Upload jouw foto's
Wild fotograferen in Nederland - uilen © IDG NL

6 mei 2020, 09:45

In deze serie geven we je tips en tricks over het fotograferen van wild in Nederland. Van kleine insecten tot grote grazers. We vertellen je wat over de dieren en geven je tips over hoe je ze het beste op de foto zet. Dit keer vertellen we je alles over de uilen in Nederland.

De afgelopen keren bespraken we de insecten in je tuin en de wilde slangen in Nederland, we zetten nu weer een stapje terug richting de vogels en bespreken de uilen in ons land. Nederland is maar een klein landje, maar er is enorm veel wild te vinden.

Je kunt acht soorten uilen tegenkomen, een paar daarvan zijn echter uiterst zeldzaam en komen bijna nooit ons land binnen. Zo vliegt er heel af en toe een sneeuwuil door ons land. Vandaag behandelen we vier veelvoorkomende uilen in ons land. Een lijst van alle uilen die je tegen kunt komen, met hun kenmerken en leefgebieden kun je hier vinden.


Foto: wennepen92, een sneeuwuil

De beste tijd om uilen te spotten

Veel mensen denken dat uilen enkel overdag vliegen. Dat is echter niet het geval. Er zijn ook uilensoorten die ook overdag of in de schemering vliegen. Welke soorten dat zijn is makkelijk te onthouden: hoe lichter de ogen, hoe vroeger op de dag ze vliegen.

Uilen met gele ogen vliegen ook overdag (en ook in de schemering en 's nachts)
Uilen met oranje ogen vliegen ook in de schemering (en ook 's nachts)
Uilen met zwarte ogen vliegen alleen 's nachts


Foto: Henk Laverman, een velduil

Soorten uilen

Bosuil

De bosuil komt het meest voor van alle uilen in Nederland. Het is een klein uiltje, ongeveer even groot als een kraai. Je kunt de uil tegenkomen in de kleuren grijs, donkerbruin en roestrood. De ogen van de bosuil zijn zwart, overdag rust hij meestal dicht tegen een boomstam aan.

De bosuil nestelt in oude bomen en is te vinden in veel gebieden waar een hoop groen staat en waar genoeg voedsel te vinden is. Zo kun je hem vinden in open loofbossen, maar ook in stadsparken en zelfs een hele groene woonwijk. De bosuil eet voornamelijk kleine zoogdieren zoals muizen, maar ook kikkers en verschillende soorten insecten staan op het menu. Het mannetje en vrouwtje klinken beide heel anders, hun roep luister je hier.


Foto: Ifoulon

Kerkuil

Ook de kerkuil is een echte nachtvlieger met zwarte ogen. De uil heeft een plat, hartvormig gezicht dat meestal wit of lichtbruin is. Ook de onderkant van de uil kan wit zijn, of hij is geelbruin, met een gespikkelde onderzijde. De kerkuil is een echte boerenvogel, hij nestelt in donkere plekjes in de buurt van redelijk open velden in bijvoorbeeld oude schuren of kerktorens.

Ook overdag is de kerkuil vaak bij zijn nestelplaats te vinden, dan wordt het ook wel roestplaats genoemd. De roep van de kerkuil klinkt een beetje spookachtig, het is een schor gekras of gekrijs. Je kunt de roep van de uil hier luisteren.


Foto: AGDBeukhof

Steenuil

De steenuil is een klein rond vogeltje dat, net als de kerkuil, veel terug te vinden is in het boerenlandschap. Hij is niet veel groter dan een merel, maar vanwege zijn volle verendek lijkt hij wat groter. Hij is grijsbruin met witte streepjes of vlekjes. De steenuil heeft felgele ogen en vliegt dus ook overdag.

Vanaf een verhoging van ongeveer anderhalve meter of hoger speurt hij de velden af, op zoek naar prooi. De roep van het steenuiltje klinkt niet wat de meeste mensen verwachten bij de roep van een uil. Het is een korte, hoge roep. De roep van de steenuil luister je hier.


