Upload jouw foto's
Drie feiten en fabels over scherptediepte moet iedere fotograaf weten! © IDG NL

3 juli 2020, 09:47

De scherptediepte bepaalt welk deel van je compositie scherp is. Over scherptediepte doen veel misverstanden en halve waarheden de ronde. We bespreken een paar van deze halve waarheden.

Een van de misverstanden, of eigenlijk een halve waarheid, is dat teleobjectieven minder scherptediepte zouden geven dan groothoekobjectieven. En dat de scherptediepte bij camera's met een kleine sensor groter zou zijn dan bij fullframe-camera's. Omdat zulke verhalen een eigen leven gaan leiden, leggen we uit wat scherptediepte eigenlijk inhoudt en welke factoren daarop van invloed zijn.

Scherptediepte

Met de AF of de scherpstelring stel je jouw objectief in op een bepaalde opnameafstand. In feite worden alleen objecten op die specifieke afstand scherp afgebeeld. Hoe verder weg of dichterbij iets is, des te vager het wordt weergegeven. Dat objecten dichterbij of verder weg dan de scherpstelafstand óók scherp lijken, komt domweg doordat we het verschil tussen optimaal scherp en nét niet helemaal scherp niet kunnen zien. Onder scherptediepte verstaan we dus een zone van ergens voor tot ergens achter de scherpstelafstand die scherp genoeg lijkt om voor scherp door te gaan.


Hoe groot die scherptediepte is, hangt af van diverse factoren. Daaronder vallen de sensorgrootte en de brandpuntsafstand, maar ook de scherpstelafstand en het diafragma. Die factoren hangen onderling samen, en soms hebben ze een tegengestelde werking. Daarom zetten we het complete verhaal overzichtelijk op een rij.

Fabel 1: Brandpuntsafstand versus opnameafstand

Laten we beginnen met de bewering dat teleobjectieven minder scherptediepte geven dan groothoekobjectieven. Op het eerste gezicht valt daar weinig tegenin te brengen. Uit de formule om de scherptediepte te berekenen blijkt namelijk dat als de brandpuntsafstand verdubbelt, de scherptediepte afneemt met een factor vier. Een 24mm-groothoek geeft dus ruim viermaal zoveel scherptediepte als een 50mm-standaardlens. En die geeft weer vier keer zoveel scherptediepte als een 100mm-tele.

Voorwaarde is wel dat het ingestelde diafragma en de opnameafstand gelijk blijven. En bij dat laatste zit 'm de kneep. Met een 50 mm wordt hetzelfde onderwerp op dezelfde afstand immers een stuk kleiner afgebeeld dan met een 100 mm. Stel dat je bijvoorbeeld je hond min of meer beeldvullend op de foto zet met een 100mm-teleobjectief vanaf 3 meter afstand. Vervolgens pak je een 50mm-standaardlens. Daarmee krijg je op diezelfde afstand viermaal zoveel scherptediepte ... maar ook een kleinere hond. Als je die hond net zo groot in beeld wilt, moet je de afstand tussen camera en hond halveren. En bij halvering van de opnameafstand neemt de scherptediepte juist af met een factor vier. Wat de scherptediepte betreft, ben je dus weer terug bij af.

Nou is dat niet het hele verhaal. Een teleobjectief geeft met z'n langere brandpuntsafstand namelijk een veel abrupter scherpteverloop dan een groothoekobjectief. De scherptediepte is dus wel ongeveer gelijk, maar alles daarbuiten oogt bij de teleopname een stuk onscherper, terwijl je met de groothoekopname door de grotere beeldhoek veel meer achtergrond meeneemt, die zowel kleiner als herkenbaarder wordt weergegeven.

Deze opname is gemaakt op de 50mm-stand.

Ingezoomd naar 100 mm neemt de scherptediepte sterk af, wat vooral is te zien aan het gebouw op de achtergrond en het metalen raster.

