In samenwerking met Nikon
Meestal reist Max samen met anderen, tijdens de fototours die hij organiseert. Maar soms trekt hij er alleen op uit, om zijn portfolio uit te breiden of om een bijzonder natuurverschijnsel vast te leggen dat zich niet rond een groep laat plannen. ‘Dat kan een vulkaanuitbarsting in IJsland zijn, gloeiende lava tegen een zwarte hemel. Maar het kan ook een totale zonsverduistering zijn, een eclips. Dit jaar was er alle reden om er alles aan te doen om die niet te missen.’
Een eclips op rijafstand
De eclips van dit jaar was extra bijzonder: hij vond laag aan de horizon plaats, en dat nota bene in Europa. ‘Geen dagenlange vlucht, geen tijdverschil om aan te wennen, maar een plek die ik met de auto kon bereiken’, vertelt Max. Hij ging op zoek naar een locatie waar hij de totaliteit kon zien én kon combineren met een sterke voorgrond. ‘Een zwarte zon aan een lege hemel is mooi, maar een zwarte zon boven een landschap dat het verhaal vertelt, daar draait het bij mij om.’
Op 12 augustus was de eclips zichtbaar vanuit onder meer IJsland, het Spaanse vasteland en de Balearen. In IJsland trok de bewolking eroverheen. Daar werd het alleen even donker, zonder dat de zon zelf te zien was. Op Mallorca, Ibiza en Menorca viel de eclips samen met de zonsondergang, wat de kans op storende wolken voor de zon flink vergroot. Op veel plekken in die regio was er inderdaad bewolking, al bleef het soms bij een dun sluiertje.
De eclips laag boven de rotsformaties van de Monegros. Foto: Max Terwindt
Rotsen op één lijn met de zon
Max koos voor het noordoosten van Spanje: de Monegros, een halfwoestijn met een kaal, verweerd landschap vol interessante rotsformaties. ‘Dat leent zich uitstekend voor dramatische composities. Ik vond een aantal rotsen die precies goed uitgelijnd bleken te staan met de ondergaande zon, en dus met de eclips zelf, die om 20:30 uur plaatsvond.’ De exacte compositie zocht hij een paar dagen van tevoren uit met zijn drone. Vanuit de lucht bepaalde hij vanaf welk punt op de grond zon en rotsen precies zouden samenvallen tot een gebalanceerde compositie.
Niet alle locaties die hij in gedachten had, bleken bereikbaar. Sommige gebieden waren tijdens de eclips afgesloten terrein, omdat de lokale autoriteiten massatoerisme vreesden en de mogelijke gevolgen daarvan, zoals bosbranden. ‘Niet onterecht. Het was op dat moment extreem heet in Europa en zeker in dat deel van Spanje was het risico reëel.’
De totaliteit: een zwarte zon met corona boven dezelfde rotsen. Foto: Max Terwindt
Een zwarte zon boven een landschap dat het verhaal vertelt, daar draait het bij mij om.
- Max Terwindt
Twee camera’s op statief
Max installeerde zich ruim op tijd op de gekozen plek en oefende met zijn uitrusting, zodat er op het moment zelf geen verrassingen meer waren. Voor dit soort opnames werkt hij met twee camera’s tegelijk. Een camera met een normale zoomlens voor de voorgrond: de Nikon Z6III met de NIKKOR Z 28-400mm f/4-8 VR. En een camera met een telelens voor de zon zelf: de Nikon Z7II met de NIKKOR Z 180-600mm f/5.6-6.3 VR. ‘Beide camera’s zette ik op een stevig statief. Ik hield er rekening mee dat de zon verrassend snel beweegt zodra je helemaal bent ingezoomd. Bij 600mm loopt de compositie zonder bijsturen zo uit het beeld.’
Een paar dingen zijn bij het fotograferen van een eclips niet onderhandelbaar. Kijk nooit met het blote oog in de zon zonder eclipsbril. En ook je camera loopt gevaar zonder de juiste bescherming. Een eclipsfilter is daarom noodzakelijk, maar alleen tijdens de gedeeltelijke verduistering. ‘Zodra de totaliteit intreedt, is het zo donker geworden dat het filter overbodig is, en zelfs onwenselijk.’
De fasen van de eclips in close-up, van gedeeltelijk tot totaal. Foto: Max Terwindt
De instellingen
Tijdens de gedeeltelijke eclips zoomde Max in tot 600mm en werkte hij met F 6,3 en 1/50 seconde. ‘De NIKKOR Z 180-600mm f/5.6-6.3 VR is daar uitermate geschikt voor: scherp, een groot lichtbereik en voldoende zoombereik om de zon groot in beeld te krijgen. Belangrijk in deze fase is dat je niet overbelicht. Met het filter erop en de zon nog fel is het verleidelijk om te ruim te belichten.’
Voor de totaliteit zelf gebruikte hij F 11 en 1/20 seconde. Op dat moment fotografeer je zonder filter, maar met wisselende instellingen. ‘Het beste kan dat automatisch, met bracketing, omdat het licht in die paar minuten razendsnel verandert. Hoe goed je je ook hebt voorbereid, dit moment gaat voor je gevoel bijzonder snel voorbij. Het wordt echt even donker om je heen. Juist daarom is een goede voorbereiding onmisbaar. Je moet je focus erbij houden, want je krijgt geen tweede kans.’
Voor de voorgrond werkte Max met een brandpuntsafstand van ongeveer 90mm, F 8 en 1/160 seconde. ‘De NIKKOR Z 28-400mm f/4-8 VR leent zich daar uitstekend voor, maar ook een 24-120mm of 24-200mm zou hier goed werken.’ Alle beelden, de voorgrond met eclips en de ingezoomde, gedetailleerde eclips, voegde hij in Photoshop zorgvuldig samen tot één beeld dat het hele verhaal van die avond vertelt. ‘Een zogeheten sequence shot: een aaneenschakeling van alle belangrijke momenten, die ik in de baan van de zon, en dus van de maan, in de foto heb geplaatst.’