Foto: MartijnSchot

Oehoe

De oehoe is een van de grootste uilen in Europa, de vrouwtjes zijn groter dan de mannetjes. Vrouwtjes worden groter dan 67 centimeter, mannetjes worden groter dan 61 centimeter. Pas sinds 1997 broed deze uil, na een tijd weggeweest te zijn, weer in Nederland. De oehoe heeft grote oorpluimen en oranje ogen, wat betekend dat de uil in de schemering en 's nachts vliegt.

De oehoe komt op veel plekken voor, omdat hij zich goed aan kan passen. Je kunt hem vinden in naaldwouden, mediterrane gebieden met struikgewas, bossen en soms zelfs zeekusten. Omdat de uil zo groot is, kan hij ook een wat grotere prooi aan, toch eet hij veel muizen en ratten, maar ook soms een vos en zelfs andere uilen. De roep van de oehoe klinkt een beetje als zijn naam, je luistert hem hier.


Foto: Taswor

Hoe zet je ze dan op de foto?

Net zoals bij het fotograferen van andere vogels is het niet verkeerd om een flinke telelens bij te hebben als je op uilenjacht gaat. Minimaal 400 mm is erg handig, kies voor een primelens voor een betere kwaliteit of kies voor een zoomlens om flexibeler te kunnen werken met de afstanden.

Het hangt dus van de soort uil af in welk gebied je moet gaan zoeken en op welk tijdstip. Als je overdag gaat zoeken, naar bijvoorbeeld een steenuiltje, zul je niet zo veel problemen hebben met het licht. Ga je echter 's nachts op pad, dan wordt het een heel ander verhaal.

Het is een proberen met de belichting, met nachtdieren is dat echt behoorlijk lastig. Oefen daarom eerst op iets simpels, zoals een paaltje of een tak. Kijk welke instellingen je nodig hebt om dat voorwerp goed te belichten. Daarna kun je op zoek naar uilen.

Instellingen

Je wilt waarschijnlijk je sluitertijd niet al te laag zetten, omdat je geen bewegingsonscherpte wilt. Zet daarom je iso zo hoog mogelijk en zet je diafragma zo ver mogelijk open. Je zoekt natuurlijk een plek waar de kans groot is dat je een uil tegenkomt, maar zoek ook een lichte plek. Midden in een bos is waarschijnlijk niet de beste plek, omdat de bladeren al het licht dát er is tegenhouden. Kies een open plek en ga op pad op een heldere nacht met een volle maan. Gebruik als het even kan een statief, zodat je in ieder geval geen last hebt van je eigen bewegingen.

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat het beter is om geen flits te gebruiken, omdat de vogel dan tot een paar minuten na de flits verblind zal zijn. Nachtuilen, zoals kerkuilen, hebben namelijk hele gevoelige pupillen. Je kunt eventueel wel een zwak lampje gebruiken om bij te schijnen. Het lampje mag echter echt niet te fel zijn en je moet proberen om niet direct in de ogen van de uil te schijnen. Als de uil er verstoord of verward uitziet, kun je het beste je lampje gelijk uitzetten, dan heb je toch een te felle lamp. Je kunt ook kijken of je toevallig een plekje kunt vinden met een lantaarnpaal in de buurt, je hebt dan zelf geen licht nodig en als de uit daar gaat zitten of langs vliegt heeft hij er waarschijnlijk geen last van.

Fotografeer als laatste in raw. Jpg is leuk, maar als je nachtdieren wilt fotograferen heb je bij een jpg bestand gewoon te weinig opties. Als je in raw fotografeert, kun je de foto later vaak nog een heel stuk oplichten. Zolang de foto niet totaal onderbelicht is, kun je er vaak nog wel wat uithalen.


Foto: Natuurwonder, een ransuil

Meer artikelen uit de serie kun je hier vinden.

Reacties

Om te kunnen reageren, moet je ingelogd zijn