215 keer bekeken
0
Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni)
De citroenvlinder is meestal de eerste lentebode in het jaar. Zij overwinteren als vlinder in takkenbossen en graspollen, en bij de eerste warme dagen komen de mannetjes al tevoorschijn. Soms is dat al in januari. Later verschijnen ook de bleekgele vrouwtjes. De eitjes worden afzonderlijk afgezet op jonge takken en bladeren van Rhamnus frangula (sporkehout) en Rhamnus cathartica (wegedoorn). De rupsen voeden zich met de jonge bladeren. Hangend aan de onderkant van een takje of bladnerf verpopt ze zich. In de zomer komen de mannetjes en vrouwtjes uit de pop. Ze paren nog niet. In de herfst kunnen ze lange rustpauzes houden, voordat ze als vlinder aan de overwintering beginnen. Pas in de lente vinden balts en paring plaats. De citroenvlinder heeft altijd één generatie.
Alle rechten voorbehoudenMeer info tonen
Opmerkingen