1169 keer bekeken
4

nijlgans

14 maart, 2010
bedankt voor de reacties op m,n buizerd in vlucht. foto is van vanmorgen 14 maart 2010 24 april fotodag te Leek. De Nijlgans wordt een steeds vaker voorkomende verschijning in de Nederlandse fauna. Er is geen houden aan; deze soort plant zich gemakkelijk voort, soms ten koste van andere watervogels. Ook als jachtvogel krijgt de Nijlgans aanzienlijke meer betekenis. De Nijlgans (Alopochen aegyptiacus, en ook wel vosgans genoemd) is een blijvertje. Overal in het land kunnen paartjes Nijlgansen worden waargenomen. Buiten broedtijd leven ze ook in troepen, van rond een dozijn vogels tot en met grote concentraties. Wie bijvoorbeeld langs de maasplassen in Midden Limburg fietst, ziet in de weilanden en op de plassen soms honderden Nijlgansen en verbasterde Grauwe gansen bij elkaar zitten. In veel stadsparken en singels zitten Nijlgansen. Ze zijn verspreid over het gehele land, in feite over heel Europa. Algemeen: De Nijlgans is geen echte gans, maar eigenlijk een gansachtige eend, verwant aan de Bergeend. Het is een prachtige vogel, met een verenkleed dat verloopt van lichte grijs-groentinten naar rood en oker. Ze hebben een donkerbruine vlek op de onderborst. Om hun hals hebben ze een eveneens donkerbruine kraag. De iris is rood van kleur, de poten en snavel zijn roze. Kenmerkend is ook de roodachtige “bril” rond de ogen. Tijdens de vlucht vallen vooral de witte bovenste vleugeldelen op. Er zijn ook al enkele kleurvarianten gezien: heel lichte (blonde) vogels en zelfs geheel witte dieren. De lengte van de vogel is rond de 70 cm, het gewicht meestal iets meer dan 2 kilo. De nijlgans is een uit Afrika afkomstige soort. De huidige populatie is ontstaan door ontsnappingen uit particuliere watervogelcollecties. In 2000 was de Limburgse populatie gegroeid tot circa 100 tot 150 paar. De afgelopen jaren is er sprake van een verdere groei en daarmee gepaard gaande verdringing van inheemse fauna. Waarnemingen van groepen van honderden exemplaren in onze jachtvelden zijn geen uitzondering meer. Hoewel inmiddels standvogel, zijn Nijlgansen in Nederland niet inheems. De vogel komt oorspronkelijk uit het stroomgebied van de Nijl. Al in de zeventiende eeuw werden ze in Europa ingevoerd om als siervogel te worden gehouden. Sinds ongeveer een kwart eeuw komen ze bij ons ook in de vrije natuur voor. Het gaat om dieren die uit particuliere vogelcollecties zijn ontsnapt, en zich op hun vrije vestigingsadressen succesvol hebben voortgeplant. Goede overlevers Ondanks de afkomst uit zeer warme streken, blijkt de Nijlgans zeer goed te gedijen in ons redelijk milde klimaat. Ze overleven zelfs de strengste winters, voor zover deze tenminste nog voorkomen. De voortplanting verloopt eveneens voorspoedig. Het vrouwtje legt tussen de zes en acht eieren. De pullen brengen het vrijwel altijd alle tot volledige wasdom; de Nijlgansouders beschermen hen met een aan fanatisme grenzende agressie. Agressie is trouwens toch het handelsmerk van de Nijlgans. Ze “kraken” nesten van andere watervogels en zelfs van kraaien in hoge bomen zijn voor hun geen probleem. Dit jaar heb ik zelf waargenomen dat zij een nest waar de havik al jaren broedde hebben gekraakt en de havik is moeten verhuizen, dat wil wat zeggen hoe sterk en brutaal ze zijn. Ik heb zelf waargenomen dat ze in een hoge boom +/- 20 meter hoog broeden. De pullen laten zich gewoon omlaag vallen en overleven dit zonder verwondingen. Veel nesten van de inheemse Grauwe Ganzen worden het liefste gekraakt en ze jagen de oorspronkelijk bewoners op de vlucht. Eenden eDe nijlgans n meerkoeten, toch ook geen lieverdjes, worden zonder pardon aangevallen. Pullen van ander eend- en gansachtigen zijn evenmin veilig. Nijlgansen hakken met hun sterke snavels op de jonge vogels in, net zo lang totdat ze verdrinken. Het zijn ware killers, vooral in broedtijd en in de periode dat ze zelf kuikens hebben. Daarbuiten worden ze wel eens in gezelschap van andere ganzensoorten gezien. 24 april fotodag te Leek
Alle rechten voorbehouden
Meer info tonen

Instellingen

Komt voor in