hem bijvoorbeeld minder groot afdrukken.

Een stukje bijsnijden kan altijd, maar beperk het gebruik als "digitale zoom".

Foto: Ronald Rozema, ronaldrozema.zoom.nl

Bijsnijden is dus geen vervanging van een zoomlens. Maar heeft jouw camera een zeer hoge resolutie van bijvoorbeeld veertig megapixel of meer, dan heb je wel aanzienlijk meer speelruimte dan wanneer de sensor rond de twintig megapixels heeft.

Kleurzweem

Een van de grootste voordelen van raw is dat je achteraf altijd de juiste kleuren kunt kiezen. Anders dan bij een jpg-foto, waarbij je hooguit wat kunt bijsturen omdat de beeldkwaliteit anders te veel verslechtert. Ook in raw zijn er beperkingen.

Schijnt de zon of is het bewolkt, dan hoef jij je niet druk te maken over de witbalans van jouw camera. In de nabewerking stel je eenvoudig de gewenste kleuren in met de schuifregelaars Temperatuur en Kleurtint of een van de vele voorinstellingen.


Ook bij kunstlicht werkt dit doorgaans prima. Maar soms niet. Sommige lichtbronnen veroorzaken niet alleen een flinke kleurzweem, ze verminken ook het kleurenspectrum. Zoals bepaalde typen straatverlichting. Omdat een deel van de kleurinformatie ontbreekt, ben je in een fotobewerker beperkt in de kleuren die je kunt weergeven of terughalen.


Vind je de resterende kleurzweem of de ontbrekende kleuren storend, dan is de foto omzetten in zwart-wit een optie.

Voor bewerking

Na bewerking

Te nieuw

In de bovenste foto zie je een sterke gele kleurzweem. In de onderste foto zie je hoe het herstel maar matig lukt: door het kunstlicht zijn niet alle kleuren vastgelegd, dus dan kun je ze ook niet herstellen in Lightroom.

Elke fabrikant heeft een eigen raw-formaat bedacht en ook per cameramodel zijn er verschillen. Heb jij een camera die net op de markt is? Dan kan het een tijdje duren (weken tot maanden) voordat de raw-bestanden ervan ondersteund worden door een raw-fotobewerker.

Tot die tijd moet je het met de jpg-bestanden doen. Bij voorkeur door je camera (tijdelijk) op raw+jpg in te stellen. De raw-bestanden bewaar je voor later, wanneer jouw toestel wel ondersteund is. Overigens is het vaak wel al mogelijk je nieuwe raw-bestanden om te zetten naar het universele dng-formaat via een convertor van Adobe. Kijk op https://helpx.adobe.com/nl/photoshop/using/adobe-dng-converter.html voor meer informatie.

Deze creatieve skyline van Shanghai is met een relatief nieuwe camera gemaakt. Houd dan in de gaten wanneer raw-ondersteuning beschikbaar is.

Foto: Cees Petter, petter24.zoom.nl

Xmp-bestanden

Al jouw bewerkingen worden in de catalogus van het bewerkingsprogramma opgeslagen, maar dat werkt via een apart bestandje dat bij het raw-bestand wordt opgeslagen. Bewerk je in Lightroom, dan zijn dit xmp-bestanden.

Zie je geen xmp-bestanden bij jouw bewerkte raw-bestanden, dan moet je dit wellicht nog aangeven in Lightroom. Open in Lightroom het menu Bewerken, Catalogusinstellingen en zorg dat er een vinkje staat voor de optie Wijzigingen automatisch naar XMP opslaan.



Als je een raw-foto op een andere computer wilt bewerken, moet je dit bestandje ook meenemen. Want anders ben je de eerdere bewerkingen en extra metadata kwijt. Neem ze ook altijd mee in je back-up. Bij het universele dng-formaat zit alles wel binnen in de raw-bestanden opgeslagen.

avatar

Dit artikel is onderdeel van een cursus uit Zoom Academy. Dé plek voor online fotografie cursussen, voor beginners en gevorderden. Leer betere foto's maken met deze uitgebreide cursussen vol tips en video's, speciaal gemaakt door Zoom.nl. Wil je verder leren? Bekijk hier het grote aanbod cursussen op www.zoomacademy.nl .

Reacties

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn