107 keer bekeken
13
Windmolen in Oelegem
De stenen bergmolen werd gebouwd in 1845-1846 door strodekker en herbergier Martinus De Winter-De Backer, die de eerste molenaar werd. Een zeldzame keer duikt de naam “De Timmerman” op voor de Oelegemse molen, afgeleid van de dichtstbijzijnde plaatsnaam op de primitiefste kadasterkaarten. De volksmond hield het echter bij de “Stenen Molen” om een onderscheid te maken met de houten molen, op de weg naar Wijnegem, die in 1940 afbrandde.
Hoewel het "algemeen geweten" was dat de Oelegemse molen het fijnste meel leverde van de vele dorpen in de omgeving, kon Philip Mees-Maes, die de molen in 1877 had gekocht, niet optornen tegen de concurrentie van de houten molen van Oelegem die eigendom was van de burgemeester, tevens eigenaar van de maalderij. Daarom kon Jan-Baptist Heylen, maalder en burgemeester van Oelegem, zijn stenen concurrent in 1891 opkopen en stilaan laten uitbollen. De wieken draaiden voor het laatst rond W.O. I. Dan deed het gebouw nog dienst als autobusgarage, opslagplaats, K.A.J.-lokaal en weekendverblijf. Via erfenis kwam de molen in 1930 in handen van Vincent Goossens, eveneens burgemeester van Oelegem. Beschietingen tijdens W.O. II brachten zware schade toe. De bescherming als monument in 1943 kon hieraan weinig verhelpen.
Een uitwendige restauratie in 1962 kon korte tijd verdere aftakeling tegenhouden. Het "Jaar van het Dorp" in 1978 leverde wel de goede wil voor nieuwe restauratieplannen die echter niet haalbaar bleken voor de eigenaars, nog steeds de familie Goossens. Intussen stond het gebouw leeg en nam de aftakeling duidelijker vormen aan. Toen de heemkundige kring De Brakken van Oelegem in 1982 de Stenen Molen kon huren, werden de restauratieplannen in bescheidener vormen weer bovengehaald. De financiële bijstand die de Koning Boudewijnstichting en de Nationale Loterij in 1986 boden, zorgden voor een doorbraak in de problemen. Dankzij de belofte van het gemeentebestuur van Ranst om de molen aan te kopen, wat nog in 1986 kon gebeuren, kon in 1987 een eerste noodrestauratie worden afgewerkt, waarbij de molenkap, deuren en ramen vernieuwd werden. Een tweede noodrestauratie in 1990 liet toe alle rotte balken en zolderingen te vervangen. De definitieve restauratie met nieuw gevlucht en draaiwerk met één koppel maalstenen startte op 30 januari 1997 door de firma Verstraete uit Rumbeke (Roeselare). Ze stonden in voor zowel het bouwkundig als het molentechnisch werk. Sindsdien heeft de molen een overbrengingsverhouding van maar liefst 1:8,8, hetgeen zeer hoog is. De inhuldiging gebeurde op 14 juni 1998. De buitenzijde kreeg een rode laag, die echter niet goed stand houdt. Er zijn stalen gelaste roeden (fabrikaat Peel, 1997) en het maalkoppel heeft Franse stenen van 1,6 m diameter. De molen is iedere tweede zondag van de maand gratis te bezoeken tusen 11 u. en 17.30 u. Je kan er tevens een meulenmaal nuttigen (hesp, spek en eieren, dessert of streekbiertje).
Adriaens Molenbouw bv uit Weert voerde in augstus 2011 herstellingswerken uit aan de kap. Adriaens bracht volgens de oude werkwijze een stelling aan rond de kap die verankerd is in de oorspronkelijke stelling- of steigergaten van de molenromp. Hij verwijderde de roofing en verving de voeghouten. Ter hoogte van de askop kwamen twee metalen platen en de verticale beplanking aan de achterzijde werd volledig vernieuwd. Enkele balken kregen verstevigingsbeugels. Tot slot kwam een nieuwe kapbedekking.
Aanvullend kreeg de molen een nieuwe schilderbeurt. Voor het schilderen van alle ramen, deuren, luiken, de bekleding van de askop en de wieken was 30.000 euro op de gemeentebegroting voorzien. De gemeente kon rekenen op een onderhoudspremie van 80 percent. De uitvoering gebeurde via een onderhandelingsprocedure. Door onderhoudsachterstand deden zich in 2017-2918 een aantal incidenten voor. Toen de molen in november 2017 flink draaide, kwam een windplank los. Kort daarna, in januari 2018, verloor de molen een hele reeks windplanken van twee wieken. Ze waren van de stilstaande molen door de wind afgerukt en op het nabijgelegen kerkhof, zonder verdere schade, terecht gekomen. Vermits het toen duidelijk was dat een volledige vernieuwing van het houtwerk van de wieken zich opdrong, beslisten de molenaars om alle overgebleven windborden te verwijderen, kwestie van een wiekenkruis te hebben dat terug in evenwicht is en dat toeliet om af en toe los te draaien, in afwachting van een volledige vernieuwing van het houtwerk van het gevlucht. Op zondag 9 december 2018 deed zich een wiekbreuk voor. De molenaars lieten de molen draaien met twee kleine halve zeilen op de binnenroede. De molen haalde sommige ogenblikken 60 enden. Plots was er een lawaai en toen de molenaars uit de meelzolder kwamen om op de belt te gaan kijken, zagen ze het houtwerk van een wiek tussen de molenberm en het kerkhof liggen. Johnny Van de Velde, voorzitter van de Oelegemse heemkring De Brakken, die juist achter de molen een en ander uit zijn wagen loste, was door het geluid geschrokken en toen hij opkeek dacht hij even dat de wiek op hem en zijn auto ging terecht komen. Gelukkig kwam de rommel zonder verdere schade wat verder terecht. Alle hekstokken waren met een rechte breuk vlak tegen de roede afgebroken. Het eikenhout was op die breukplaatsen niet meer 100% gezond. Bij gezond eikenhout zou een schuine breuk, meer in de vezelrichting van het hout, normaler zijn. Het zeil was ook aan flarden. De molenaars ruimden de rommel op en stoppen met draaien tot na de nu wel zeer dringende wiekrestauratie. Het gevlucht van de molen is ondertussen 20 jaar oud en dat is een leeftijd die wel meer gepaard gaat met houtbreuk en rottend hout. De incidenten van de laatste jaren hebben dit helaas erg duidelijk gemaakt. Technische beschrijving
Basisbinnendiameter: 6,5 m - muurdikte: 100 cm
Basis meelzolder: 6 m - muurdikte: 60 cm
Hoogte metselwerk van op de grond: 15 m + kap 3,5 m = 18,5 m
Hoogte van het metselwerk boven de belt: 11 m
Roeden: 25,50 m bij 2,8 m
Staart: 13 m
Doorsnede vangwiel: 3 m
Lengte koningspil: 5,5 m
Lengte molenas: 4,5 m
Alle rechten voorbehoudenMeer info tonen
Opmerkingen