Dé tips voor het voorjaar: bloemen en planten fotograferen

Door: Michelle Ruwen | 7 april 2021 18:16
Bloemen en planten fotograferen is een populaire bezigheid van macrofotografen. Dat is ook niet zo vreemd, want de variatie in soorten, vormen en kleuren is bijzonder groot. En je kunt ze natuurlijk ook een groot deel van het jaar - van het vroege voorjaar tot in de herfst - vinden. En ver hoef je ook niet te zoeken: bij een slootrand, in het park of zelfs in je eigen tuin vind je al fotogenieke exemplaren.

Voorjaar

Je kunt al vroeg in het voorjaar op pad om planten en bloemen te fotograferen. Als eerste kun je aan de slag met de stinsenplanten. Deze vroeg bloeiende knollen en bollen zijn eeuwen geleden naar Nederland gebracht om daar in tuinen van buitenverblijven aangeplant te worden. Van hieruit zijn ze verwilderd en verspreid over de verschillende landgoederen. Er komen ongeveer dertig verschillende stinsenplanten in NVroeg op pad?ederland en België voor.

De eerste planten die verschijnen zijn winterakoniet en iets later de sneeuwklokjes. Andere soorten zijn bijvoorbeeld lelietje-van-dalen, boerenkrokus en wilde hyacint. Over het algemeen zijn stinsenplanten door de vorm en kleur hele fotogenieke planten. Doordat ze tussen het oude bruine blad tevoorschijn komen, vallen ze direct op en is het niet moeilijk om ze te spotten. Daarbij groeien ze vrij massaal als een mooi tapijt onder de kale bomen.

Als even later in het voorjaar ook andere bloeiende planten volop tevoorschijn komen, wordt het helemaal een feestje, dat tot ver in de zomer duurt.

Vroeg op pad?

Wil je bepaalde specifieke soorten fotograferen, bijvoorbeeld orchideeën, bedenk dan dat deze een min om meer vaste bloeitijd hebben, die enigszins kan afwijken door temperatuurinvloeden. We raden meestal de fotografen aan om heel vroeg op pad te gaan voor het mooiste licht, maar dat is voor sommige bloeiende planten niet het beste moment. Een aantal planten opent namelijk pas z'n bloemen zodra de zon op volle kracht schijnt.

Kies je volgende stap in fotografie! Haal nu je ticket voor Zoom Academy Next en volg meer dan 32 workshops en lezingen en stel direct al je vragen aan de vakfotografen.

Een dromerig karakter

Probeer bij natuuronderwerpen eens van tevoren te bedenken welk gevoel je met je foto wilt overbrengen. Bij een teer en zacht onderwerp als de fragiele bloem wil je bijvoorbeeld teerheid in beeld overbrengen. Dan kies je voor een sfeervolle benadering, waarbij onscherpe vlakken en mooie kleuren in de voor- en achtergrond een belangrijke rol spelen.

Om dat te bereiken, kies je een groot diafragma (F 2,8 of F 4). Een kleiner diafragma als F 11 levert veel meer scherpe details in de voor- en achtergrond op, waardoor de zachte uitstraling van het beeld verloren gaat. Bij F 2,8 is de scherptediepte minimaal en komt het luistert het scherpstellen heel nauwkeurig.

Sandra Mevissen - Droomsprookje - Panasonic G80 · ISO 200 · F 3,5 · 1/320 SEC · 60 MM

Scherpstellen

Meestal stel je met de hand scherp. Vaak fotografeer je namelijk door vegetatie in de voorgrond heen. De autofocus begint dan te pendelen omdat die niet goed kan inschatten wat jij nou precies scherp wilt hebben. Om zeker te weten dat je een foto hebt waarbij de scherpte precies op het juiste punt valt, maak je een reeks foto's waarbij je de scherpstelring van de lens steeds ietsje verdraait.

