Zodra je je wat meer verdiept in fotografie, kom je al snel de term belichtingsdriehoek tegen. Dat klinkt misschien ingewikkeld, maar in de praktijk valt het mee. De belichtingsdriehoek bestaat uit drie instellingen die samen bepalen hoe licht of donker je foto wordt: diafragma, sluitertijd en ISO. Begrijp je hoe deze drie samenwerken, dan krijg je veel meer controle over je foto’s en wordt fotograferen een stuk leuker en bewuster.
Foto: Carolien 114 - ISO 8000 · ƒ/9 · 1/640s · 800mm
Veel beginnende fotografen laten deze instellingen in eerste instantie liever over aan de automatische stand van de camera. Dat is ook helemaal niet vreemd: je wil waarschijnlijk eerst focussen met leren hoe je kunt kijken als fotograaf. Toch is het juist de belichtingsdriehoek die je helpt om te begrijpen waarom een foto goed of minder goed lukt. Door te weten wat diafragma, sluitertijd en ISO doen, kun je bewuster keuzes maken en leer je stap voor stap zelf de controle over je camera nemen, zonder dat het ingewikkeld hoeft te worden.
Meer leren? Probeer dan 7 dagen gratis Zoom Academy Pro!
Diafragma: scherpte en achtergrond
Het diafragma is de opening in je lens waar het licht doorheen valt. Je kunt het vergelijken met de pupil van je oog: bij weinig licht wordt hij groter, bij veel licht kleiner (in de automatische stand). In de camera stel je het diafragma in met een f-getal, zoals f/2.8 of f/11. Een laag f-getal betekent een grote opening en veel licht, een hoog f-getal een kleine opening en minder licht.
Het diafragma heeft niet alleen invloed op de belichting, maar ook op de scherpte in je foto. Met een groot diafragma (laag f-getal) krijg je een kleine scherptediepte. Je onderwerp is scherp, terwijl de achtergrond onscherp wordt. Dit zie je vaak bij portretten. Een klein diafragma (hoog f-getal) zorgt juist voor veel scherptediepte, wat handig is bij landschappen waarbij je zoveel mogelijk scherp wilt hebben.
Sluitertijd: beweging bevriezen of laten zien
De sluitertijd bepaalt hoe lang de sensor licht opvangt. Dit kan heel kort zijn, bijvoorbeeld 1/1000 seconde, of juist lang, zoals een halve seconde of meerdere seconden. Een korte sluitertijd gebruik je om beweging te bevriezen, bijvoorbeeld bij sport of spelende kinderen. Een lange sluitertijd laat juist beweging zien, zoals stromend water of voorbijrijdende auto’s.
De sluitertijd heeft ook invloed op hoe licht je foto wordt. Hoe langer de sluiter openstaat, hoe meer licht er binnenkomt. Let er wel op dat bij langere sluitertijden bewegingsonscherpte kan ontstaan, niet alleen door het onderwerp, maar ook door jezelf. Daarom is het bij langere sluitertijden vaak nodig om een statief te gebruiken.
ISO: gevoeligheid voor licht
De ISO-waarde geeft aan hoe gevoelig de sensor is voor licht. Een lage ISO (bijvoorbeeld ISO 100) gebruik je bij veel licht en zorgt voor de beste beeldkwaliteit. Een hoge ISO (zoals ISO 1600 of hoger) maakt de sensor gevoeliger, waardoor je ook bij weinig licht kunt fotograferen.
Het nadeel van een hoge ISO is dat er ruis in je foto kan ontstaan. Dat zie je als kleine korreltjes, vooral in donkere delen van het beeld. Daarom is het slim om de ISO zo laag mogelijk te houden en deze pas te verhogen als het echt nodig is. Inmiddels is er echter verder ook erg goede ruisreductie via bewerkingsprogramma’s, zoals Lightroom.
Zo werken ze samen
De kracht van de belichtingsdriehoek zit in de samenwerking. Verander je één instelling, dan heeft dat invloed op de andere twee. Kies je bijvoorbeeld een kleiner diafragma, dan komt er minder licht binnen en moet je dat compenseren met een langere sluitertijd of een hogere ISO. Het is steeds een afweging, afhankelijk van wat je belangrijk vindt: scherpte, beweging of ruis.
Oefenen zonder stress
De beste manier om de belichtingsdriehoek te begrijpen, is door ermee te oefenen. Zet je camera eens in de diafragmavoorkeuze (A of Av) en kijk wat er gebeurt als je het diafragma verandert. Doe hetzelfde met sluitertijdvoorkeuze. Door bewust te spelen met deze instellingen, ga je vanzelf begrijpen wat ze doen en wanneer je welke keuze maakt.
Opmerkingen