In samenwerking met FUJIFILM

De eerste klik

Aries reis met Fujifilm begon in 2016 toen hij een camera had besteld om mee te filmen. “Maar toen ik die kwam ophalen, zei de verkoper: ‘Dit ga ik jou niet verkopen, daar word je helemaal niet blij van. Wacht maar even op de FUJIFILM X-T2, dat wordt ’m voor jou.’” Zijn geduld werd beloond: “Toen ik hem in mijn hand had, was ik meteen verkocht. Het voelde gewoon goed.” Een dag later stapte hij op een cruiseschip voor een fotografievakantie op de Middellandse Zee. Hij nam alleen zijn nieuwe Fujifilm mee. “’s Avonds in de hut bekeek ik mijn eerste foto’s en ik dacht: zo, dit is echt heel wat anders!”

Hoewel de X-T2 niet specifiek voor sport is ontworpen, nam Arie hem meteen mee naar de motorcross. Vooral de scherpte en de kleuren vielen hem op. Inmiddels is de overstap compleet: na de X-T2 kwam de X-H1 en nu werkt hij met twee X-H2S-camera’s. “Alles is nu Fujifilm.”

Arie Bon aan het werk langs de motorcrossbaan.

Massa draaien

Op een circuitdag maakt Arie al snel zo’n 2800 foto’s. Uren achter de computer zitten om kleuren te corrigeren en het contrast te verbeteren, is er dus niet bij. “In de motorsport draai je massa”, legt hij uit. “Snelheid is alles. Vaak moeten de racefoto’s dezelfde avond nog online staan.” Met andere woorden: wat uit zijn camera komt, moet direct goed zijn. Daarom schiet Arie niet in RAW. “Dankzij de JPEG-kwaliteit uit de Fujifilm-body’s lukt dat. De kleuren zijn al direct prachtig, die hoef ik niet meer te corrigeren. En de autofocus werkt uitstekend: van de 2800 foto’s is er bijna niets onscherp.”

In de cameratas

Op een stoffig en zanderig circuit wisselt Arie liever niet van objectief. Daarom heeft Arie meestal twee X-H2S-body’s om zijn nek hangen. De een is uitgerust met een XF100-400mmF4.5-5.6 R LM OIS WR. Op de andere body zit een XF50-140mmF2.8 R LM OIS WR. “Toen ik jaren geleden de XF50-140mm voor het eerst testte bij een cross in Gouda en het resultaat zag, heb ik ter plekke mijn oude objectief op Marktplaats gezet”, lacht Arie. “Die objectieven zijn gewoon vlijmscherp en razendsnel. De autofocus laat me nooit in de steek.”

Strak in de bocht. FUJIFILM X-H2S, ISO 160, F 5,4, 1/1250 s, 323,2mm. Foto: Arie Bon

Positie bepalen

De X-H2S kan met de elektronische sluiter tot 40 beelden per seconde vastleggen, maar Arie gebruikt die burstmodus meestal niet. “Ik kies voor één foto per keer. Ik zie een rijder aankomen, weet van tevoren exact wáár ik hem in mijn frame wil hebben en druk op het juiste moment af.” Dat vraagt ervaring, zeker op Circuit Zandvoort, waar Arie weinig keuze heeft in zijn standplaats. “Bijna overal staan hekken”, legt hij uit. “Het is net alsof je door een kasteelmuur loopt met hier en daar een schietgat.”

TT Circuit Assen is wat dat betreft een droom. “Met een mediapas kun je daar fantastisch rondom de baan werken. Je mag uiteraard de baan niet op, dat is levensgevaarlijk, maar verder heb je vrijheid. En het terrein is zo groot dat je geen last hebt van andere fotografen.”

Een motorcrosser in volle sprong. FUJIFILM X-H2S, ISO 2000, F 5,6, 1/320 s, 123,8mm. Foto: Arie Bon

Snel reageren op wisselend licht

Aries dagindeling wordt volledig gedicteerd door het licht. “Ik begin met de stand van de zon, die wil je niet recht in je gezicht hebben. Afhankelijk van het weer bepaal ik mijn route, maar je moet ontzettend flexibel zijn. Je hebt wel een vast patroon in je hoofd, maar het weer en het tijdschema van de races bepalen alles.”

Bij wisselend licht gebruikt Arie Auto-ISO: de camera past de ISO-waarde automatisch aan binnen ingestelde grenzen. De belichting blijft daarbij ook afhankelijk van sluitertijd, diafragma en lichtmeting. “Bij mijn X-H2S stel ik dan simpelweg een ISO-range in, bijvoorbeeld van ISO 160 tot 800. De camera pakt zelf de beste waarde binnen die marges.”

