5 snelle en praktische tips voor macrofotografie

25 februari 2026 08:31
25 februari 2026 08:31
Redactie Zoom.nl

Wil je meteen op pad met je camera om de kleinste details vast te leggen? Met macrofotografie hoef je niet ver te reizen. Je vindt je onderwerpen gewoon in de tuin, het park of zelfs in huis. Met deze vijf praktische tips kun je direct aan de slag.

1. Gebruik wat je hebt (maar kies slim afstand)

Heb je een echte macrolens? Perfect. Een 90mm of 100mm macrolens is ideaal omdat je iets meer afstand kunt houden tot je onderwerp. Handig bij insecten die anders wegvliegen.

Heb je geen macrolens? Geen probleem. Veel telelenzen kunnen verrassend dichtbij scherpstellen. Zet je zoomlens op het langste brandpunt en ga zo dicht mogelijk op je onderwerp zitten zonder dat je minimale scherpstelafstand overschrijdt. Je krijgt misschien geen 1:1 macro, maar wel een sterke close-up.

Tip voor morgen: kies een onderwerp dat niet wegloopt, zoals bloemen, mos, druppels of een paddenstoel. Dat fotografeert een stuk relaxter.

Foto: JacquelineUiterloo

2. Let op je achtergrond (bokeh = rust)

Bij macro is de achtergrond minstens zo belangrijk als je onderwerp. Een drukke achtergrond leidt enorm af.

Kies daarom een standpunt waarbij de achtergrond ver weg ligt. Hoe groter de afstand tussen je onderwerp en de achtergrond, hoe zachter en rustiger je bokeh wordt. Werk met een relatief groot diafragma (bijvoorbeeld f/2.8 tot f/5.6) als je een zachte, dromerige achtergrond wilt.

Morgen meteen toepassen: ga laag zitten en fotografeer een bloem schuin van voren, zodat de achtergrond verder weg valt in plaats van direct achter je onderwerp zit.

3. Stel handmatig scherp (en beweeg zelf)

Bij macro is je scherptediepte extreem klein. Autofocus kan gaan ‘zoeken’, zeker bij kleine insecten of fijne structuren.

Zet je lens eens op handmatige focus en stel globaal scherp. Beweeg daarna heel subtiel je lichaam iets naar voren of achteren tot het belangrijkste detail, bijvoorbeeld de ogen van een insect, haarscherp is. Gebruik eventueel focus peaking als je camera dat heeft.

Belangrijk: bij insecten altijd scherpstellen op de ogen. Als die scherp zijn, voelt de hele foto scherp aan.

Foto: Daan de Vos

4. Knijp je diafragma iets dicht voor meer scherpte

Bij f/2.8 is je scherptediepte soms zó klein dat alleen een randje van je onderwerp scherp is. Wil je meer van je onderwerp in focus? Kies dan bijvoorbeeld f/8 of f/11.

Let wel op je sluitertijd. Omdat je diafragma kleiner wordt, moet je mogelijk je ISO iets verhogen om bewegingsonscherpte te voorkomen. Zeker buiten, waar bloemen en grassprieten bewegen door de wind, is een wat kortere sluitertijd fijn.

Praktische richtlijn voor morgen:

  • Diafragma: f/8

  • ISO: zo laag mogelijk, maar verhoog indien nodig

  • Sluitertijd: minimaal 1/250 bij lichte wind

©DAYLIGHTSCANPHOTOGRAPHY ALL RIGHTS RESEVERD COPYRIGHT

Foto: JSPhotographics

5. Gebruik simpel hulpmateriaal

Macro draait om improviseren. Je hebt geen dure accessoires nodig.

Een klein zaklampje kan al helpen om extra licht te geven op een schaduwrijk onderwerp. Aluminiumfolie kan dienen als mini-reflectiescherm. Een stukje zwart karton achter een bloem kan een drukke achtergrond ineens volledig rustig maken.

En misschien wel de belangrijkste tip: neem de tijd. Macro vraagt geduld. Kijk goed, draai om je onderwerp heen en probeer verschillende hoeken voordat je afdrukt.

Bonus: begin simpel

Wil je morgen snel resultaat? Zoek dauwdruppels in de ochtend, mos met tegenlicht of een bloem met zonlicht van achteren. Dat levert vaak direct mooie bokeh en sprankelende highlights op.

Macrofotografie zit ’m niet in verre reizen, maar in goed kijken. Dus pak je camera, ga naar buiten (of kijk eens op je keukentafel) en ontdek hoe spectaculair klein kan zijn.

Watch on YouTube

Opmerkingen

of en discussieer mee!
Wees de eerste die een opmerking achterlaat.