Compositie

Door min of meer op ooghoogte met je onderwerp uit te komen, creëer je een onscherpte voor en achter de plant. Die plant komt hierdoor veel beter tot zijn recht. Bij plantenfotografie kun je in de meeste gevallen prima om je onderwerp heen draaien (een plant loopt niet voor je weg) en een paar centimeter met je camera naar links of rechts kan al een compleet andere achtergrond opleveren.

Licht en kleuren

Bloemen hebben vaak de meest prachtige kleuren! Maar hoe krijg je deze nu goed op de foto? Bloemen laten zich juist bij mooi weer met volop zonneschijn bewonderen. Het lastige bij de fotografie van bloemen is vooral de lichtreflectie op de glimmende delen van de bloem. Hierdoor ontstaan - bij hard licht - uitgebeten vlakken die minder mooi ogen en ook minder details laten zien. Ook wordt het beeld minder fraai door de harde contrasten tussen licht en schaduw op de bloem.

Maar ... je las net dat niet alle bloemen 's ochtends vroeg al volop open staan. Wat nu? Een prima methode om het licht af te zwakken is het gebruik van een witte paraplu. Hiermee plaats je de bloem en de schaduw en wordt het zonlicht afgezwakt tot mooier en zachter licht. De kleuren van de bloemen komen daardoor beter tot hun recht. Je zult zien dat de bloemen veel mooier in beeld komen en kleuren. Een simpel wit en goedkoop parapluutje voldoet al en een statief met een klem om hem vast te houden is ook handig om te gebruiken.

Beeldvullend?

In de plantenfotografie zijn we al snel geneigd om beeldvullend te werken, dat wil zeggen: de plant vult het merendeel van de ruimte. Dit komt vooral omdat deze manier van componeren vele tientallen jaren gangbaar was. Tegenwoordig zie je echter steeds meer nieuw beeld in publicaties en social media waarbij het plantje maar een relatief klein deel van het totale beeld in beslag neemt.

Het voordeel van dit soort beeldstijlen is dat men de ruimte om de plant kan gebruiken om het beeld krachtiger te maken. Men kan gaan werken met fraaie structuren, vlakken en kleuren in de ruimte rondom te plant. Hierdoor ontstaat er, indien goed uitgewerkt, een krachtiger beeld.

Het gevaar bij deze vorm van fotografie is dat het beeld al snel te rommelig wordt met afleidende elementen. Daarom zijn kleinere brandpunten vanaf 90 mm in combinatie met grotere diafragma's als F 3,5 aan te raden. Hierbij is de scherptediepte kleiner en zullen de anders storende voor- en achtergronden, in de onscherpte minder opvallen.

Wil jij meer leren over Macrofotografie van niemand minder dan Daan de Vos? Volg dan zijn workshop over Macrofotografie tijdens Zoom Academy Next!

Bob Daalder - bobphoto - Canon 60D · ISO 100 · F 2,8 · 1/400 SEC · 100 MM

Omgeving van de plant

Nog meer dan anders is men dus genoodzaakt goed op de omgeving van de plant te letten. Vooral door veel tijd uit te trekken vóórdat je de foto's maakt, en het plantje onder diverse hoeken en standpunten te observeren, kun je tot meer aansprekende resultaten komen.

Qua compositie werkt het vaak goed als je de plant links of rechts in beeld plaatst, afhankelijk waar zich de interessante voor- en/of achtergrond bevindt. Achtergronden zijn voor de uitstraling van de foto even belangrijk als het hoofdonderwerp, bij macrofotografie is dat niet anders. Dat geldt trouwens ook voor de voorgrond.

Om meer onscherpe kleurvlakken en textuur te creëren, kun je door de vegetatie - die zich tussen de camera en de plant bevindt - heen fotograferen. Dit levert vaak prachtige onscherpe vlakken op en dan is het ook mooi om deze juist wat meer ruimte te geven en de plant wat kleiner in beeld te nemen. Ook dit soort composities werken sfeerverhogend.

Probeer wel een opening tussen de wirwar van takjes, blad of andere vegetatie op de voorgrond te vinden, waarbij je de plant vrij kunt fotograferen. Bij te veel dichte vegetatie net voor de plant lijkt de plant algauw minder meer scherp op de foto.

Cemal Kazankaya - CemalKazankaya - Nikon D7000 · ISO 320 · F 4 · 1/250 SEC · 90 MM

Groothoekobjectief en plantenfotografie

Bij plantenfotografie denk je al snel aan gebruik van een macro-objectief om mee te fotograferen. Maar als je even wat anders wilt, kun je ook prima een groothoekobjectief gebruiken voor plantenfotografie! Juist met een groothoeklens kun je beter ook de leefomgeving van de plant laten zien en vertelt de foto meer een verhaal. Over het algemeen tonen planten die in groepen bij elkaar groeien of wat grotere planten zich beter voor dit type fotografie.

Probeer met het groothoekobjectief ook weer dicht op de planten op de voorgrond te kruipen zodat deze dominanter en groter in beeld komen waardoor het beeld wat pakkender word. Een objectief met een kortere minimale instelafstand helpt dan. Het gebruik van kleinere diafragma's als F 11 en F 16 geven meer diepte aan het beeld en laten ook de achtergrond beter zien en geven context aan het beeld.

Aangezien je bij gebruik van het groothoekobjectief het licht op de achtergrond - het landschap - niet meer kunt sturen, is het belangrijk om bij het juiste licht te fotograferen. Het eerste en het laatste licht op de dag zijn dan ideaal, omdat de kleurtemperatuur warmer is en de contrasten tussen lichte delen schaduwen minder groot. Ook dagen dat de zon wat minder krachtig schijnt (door wat sluierbewolking bijvoorbeeld) zijn prima vanwege het zachtere licht.

Gilbert de Bruijn - gilles147 - Sony A7 III · ISO 100 · F 2,8 · 1/60 SEC · 90 MM

Dubbelbelichting

Wil je foto van een plant of bloem helemaal een dromerige uitstraling geven, dan kun je daarvoor de dubbelbelichting gebruiken, ook wel meervoudige belichting genoemd. Een aantal cameramodellen is uitgerust met een functie om dubbelopnamen te maken. Bij deze functie worden twee of meer beelden door de camera tot een beeld gesmeed. Met deze functie zijn heel leuke effecten te bereiken. Pas het echter wel met mate toe, anders wordt het op een gegeven moment een trucje.

Met name bij plantenfotografie is deze functie prima inzetbaar, omdat het zachte karakter van een plant wordt versterkt door de meer dromerige sfeer die het dubbelbeeld veroorzaakt. Over het algemeen belicht je het beeld maar twee keer.

De werkwijze is vrij eenvoudig:

  • Nadat je de dubbelopname functie van de camera geactiveerd hebt, maak je eerst één opname met de bloem scherp in beeld.
  • Daarna verdraai je de scherpstelring van het objectief waardoor je een onscherp beeld in de zoeker krijgt.
  • Nu maak je de tweede foto. Deze twee foto's worden dan door de camera tot één beeld gesmeed, en je ziet op je display direct het resultaat.
  • Door deze toepassing legt de camera dus een onscherp beeld over een scherp beeld heen, waardoor het zachter wordt.
  • Niet alle cameramodellen hebben deze functie. Je kunt dit effect ook in Photoshop of andere beweringssoftware realiseren, hetzij wat omslachtiger en tijdrovender.

Houd bij de dubbelopname bij de onscherpe foto een groot diafragma aan, omdat een te klein diafragma de onscherpe vlekken kleiner maakt waardoor het effect minimaal wordt. Overigens werkt dit effect niet optimaal bij ieder objectief. Je hebt namelijk een objectief nodig waarbij de onscherpte duidelijk zichtbaar is in de zoeker. Bij bijvoorbeeld groothoekobjectieven is de onscherpte voor het tweede onscherpe beeld te gering. Macro-objectieven daarentegen zijn weer prima inzetbaar, evenals ook veel tele- en telezoom-objectieven.

Walter Roost - Nikon D850 · ISO 320 · F 4,5 · 1/2500 SEC · 105 MM