Tijdens het fotograferen kijk je waarschijnlijk vooral naar het beeld op je scherm om te beoordelen of een foto goed is gelukt of niet. Toch kan dat scherm misleidend zijn, zeker wanneer de belichting wat minder voor de hand ligt. Een hulpmiddel dat dan veel betrouwbaarder is, is het histogram. Dat klinkt misschien technisch, maar in feite is het niets meer dan een grafiek die laat zien hoe licht of donker je foto is.
Foto: corvee1r - ISO 100 · ƒ/8 · 1s · 24mm
In dit artikel leggen we uit wat een histogram is, wat je er precies aan af kunt lezen en hoe je het kunt gebruiken om je foto’s beter te belichten.
Wat is een histogram?
Een histogram is een grafiek die de verdeling van licht en donker in je foto weergeeft. Aan de linkerkant van de grafiek zie je de donkere tonen (zwart en schaduwen), in het midden de middentonen en aan de rechterkant de lichte tonen (hooglichten en wit).
Hoe hoger de piek op een bepaalde plek in het histogram, hoe meer pixels in je foto die helderheid hebben. Het histogram laat dus niet zien wat er op de foto staat, maar hoe het licht in je foto verdeeld is.
Waarom is een histogram handig?
Het histogram kan je helpen om te beoordelen of je foto goed belicht is. Je kunt ermee zien of delen van je foto te donker zijn (dicht tegen de linkerkant), of juist te licht (dicht tegen de rechterkant). Als de grafiek tegen een van de randen ‘plakt’, betekent dat vaak dat er details verloren gaan in schaduw of hooglichten.
Het voordeel van het histogram is dat het objectief is. Het maakt niet uit hoe fel je scherm staat ingesteld of hoe donker de omgeving is waarin je fotografeert: het histogram geeft altijd dezelfde informatie over de belichting.
Onderbelichting en overbelichting herkennen
Bij een onderbelichte foto ligt het grootste deel van het histogram aan de linkerkant. De foto bevat dan veel donkere tonen en weinig lichte partijen. Bij een overbelichte foto zie je juist een piek aan de rechterkant, wat betekent dat er veel lichte pixels zijn en mogelijk detail verloren is gegaan in lichte delen zoals wolken of sneeuw.
Ideaal gezien raakt het histogram geen van beide randen, tenzij dat natuurlijk bewust zo is. Een nachtfoto mag bijvoorbeeld veel donkere tonen hebben, terwijl een sneeuwfoto juist veel informatie rechts in het histogram laat zien. Toch kan ook een nachtfoto de linkerrand vermijden, evenals een sneeuwfoto de rechterrand kan vermijden.
Het ‘perfecte’ histogram
Een perfect histogram bestaat niet, dus zet dat maar uit je hoofd. Het juiste histogram hangt volledig af van je onderwerp en de sfeer die je wilt vastleggen.
Een foto met een zwart paard in de nacht zal een histogram hebben dat vooral links zit, terwijl een foto van een wit strand in fel zonlicht juist meer naar rechts verschuift. Het histogram moet passen bij je onderwerp, niet andersom. Belangrijker dan de vorm is of er detail verloren gaat aan de randen.
Histogram en nabewerking
Ook bij het bewerken van je foto’s speelt het histogram een grote rol. In programma’s zoals Lightroom zie je het histogram bovenin het scherm. Wanneer je schuifjes zoals belichting, contrast en hooglichten aanpast, verandert het histogram mee. Zo kun je controleren of je niet te ver gaat met bewerkingen (of ben je dat misschien juist van plan?). Wordt de rechterkant afgesneden, dan verlies je detail in de lichte delen. Zak alles naar links, dan wordt de foto vaak te donker.
Je histogram gebruiken tijdens het fotograferen
Veel camera’s kunnen het histogram direct tonen na het maken van een foto, of zelfs live in beeld. Door af en toe op het histogram te kijken in plaats van alleen op het beeld, leer je beter inschatten of je belichting klopt. Als je merkt dat je foto te donker is, kun je bijvoorbeeld de belichting iets verhogen door een langere sluitertijd, een groter diafragma of een hogere ISO te kiezen. Zie je dat lichte delen verdwijnen, dan kun je juist iets teruggaan in belichting.
Opmerkingen