Upload jouw foto's
Interieurfotografie: hoe ga je om met grote contrasten? © IDG NL

4 november 2020, 07:04

Interieurfotografie kent vele uitdagingen. Het vastleggen van (te) grote contrasten is er daar eentje van. Waar komt dat probleem vandaan en wat kun je doen om het op te lossen?

Een interieur fotograferen kan allerlei doelen hebben. Je kunt het doen als een oefening, als een manier om je interieur te laten zien aan anderen of je kunt een interieur fotograferen met als doel je huis te verkopen of te verhuren. Welke reden je er ook voor hebt, de kans is groot dat je tegen een aantal technische uitdagingen aanloopt.



Deze uitdagingen hebben vaak te maken met de (te) grote contrasten die je tegenkomt in een huis. Een interieur zelf is meestal niet heel contrastrijk, maar de problemen beginnen als er ramen in je interieur zitten en buiten de zon flink schijnt. Een interieur is namelijk relatief donker, in ieder geval in relatie tot wat zich buiten afspeelt. Een goede belichting van je interieur zorgt er daarom in veel gevallen voor dat de buitenwereld overbelicht op je foto terechtkomt. Dat is bij een klein raam nog niet echt een probleem, maar wordt vervelend als er grote ramen in de kamer zitten of als het uitzicht ter plekke een belangrijke rol speelt in je beeld. Denk bijvoorbeeld aan een situatie waarin je een appartement fotografeert dat vlakbij de zee ligt en dat aan de hand van jouw foto's verkocht moet worden. Het uitzicht op de zee is in dat geval erg belangrijk en dus is het zaak om dat in de beelden te laten zien.

Het probleem met grote contrasten is dat een camerasensor in de meeste gevallen niet in staat is om deze grote contrasten in één beeld te laten zien. De laatste jaren gaat het dynamisch bereik van camerasensoren met sprongen vooruit, maar toch is het nog steeds een uitdaging om de bandbreedte die het menselijk oog wel kan zien te laten zien in een foto.



Hoe kun je dat oplossen? Ten eerste is het zo dat juist de moderne camerasensoren steeds beter in staat zijn om dergelijke contrasten vast te leggen. Toch zul je dat op je cameraschermpje niet terugzien; het ware potentieel ligt natuurlijk in de ruwe beeldinformatie in je bestand. Dat maakt het mogelijk om een (behoorlijk) onderbelicht beeld te maken waarbij je achteraf de belichting kunt corrigeren en balanceren. Dit vereist natuurlijk wel een rotsvast geloof in het feit dat alle informatie beschikbaar is in je raw-bestand. Daarbij loop je het risico om met een beeld te eindigen waarin toch niet alle contrasten goed uit de verf komen als je de prestaties van je sensor overschat. Doe dit dus alleen als je weet dat dit geen probleem is voor jouw camerasensor.

Het maken van een HDR-beeld kan een andere oplossing zijn. In dat geval maak je meerdere belichtingen die achteraf worden samengevoegd in de nabewerking. Je maakt een goed belicht beeld voor het interieur, een goed belicht beeld voor het uitzicht en combineert die twee. Dat vereist wat oefening en vraagt ook om dezelfde compositie in al deze beelden, een statief is dus geen overbodige luxe. Op die manier kun je het probleem met de te grote contrasten uitstekend oplossen, al moet je er natuurlijk wel voor zorgen dat het eindresultaat geloofwaardig en goed gebalanceerd in elkaar steekt.

Reacties

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn