Wind kan sterk verschillen in snelheid. De windsnelheid wordt uitgedrukt op de schaal van Beaufort, een schaal van 0 (windstil) tot en met 12 (orkaan). Deze indeling werd ontwikkeld voor de scheepvaart. De windsnelheid heeft ook invloed op de gevoelstemperatuur. Wind langs ons lijf voert warmte af, zodat het bij harde wind kouder aan kan voelen dan de werkelijke temperatuur.
In Nederland varieert het jaargemiddelde van de windkracht van 2 in het binnenland tot kracht 5 aan de kust. De windrichting is voor ons land ook belangrijk voor het komende weer. Verandering van wind (in snelheid of richting) duidt meestal op een verandering in het weer. Zo hangt een ‘ruimende’ wind (de windrichting draait met de klok mee) vaak samen met de komst van een hogedrukgebied, en dus beter weer. Een ‘krimpende’ wind (de wind draait tegen de klok in) duidt op een komende depressie en dus op regen.
Wind fotograferen
Wind zelf is een onzichtbaar natuurfenomeen, maar wat het teweegbrengt, krijg je wel te zien. Als je door de bossen of de velden loopt, merk je dat alles in beweging is. Deze dynamiek maakt de natuur en de wereld om ons heen aantrekkelijk. Het vangen van wind in beeld of juist de afwezigheid ervan, zorgt voor een extra dimensie in de foto.
Het vergt creativiteit en technische kennis om iets vast te leggen wat je niet kunt zien en wat in essentie niet past bij het statische karakter van fotografie.
Als eerste zul je op zoek moeten gaan naar de uitkomst van de wind: wat brengt de wind teweeg en welk gevoel wil je daarbij overbrengen? Door de keuze van onderwerp en techniek kun je het juiste gevoel van de wind overbrengen.
Er zijn twee mogelijkheden om met wind om te gaan. Met korte belichtingstijden kun je objecten ‘bevriezen’. Denk aan hoge golven die tegen de stenen omhoog spatten of bomen die schuin staan door de harde wind. Met een korte belichtingstijd kun je deze onderwerpen vangen op een wijze die alleen door de wind mogelijk is gemaakt. Een ‘bevroren’ golf hoog boven de rotsen uit geeft duidelijk de sfeer weer van harde wind en een onstuimige zee.
Met lange belichtingstijden kun je juist bewegende onderwerpen vervagen, wat dynamiek en de suggestie van beweging geeft. Denk aan wind die vormen trekt door graanvelden of bewegende takken van bomen. Gebruik een goed en stevig statief. Voor het kiezen van de goede sluitertijd moet je experimenteren. Bij een te korte sluitertijd bevries je de beweging terwijl bij een te lange sluitertijd de beweging overgaat in een vormeloze waas waarbij de elementen niet meer te onderscheiden zijn. Er is geen vaste richtlijn voor een goede sluitertijd: bij storm kan 1/10 seconde al te langzaam zijn, terwijl je bij zwakke wind misschien aan 30 seconden nog niet genoeg hebt. Over het algemeen krijg je met sluitertijden tussen de de 1/4 en 2 seconden een mooie beweging, waarbij het onderwerp nog herkenbaar blijft.
Met flitslicht kun je een sterk bewegende omgeving deels bevriezen. Elementen die door de flits kort aangelicht worden, zullen op dat moment bevroren worden, terwijl de rest verder beweegt. Bij windvlagen is dat extra lastig. Je moet dan niet alleen de goede sluitertijd kiezen, maar ook nog eens op het juiste moment afdrukken. Wanneer er veel wind staat, ben je vrij om te spelen met diverse instellingen met verschillende resultaten. Bij een zwakkere wind op een zonnige dag kan het lastig zijn op een langere sluitertijd uit te komen om bewegingen vast te leggen. Een grijsfilter biedt dan uitkomst. Doordat dit een deel van het licht tegenhoudt, wordt je sluitertijd langer. Met een extreem grijsfilter (Big Stopper, 10 stops) kun je zelfs midden op de dag een sluitertijd krijgen van enkele minuten, ideaal om bijvoorbeeld bewegingen hoog in de lucht zichtbaar te maken of beweging door zwakke wind.
Statief
Een stevig statief is erg belangrijk als je aan de slag gaat met het vastleggen van beweging door de wind. Bedenk wel dat een statief niet alleen het gewicht van je camera moet kunnen houden, maar ook nog bestand moet zijn tegen de elementen. Je zult niet de eerste zijn die zijn camera met een plof in het zand ziet vallen … met het statief er nog aan.
Een aantal tips om je statief in de wind te gebruiken:
- Gebruik een statief dat minstens anderhalf keer het gewicht van camera en objectief kan houden, liefst meer. Hoe zwaarder en lomper het statief, des te stabieler.
- Gebruik alleen de drie poten en niet de eventuele middenzuil. Deze laatste is erg instabiel en maakt het hele statief een gemakkelijke prooi van een rukwind.
- Als het sterk waait, kun je ook de poten van het statief verder opzij zetten. Normaal werk je rechtop achter je statief, maar korte poten zijn minder gevoelig voor trillingen. Liever dus iets korter en werken met een afstandsbediening.
- Hang iets zwaars, zoals je fototas, aan het midden van je statief; vaak is daar een speciale haak voor. Het extra gewicht maakt je statief minder vatbaar voor trillingen en het valt niet zo snel om. Bij hevige wind kan je tas gaan zwaaien. Zorg dan dat je tas net de grond raakt, zodat hij stil blijft hangen.
Apparatuur
Ook voor je apparatuur moet je wat voorzorgsmaatregelen treffen. Het maakt veel uit of je met een groothoek of een flink tele-objectief aan de gang gaat. Een telelens vangt veel wind, waardoor de kans op beweging sterk toeneemt. De positie ten opzichte van de wind is daarbij van belang. Een sterke zijwind geeft meer beweging dan wind van achteren. Wind betekent veel opwaaiend stof en zand. Probeer daarom zo min mogelijk objectieven te wisselen. Bedenk dat een cameratas die op de grond staat voor je het weet onder het zand zit, wat gaat schuren tussen je spullen. Houd je tas zoveel mogelijk dicht.
Storm
Storm op het strand kan veel overlast geven voor de strandbezoeker. Het zand stuift alles onder en dan komt de regen er nog eens bij. Onder zulke omstandigheden fotograferen, is beslist niet gemakkelijk. Het zand en de ‘zoute’ regen zijn slecht voor elke camera. Soms is er een klein plekje achter een muurtje, van waaraf je redelijk veilig een foto kunt maken. Als je daarna weer verderloopt, stop dan je camera onder je jas. Maak bij thuiskomst je camera goed schoon.
Het vastleggen van stormen en heftige wolken met neerslag is iets wat bij veel fotografen tot de verbeelding spreekt. Denk aan storm- en tornado-chasers die elk jaar hun leven wagen op zoek naar de heftigste buien en stormen. Voor het vastleggen van een storm zul je vaak mooie buien fotograferen, maar hoe fraai ook, een bui geeft lang niet altijd het gevoel van een echte storm. Voor echte stormbeelden ga je op zoek naar onderwerpen die het effect van een storm laten zien. Vaak kom je bij water uit. Beweging in bomen, platgewaaid gras of mensen die tegen de wind in worstelen kan ook duidelijk maken waartoe een storm in staat is.
Wervelwinden
Er zijn verschillende soorten wervelwinden die enorm kunnen variëren in kracht en omvang. Wat ze allemaal gemeen hebben is dat de lucht zich in een draaiende, wervelende beweging omhoog verplaatst.