In het theater werkt hij naar eigen zeggen tot ISO 6400 zonder dat ruis voor hem storend wordt. “Die auto-ranges op onvoorspelbare dagen zijn echt een genot. Ik heb geen zin en geen tijd om de hele dag aan mijn ISO te sleutelen.”

In de regen

En dan is er nog de robuustheid. De spullen van Arie krijgen het zwaar te verduren. “De vochtbestendigheid van mijn apparatuur is niet normaal”, vertelt hij. “Laatst stond ik twee dagen achter elkaar in de striemende regen op het circuit. Mijn schoenen waren na een week nog steeds niet droog, maar mijn camera’s gaven geen kik.”

Een beschermhoes heeft Arie niet nodig. “Ik vind die dingen een drama, dus ik ben blij dat Fujifilm geïnvesteerd heeft in weerbestendige apparatuur. Het enige wat ik doe, is mijn hand even boven de zoeker houden zodat er geen druppels op het glas komen te zitten waar ik doorheen kijk.”

Meetrekken op het circuit: de motor scherp, de omgeving in beweging. FUJIFILM X-H2S, ISO 160, F 10, 1/250 s, 142,7mm. Foto: Arie Bon

Met lange werkdagen wil je geen loeizware baksteen om je nek hebben hangen.

- Arie Bon

Licht en duidelijk

Ook het ergonomische aspect is voor Arie doorslaggevend. “Als je lange werkdagen maakt, wil je geen loeizware baksteen om je nek hebben hangen. Vroeger had ik nog wel eens last van mijn schouders of nek, maar sinds ik met Fujifilm werk, heb ik daar nooit meer last van. En ook niet onbelangrijk: de knoppen zitten waar ze horen te zitten. Ik hoef nooit diep in de menu’s te duiken om snel een instelling aan te passen. Zeker als je snel moet schakelen, zoals in mijn tak van de sport, is dat belangrijk.” Als Arie workshops geeft waarbij mensen hun eigen camera meenemen, moet hij soms eindeloos zoeken naar waar een functie in het menu verstopt zit. “Daar heb ik met sportfotografie echt geen tijd voor.”

Theaterfotografie

Wanneer in oktober voor Arie het raceseizoen afloopt, pakt hij zijn spullen in voor een heel andere wereld: het theater.

Zo fotografeert hij veelvuldig de grootschalige optredens voor de dansstudio van zijn dochter en verschillende danswedstrijden. “Theaterfotografie is een vak apart”, legt hij uit. “Je werkt in een dynamische omgeving met sterk wisselend licht, maar flitsen is een absolute no-go.”

Arie bepaalt ’s ochtends waar hij gaat zitten. “Ik kan dan zorgen dat ik geen mensen voor me heb en vrij zicht heb op het podium. Daarna bepaal ik mijn afstand en dus mijn objectief.” In vrijwel alle gevallen is dat de XF16-55mmF2.8 R LM WR II. “Voorheen deed ik alles in het theater met objectieven met een vast brandpunt (primelenzen), maar het is lastig om in het pikkedonker voortdurend van objectief te moeten wisselen. Sinds ik de XF16-55mm II in bezit heb, gebruik ik in het theater bijna niets anders meer. Hij is zo bizar scherp en supersnel dat je het verschil met een objectief met een vast brandpunt amper ziet.” Hij fotografeerde het hele Nederlands kampioenschap dansen met dit objectief. “In het theater mis je dan met de XF16-55mm II eigenlijk niets.”

Een danseres in de lucht, zonder flits vastgelegd. FUJIFILM X-H2S, ISO 6400, F 4,5, 1/320 s, 26,4mm. Foto: Arie Bon

Ook belangrijk is goed overleg met de lichttechnici. “Ik praat vooraf altijd met het techniekteam over het soort licht dat ze gebruiken. De kleuren en de sfeer blijven met de Fujifilm-sensor volledig overeind, zonder dat ik hoef te flitsen.”

“Het moet gewoon werken”

Arie is uiteindelijk vooral een praktische fotograaf. Techniek is voor hem geen doel op zich. “Het moet gewoon werken”, concludeert hij.

“Ik werk vaak onder hele moeilijke omstandigheden. Ik heb geen tijd om rustig mijn compositie te bepalen of m’n standpunt aan te passen, zoals je wel hebt als je in een landschap een bepaald plantje fotografeert. Bij mij gaat het vaak met 160 tot ruim 200 kilometer per uur, er vliegen hele groepen tegelijk langs, of ik sta in een pikdonker theater met bewegende dansers op het podium. Ik moet kunnen vertrouwen op apparatuur die snel is, prettig in de hand ligt en beelden levert waar ik direct mee verder kan.”

Met dank aan Arie Bon, sportfoto.shop.