Het sequence shot: alle fasen van de eclips in de baan van de zon, boven de rotsen van de Monegros. Foto: Max Terwindt
Vijftig meteoren per uur
Toevallig viel de eclips op dezelfde dag als het hoogtepunt van de Perseïden, de meteorenzwerm die zo’n zeven uur na de eclips zijn piek bereikte. Max koos een plek niet ver van zijn eclipslocatie om zijn camera goed uit te lijnen met de zwerm. De Perseïden zijn eigenlijk restjes van de komeet Swift-Tuttle. Elk jaar reist de aarde door de enorme stofwolk die deze komeet in de loop der eeuwen heeft achtergelaten. Wanneer die piepkleine zandkorreltjes de dampkring van de aarde raken, verbranden ze door de hoge snelheid waarmee ze naar binnen schieten. Wat wij dan zien, is een lichtflits: een vallende ster. ‘Ze heten Perseïden omdat ze allemaal uit de richting van het sterrenbeeld Perseus lijken te komen. Dat zie je op mijn foto terug: de meeste grote meteoren komen van rechtsboven.’
Tijdens de piek waren er zo’n vijftig meteoren per uur te zien. Dat is veel, maar toch moest Max rond de honderd foto’s combineren om tot zijn resultaat te komen. ‘De uiteindelijke foto is eigenlijk een samenvatting van het piekmoment van de meteorenzwerm. Een beeld dat in werkelijkheid nooit in één keer met het blote oog te zien is geweest, maar dat wel het gevoel van die nacht vastlegt.’
De Perseïden boven een rotsformatie, samengesteld uit zo’n honderd opnamen. Foto: Max Terwindt
Sterrensporen rond de poolster boven dezelfde rots. Foto: Max Terwindt
De Melkweg bij nieuwe maan
Alsof de eclips en de Perseïden binnen één etmaal nog niet genoeg waren, was het ook nog nieuwe maan, het moment waarop de nachtelijke hemel het donkerst is. Dat dit samenvalt met een eclips is niet zo gek: bij nieuwe maan staat de maan, vanuit ons perspectief, het dichtst bij de zon. Het verlichte deel van de maan dat wij zien, is dan het kleinst, en dus hebben we ook het minste last van lichtvervuiling die indirect van de zon afkomstig is. Wat overblijft, is het onnatuurlijke licht van steden, industrie en straatverlichting. ‘Daarom wil je naar een plek met zo min mogelijk lichtvervuiling. Op de plek waar ik voor de eclips stond, was helaas toch nog redelijk wat lichtvervuiling. De foto’s van de Melkweg heb ik daarom al de avond ervoor gemaakt, bij de ruïne van een kasteel dat een paar uur zuidelijker ligt. Die locatie bleek ook perfect uitgelijnd met de Melkweg.’
De kern van de Melkweg is het centrum van ons eigen sterrenstelsel: het diepste, drukste en meest actieve hart van de gigantische spiraal van sterren waarin wij leven. Vanaf de aarde zien we de Melkweg als een lichtgevende, mistige band aan de hemel, waarvan het dikste en helderste deel de kern is. Het Melkwegseizoen loopt van het vroege voorjaar tot het begin van het najaar. In de zomermaanden staat de kleurrijke kern ’s nachts prachtig boven de horizon.
De Melkweg naast de ruïne van een kasteel, een paar uur zuidelijker. Foto: Max Terwindt
Dezelfde plek, met de kleurrijke kern van de Melkweg boven het pad naar de ruïne. Foto: Max Terwindt
Zo leg je de Melkweg vast
Moderne systeemcamera’s, zoals die uit de Nikon Z-serie, leggen dankzij hun dynamisch bereik veel detail vast dat wij met het blote oog amper of zelfs helemaal niet zien. Gebruik daarnaast een lichtsterke lens met een korte brandpuntsafstand, zoals een groothoek. De NIKKOR Z 14-24mm f/2.8 S is daar uitermate geschikt voor. Max maakte zijn Melkwegfoto met een brandpuntsafstand van 16mm, F 2,8 en een sluitertijd van 15 seconden, met een extreem hoge iso-waarde.
Kies je een te korte sluitertijd, dan wordt de foto te donker en vang je maar weinig details. Kies je juist een te lange sluitertijd, dan worden de sterren door de rotatie van de aarde kleine streepjes in plaats van punten. Dat verhelp je met een startracker. Dit apparaat plaats je tussen statief en camera. Na uitlijning met de poolster laat het je camera meedraaien met de rotatie van de aarde. Zo kun je sluitertijden van meerdere minuten gebruiken en je iso laag houden, wat de ruis minimaliseert.
Geen zin in nog meer apparatuur? Maak dan meerdere identieke foto’s van de sterrenhemel en stapel die in de nabewerking, zodat alleen de sterren overblijven en de ruis wordt geminimaliseerd. De kleuren en details haal je pas echt naar voren door in de nabewerking niet te zuinig te zijn.
Volgend jaar jouw beurt
Op 2 augustus 2027 is de volgende totale zonsverduistering te zien vanuit Zuid-Spanje, nabij Gibraltar, en heel Noord-Afrika. De totaliteit staat dan veel hoger aan de hemel, wat het aanzienlijk lastiger maakt om de zon te combineren met een interessante voorgrond. Er is ook een voordeel: de corona, de gloeiende rand rond de ‘zwarte’ zon, is dan gedetailleerder te zien dan bij een eclips laag aan de horizon.
Met dank aan Max Terwindt, www.maxterwindt.com.