Stofhoos
Een stofhoos (ook zandhoos of stofduivel genoemd) is een zwakke wervelwind die ontstaat boven een sterk opgewarmd oppervlak, zoals zand of kale grond. Op warme dagen warmt de grond snel op waardoor de lucht erboven opwarmt en gaat stijgen. Hoe heter de bodem, hoe sneller de stijgende beweging van de lucht. Het natuurverschijnsel heeft dus meer te maken met warmte dan met wind. Als er veel wind is, zul je geen stofhoos zien. Stofhozen zijn meestal niet erg krachtig en duren nooit lang. Met wat geluk zie je een stofhoos dichtbij ontstaan, maar de route die een stofhoos neemt, is onvoorspelbaar. Het gebruik van een telelens is dan ook aan te raden.
Windhoos
Een windhoos, een wervelwind onder een onweerswolk, ontstaat als het temperatuurverschil tussen de lucht aan het oppervlak en op grote hoogte erg groot is. Daarnaast moet op grote hoogte (circa 10 km) een zeer sterke wind aanwezig zijn. Door het grote temperatuurverschil stijgt de lucht heel snel vanaf het aardoppervlak en gaat daarbij roteren, net als in een stofhoos. Een windhoos is zichtbaar, omdat de waterdamp uit de lucht condenseert. Een windhoos trekt mee met de bui en kan daardoor een spoor van vernieling achterlaten. Anders dan een vrij onschuldige stofhoos is een windhoos wel degelijk gevaarlijk. Kijk daarom uit met het fotograferen ervan, kom niet te dicht in de buurt en let op de richting die de windhoos uitgaat. Je eigen veiligheid is belangrijker dan een mooie foto!
Waterhoos
Een waterhoos ontstaat op dezelfde manier als een windhoos, maar boven wateroppervlaktes. Deze wervelwind neemt in zijn stijging dan ook water mee naar boven. Waterhozen zie je vooral aan het eind van de zomer en in het najaar, wanneer het water voldoende is opgewarmd en er koude poollucht op grote hoogte aanwezig is. Doorgaans is een waterhoos een onschuldige vorm van een windhoos; komt hij aan land dan verliest hij vaak zijn kracht en verdwijnt. Toch moet je ook bij waterhozen je veiligheid in acht nemen, de buien waaruit ze ontstaan, gaan vaak gepaard met heftige windstoten en dan is het niet veilig op het water.
Tornado
Een tornado is een windhoos met snelheden van honderden kilometers per uur, die een diameter van tientallen meters tot een paar kilometer kan bereiken. Bij een tornado vormt de rotatie onderdeel van de bui die dan een supercel wordt genoemd. Tornado’s komen in Nederland uiterst zelden voor. In het centrale deel van de Verenigde Staten zijn er gemiddeld duizend per jaar, vooral tussen mei en juli. Verreweg de meeste tornado’s komen voor van het midden van Texas tot het oosten van Nebraska (Tornado Alley). Bij een tornado is veiligheid helemaal geboden. Al bij lichte tornado’s ontstaat veel schade en het komt niet zelden voor dat meerdere tornado’s bij elkaar ontstaan. Als je in de Verenigde Staten op zoek wilt naar tornado’s, sluit je dan aan bij een groep mensen die er veel ervaring mee hebben. Maar zelfs dan is het niet zonder risico!
Meegevoerd
De kleine zand- en stofdeeltjes die de wind meevoert, kunnen interessante fotografische taferelen opleveren. Vaker dan je misschien denkt, worden we hier overspoeld door zand van de woestijn. Vooral zuidenwind neemt Saharazand met zich mee tot hoog in de atmosfeer. Met regen kan dat fijne zand naar beneden komen en na de bui kunnen auto’s geelgekleurd zijn van het zand. Ook als het Saharazand nog in de lucht zit, kan het fotografisch vastgelegd worden. Zo zorgt woestijnzand voor diepe kleuring bij opkomende of ondergaande zon en aparte lichtbreking.
Als ergens op aarde een vulkaan uitbarst, komen er enorme hoeveelheden as en stof tot hoog in de atmosfeer. Deze kleine deeltjes veroorzaken de zogeheten Rayleigh-verstrooiing. Hierdoor ziet de zon er overdag melkachtig wit uit. Ook zijn de kleuren van de zonsopkomst en de zonsondergang intenser en kun je horizontale strepen zien in de lucht.
Opmerkingen