Upload jouw foto's
ISO, Diafragma & Sluitertijd - de belichtingsdriehoek uitgelegd © IDG NL

24 januari 2020, 15:12

Bij het maken van een foto, zijn er drie 'regelaars' die samen voor de belichting van je foto zorgen. Dat zijn het diafragma (in F-waarde), de sluitertijd (in seconden) en de lichtgevoeligheid (de iso-waarde). Samen ook wel de belichtingsdriehoek genoemd.

Deze waardes kun je allemaal zelf instellen, of je kunt het automatisch door je camera laten doen. Door deze drie elementen op de goede manier te combineren krijg je een goed belichte foto.

Verander je aan één van de elementen iets, dan moet er bij de andere waarden ook iets veranderen om de foto nog in balans te houden. En elke aanpassing zal ook gevolgen hebben voor de uitstraling van je foto. Er is dus niet één juiste instelling: de beste instelling hangt af van wat jij met je foto wilt.

Diafragma

Het diafragma bevindt zich in het objectief van je camera. Het is een verstelbare opening die de hoeveelheid licht die de camera ziet, stapsgewijs regelt.
Bij het instellen van het diafragma kies je een diafragmawaarde (ook wel diafragmagetal). Je ziet deze waarde soms op verschillende wijze geschreven: F 2,8 of f/2,8 of 1:2,8. Wij gebruiken in deze cursus de eerste schrijfwijze.


Het diafragma bepaalt dus de hoeveelheid licht die de camera in komt. Je kunt dat op de volgende afbeelding goed zien.




Om mooie foto's te maken is, het gelukkig niet echt nodig om te weten waarom de getallen precies zijn zoals ze zijn. Wel moet je goed onthouden dat een klein diafragmagetal (bijvoorbeeld F 2,8) staat voor een grote lensopening, en een groot diafragmagetal (zoals F 22) juist voor een kleine lensopening.

Behalve licht regelt diafragma ook de scherptediepte. Als je een foto maakt, is nooit alles vanaf je voeten tot aan de horizon scherp in beeld. Alleen dat wat zich binnen een bepaald bereik bevindt, zal mooi scherp op de foto komen: dat is de zogeheten scherptediepte.
Zodra je ergens op scherpstelt, begint het scherpe gebied altijd een stukje dichterbij en zal het doorlopen tot een stukje achter het scherpstelpunt. Voor het gemak kun je scherptediepte daarom ook 'scherpte in de diepte' noemen.

Een grote lensopening (bijvoorbeeld F 2,8) zorgt voor weinig scherptediepte, dus een onscherpe voor- en/of achtergrond.

Een kleine lensopening (bijvoorbeeld F 22) zorgt voor veel scherptediepte, dus van voren tot achteren scherp.

Sluitertijd

De tweede regelaar in de belichtingsdriehoek is de sluitertijd. Dit is de tijd die de belichting kost, oftewel hoelang het maken van een foto duurt.
Zodra je op de knop drukt om een foto te maken, gaat er in je camera een soort schuifje omhoog, waardoor de sensor wordt blootgesteld aan het licht van buiten de camera. Na een bepaalde tijd gaat het schuifje weer dicht en start de camera met het verwerken van de foto. Dat schuifje noemt men dus 'de sluiter' en de tijd dat deze open staat, heet de sluitertijd.

In deze tabel zie je de getallenreeks voor de sluitertijd. Net als bij het diafragma, kent niet elke camera de volledige reeks.



Korte en lange sluitertijd

Door de sluiter maar een fractie van een seconde (bijvoorbeeld 1/4000) open te zetten, registreert de sensor dus alleen die héle korte tijd het beeld. Hiermee kun je bewegende voorwerpen 'bevriezen', dus stilzetten midden in hun beweging. Fotografeer je een snel onderwerp, bijvoorbeeld een vogel, dan moet je een heel korte sluitertijd gebruiken om dit onderwerp scherp en stil op je foto te krijgen.

Fotografeer je zoiets als een landschap, waarin maar weinig gebeurt, dan mag je gerust een langere sluitertijd kiezen. Het risico op bewegingsonscherpte is dan veel kleiner.

Je kunt een lange sluitertijd ook gebruiken om juist beweging vast te leggen. Fotografeer je bijvoorbeeld een landschap met een waterval, dan kun je ervoor zorgen dat het water verandert in een melk-achtige stroom. En als je 's avonds een drukke weg fotografeert, zie je de autolichten als strepen.

Johanboonstra

ISO

Lichtgevoeligheid

Hoe hoger de diafragmawaarde en/of hoe korter de sluitertijd, hoe minder licht jouw camera 'ziet'. Op zonnige dagen is dat geen probleem, want dan valt er alsnog genoeg licht op de sensor. Maar binnenshuis of in het schemerdonker loop je tegen technische beperkingen aan.

Nu komt de iso-waarde om de hoek kijken, oftewel de lichtgevoeligheid van de camera. Door bij weinig licht de iso-waarde te verhogen, verhoog je de lichtgevoeligheid en lijkt het probleem opgelost: je kunt alsnog een foto maken met een vrij korte sluitertijd (laag getal) of met een vrij klein diafragma (hoog getal). Veel camera's staan trouwens standaard in de automatische iso-stand.


avatar

Dit artikel is onderdeel van een cursus uit Zoom Academy. Dé plek voor online fotografie cursussen, voor beginners en gevorderden. Leer betere foto's maken met deze uitgebreide cursussen vol tips en video's, speciaal gemaakt door Zoom.nl. Wil je verder leren? Bekijk hier het grote aanbod cursussen op www.zoomacademy.nl .

Reacties

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn