86 keer bekeken
15
Voorjaar
Bosanemoon, Anemone nemorosa L., is een lage overblijvende lentebloeier uit de Ranonkelfamilie. De plant bloeit voordat de bomen en struiken in het loofbos, waar ze staat, uitlopen. Ondergronds heeft de plant wortelstokken. Als de plant in het midden van de zomer aan het eind van zijn groeicyclus begint af te sterven, wordt energie en voedselvoorraad in die wortelstok opgeslagen.
Aan de horizontaal tamelijk dicht onder het oppervlak van de bosbodem lopende wortelstok verschijnen handvormig gedeelde bladeren met een lange steel die bovenaan een beetje behaard kan zijn. Ook de bloemstelen komen rechtstreeks te voorschijn uit de wortelstokken. De kale bloemsteel heeft drie bladeren en draagt een witte bloem. De drie steelbladeren zitten als een krans onder de bloem. Deze bladeren zijn groter dan hun korte steel. De planten kunnen tot 25 cm hoog worden en hele oppervlakken bedekken, waardoor het er in het vroege voorjaar de schijn van kan hebben of er nog sneeuw in het bos ligt.
De bloemen hebben 5-7 bloemdekbladen, die vooral aan de buitenkant ook wat paars-rood aangelopen kunnen zijn. De bloemdekbladen zijn behaard. De bloemdekbladen zijn in feite gekleurde kelkbladen, die door hun kleuring op kroonbladen lijken. Kroonbladen ontbreken echter. De in de bloem staande meeldraden hebben gele helmknoppen. Er staat een aantal bovenstandige vruchtbeginsels in de bloem bij elkaar. In die tijd van bloei verzamelen insecten stuifmeel en brengen dan de bestuiving tot stand. Bosanemoon bloeit van maart tot en met mei. De bloemstengel is behaard. Elke dopvrucht bevat maar één zaadje. Deze dopvruchten worden door mieren verspreid.
Bosanemoon groeit op vochtige, matig voedselrijke, humusrijke grond in loofbossen en hakhout. Ook aan slootkanten in grasland en als stinzenplant is ze te vinden, bijvoorbeeld op buitenplaatsen in Noord en Oost Nederland. Let erop dat het sap van de plant giftig is en irriterend kan werken op de huid. (bron: Flora nl)
Alle rechten voorbehoudenMeer info tonen
Opmerkingen