Upload jouw foto's
Zo gebruik je de hyperfocale afstand in landschapsfotografie © IDG NL

1 juli 2020, 10:07

Bij het maken van een landschapsfoto wil je als fotograaf vaak de grootst mogelijk scherpte bereiken. Dat wil zeggen: je wilt dat de scherpte van voor tot achter in je beeld klopt. De hyperfocale afstand kan je daarbij helpen. We leggen uit hoe je daarmee aan de slag gaat.

Een klein diafragma (een groot f-getal) gebruiken helpt daarbij al een heleboel, maar zelfs dan kan het zijn dat je scherpte verliest in de voor- en achtergrond als je op de verkeerde plaats in je beeld scherpstelt. Om precies te weten waar in je beeld je scherp moet stellen voor de optimale scherpte is het handig om de hyperfocale afstand te gebruiken. Die hyperfocale afstand is een optische regel die je vertelt waar de scherptediepte begint en eindigt bij een gekozen diafragma, brandpuntsafstand en sensorgrootte.



In dit verhaal is het handig om te weten hoe scherpte en de scherptediepte zich gedraagt, daarom nog even een korte inleiding in deze principes. De scherpte in je beeld kun je zien als een 'vlak' met scherpte dat zich evenwijdig tegenover de sensor in je camera bevindt. Op welke afstand van je sensor en camera, dat verschilt aan de hand van het scherpstelpunt en het gekozen diafragma. Stel je dichtbij scherp, dan bevindt dat vlak met scherpte zich vlakbij de camera, stel je verderop in de achtergrond scherp is het dus achteraan in je beeld te vinden. Afhankelijk van het gekozen diafragma wordt dit 'vlak' dikker en dus de scherptediepte (de diepte van de scherpte) groter. Bij f/2.8 is dit vlak dus behoorlijk ondiep en bij f/11 is het een groot vlak, dat bijvoorbeeld helemaal van de voorgrond tot aan de achtergrond kan lopen. De gebruikte brandpuntsafstand en je eigen standpunt hebben ook veel invloed op hoe de scherpte in je beeld zich gedraagt.

Nu zou je denken: als ik een landschapsfoto ga maken waarbij ik alle onderdelen in mijn beeld scherp wil hebben, dan kies ik voor een klein diafragma (bijvoorbeeld f/11) en komt dat automatisch wel goed. Dat is slechts gedeeltelijk waar, want ook bij f/11 zijn er gedeeltes in je beeld die niet in het 'vlak' met scherptediepte vallen. Zowel in de voor- als achtergrond. De hyperfocale afstand vertelt je in dat geval op welk specifiek punt - of eigenlijk afstand gemeten vanaf de camera - in je beeld je scherp dient te stellen voor een optimale scherpte. Die hyperfocale afstand kun je berekenen door een ietwat ingewikkelde formule te gebruiken waarbij je een aantal variabelen (brandpuntsafstand, diafragma en sensorgrootte) gebruikt. Gelukkig zijn er op het internet voldoende schema's te vinden waarin de hyperfocale afstanden voor de meest gebruikte instellingen en sensor-groottes te vinden zijn.



Een voorbeeld. Je bent in een weiland en je ziet een fraai boerderijtje in de achtergrond. Dat wil je vastleggen, maar wel in combinatie met een mooi hekje verder in de voorgrond van je beeld. Hoe zorg je er nu voor dat ze allebei scherp zijn? Je bent aan het werk met een fullframe dslr, gecombineerd met een 24mm groothoekobjectief bij f/11. Dat geeft een hyperfocale afstand van 1,7 meter, waarbij alles vanaf de helft van die afstand (85 cm) scherp in beeld is. (Gebruik je een aps-c-sensor? Vermenigvuldig de uitkomst dan met 1,5) Vervolgens stel je (bij benadering, maar je kunt het natuurlijk ook echt uit gaan meten) scherp op die afstand en ben je verzekerd van een uitstekende scherpte. Zorg er natuurlijk wel voor dat het hekje op de voorgrond zich verder dan 85 centimeter van je camera bevindt, want anders valt dat hekje alsnog in de onscherpte.

Reacties

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn