De kathedraal staat achteraan als een stille reus, een verticale ademhaling van steen die het hele beeld een bijna sacrale diepte geeft.
Daartegenover schuift het moderne perron als een strakke, horizontale streep door het landschap - een eenvoudig gebouw dat precies een derde van het beeld inneemt, alsof het zich bewust klein houdt naast de eeuwen die achter het koor en de torens schuilgaan.
Het contrast wordt een soort dialoog: de kathedraal die omhoog wijst, het perron dat zich laag en lang uitstrekt. Tussen die twee lijnen ontstaat een zachte spanning, alsof oud en nieuw elkaar even aftasten in het licht dat over beide gevels glijdt.
Opmerkingen