Als je in plaats van in te zoomen dichterbij gaat staan met het objectief op de 50mm-stand, zie je nauwelijks verschil in scherptediepte met de vorige opname op 100 mm: de afbeeldingsmaatstaf is immers gelijk. Wél is er verschil in perspectief: dat is namelijk afhankelijk van de opnameafstand. Ook neem je door de grotere beeldhoek meer achtergrond mee in beeld.

Fabel 2: Brandpuntsafstand en sensorformaat

In wezen draait het er dus om hoe groot het onderwerp wordt afgebeeld. Dat noemen we dan ook de 'afbeeldingsmaatstaf'. Hoe groter het onderwerp wordt afgebeeld in verhouding tot z'n ware grootte, hoe kleiner de scherptediepte. Daarom is het zo lastig om een piepklein bloemetje beeldvullend helemaal scherp op de foto te krijgen.

Een afbeeldingsmaatstaf van 1:1 betekent dat het onderwerp op ware grootte door de sensor wordt vastgelegd. Misschien denk je nu: maar dan speelt toch ook het sensorformaat een rol? Dat klopt als een bus: bij een fullframe-camera krijg je op 1:1 krap een munt van 50 eurocent in beeld. Bij aps-c wordt een 1-eurocentmunt al aangesneden aan de randjes.


Ook tussen sensorformaat en brandpuntsafstand bestaat een relatie. Bij een kleiner sensorformaat geeft eenzelfde brandpuntsafstand een kleinere beeldhoek. Per saldo bedraagt de scherptedieptewinst grofweg een factor drie. Maar die winst is dus te danken aan de brandpuntsafstand en niet aan de sensorgrootte op zichzelf.



Met een lange brandpuntsafstand en een groot diafragma kun je het scherpe onderwerp mooi van de onscherpe voor- en achtergrond isoleren. Twee opnames vanuit dezelfde positie met een 70-200mm-telezoom op beide uiterste zoomstanden. Het is maar net wat je wilt.

Foto: Chris van Riel, vanrielotjuhh.zoom.nl

Fabel 3: Diafragma

In veel situaties zit je vast aan een bepaalde camera-objectiefcombinatie. Als je een specifiek onderwerp met een bepaalde afbeeldingsmaatstaf wilt vastleggen, is een stapje achteruit of uitzoomen om zo de scherptediepte te vergroten geen optie. Wat je dan kunt doen, is diafragmeren (het diafragma sluiten). Hoe kleiner het diafragma (hoger F-getal), des te groter de scherptediepte. Om precies te zijn: als de diafragmawaarde verdubbelt, bijvoorbeeld van F 4 naar F 8, verdubbelt ook de scherptediepte. Maar verwacht hier geen wonderen van, want je hebt het in dergelijke gevallen over een paar milli- tot centimeters.

Hieronder driemaal dezelfde opname met een 50-135mm-zoomlens voor aps-c op 100 mm met respectievelijk F 2,8, F 5,6 en F 11, waarbij is scherpgesteld op de paal van de wegwijzer. De scherptediepte neemt toe (op de eerste foto zijn de punten van de borden al onscherp; let verder op de boom rechts) en ook de onscherpe achtergrond wordt steeds scherper en dus herkenbaarder.





avatar

Dit artikel is onderdeel van een cursus uit Zoom Academy. Dé plek voor online fotografie cursussen, voor beginners en gevorderden. Leer betere foto's maken met deze uitgebreide cursussen vol tips en video's, speciaal gemaakt door Zoom.nl. Wil je verder leren? Bekijk hier het grote aanbod cursussen op www.zoomacademy.nl .

Reacties (1)

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn

 
wimban op 6 februari 2020 om 18:03

Ik weet niet wie dit artikel heeft geschreven, maar mijn complimenten: ik heb zelden een kort en helder artikel gepubliceerd gezien, maar dit is er eentje van de bovenste plank: kort, helder en informatief!