374 keer bekeken
63
Sneeuwbalhaantje
Sneeuwbalhaantje
Voor de ei-afzetting knaagt het wijfje een mm diepe holte aan de onderzijde van een eerste-jaar scheut, deponeert daarin 5-8 eieren, en bedekt ze dan met een dikke prop van een mengsel van frass en geknaagde bast. Ze herhaalt dit enige malen, en vaak leggen verscheidene wijfjes hun eieren bijeen, zodat een lange serie proppen ontstaat. Regenwater wordt door de prop opgenomen en helpt de eieren vochtig te houden. De eieren komen in het voorjaar uit; de larven leven aan de onderzijde van het blad, veroorzaken eerst venstervraat, vreten later kleine hoekige gaten. Ze verpoppen zich in de grond in een cocon van aarde. In juli komen de imagines te voorschijn die grote langwerpige gaten in het blad vreten. Samen met de larven kunnen ze een bijna totale kaalvraat veroorzaken.
Ze overwinteren en de larven komen uit van april tot mei. De larven ontwikkelen zich ongeveer vier tot vijf weken en eten onregelmatige gaatjes tussen de bladnerven in de bladeren. De verpopping vindt plaats onder de grond. De kevers zijn te vinden van juni tot september, er wordt slechts één generatie gevormd.
Alle rechten voorbehoudenMeer info tonen
Opmerkingen