In een tijd waarin nabewerking en filters binnen handbereik liggen, is het des te uitdagender én waardevoller om een puur portret te maken. Een portret zonder opsmuk, zonder dikke lagen make-up of heftige bewerking. Gewoon: een model, een camera, en écht contact. Hoe je dat aanpakt? Hier lees je hoe je teruggaat naar de essentie van portretfotografie: de mens zelf.
Het juiste model
Een natuurlijk portret begint bij de juiste persoon voor je lens. Vermijd modellen die standaard poseren met een gemaakte glimlach of de welbekende duckface. Zoek naar iemand die zich durft te laten zien zoals hij of zij is. Geen masker, geen maniertjes. Je herkent zo’n persoon vaak direct aan uitstraling: een open blik, een zekere rust, of juist een vleugje melancholie.
Stuur je model subtiel aan. Vraag eens om leeg te kijken, of aan iets ernstigs te denken. Daarmee haal je de gekunstelde expressie weg en ontstaat er een oprechte blik. En wees kritisch in je selectie. Niet iedereen heeft het in zich om naturel op beeld te verschijnen.
Foto: Jeertje
De juiste apparatuur
Voor een puur portret kies je liever geen groothoeklens: die vervormt het gezicht en haalt de verhoudingen uit balans. Ook extreme telelenzen maken je onderwerp platter. De ideale brandpuntsafstand ligt ergens tussen de 50 en 100 mm. Dat geeft een natuurlijk perspectief én zorgt dat je prettig dichtbij kunt werken.
Gebruik een groot diafragma om de achtergrond te vervagen. Zo leg je de nadruk op het gezicht en hou je de foto rustig. Let er wel op dat je sluitertijd snel genoeg blijft om beweging te voorkomen, liefst niet onder 1/60 seconde.
Natuurlijk licht werkt het best
Laat je flitsers thuis en werk bij voorkeur met daglicht. Bewolkt licht is ideaal: zacht, egaal en flatterend. Een groot raam als lichtbron werkt uitstekend. Wil je toch iets bijlichten, gebruik dan een reflectiescherm voor subtiele invulling. Flits je toch, bounce dan het licht via een witte muur of plafond.
Let op de lichtreflecties in de ogen: één natuurlijke catchlight ziet er veel natuurlijker uit dan meerdere kleine lichtpitjes van studioflitsers.
Foto: AmandaKoertFotografie
Eerlijke make-up (of geen)
Een pure portretfoto vraagt om natuurlijke make-up. Laat smokey eyes, glitter en scherpe contouren achterwege. Een lichte matte foundation kan om glans te verminderen, maar probeer make-up zo min mogelijk te gebruiken. Het vergt moed van je model, maar het resultaat is oprecht en krachtig.
Locatie en achtergrond
Een rustige achtergrond helpt je model én de kijker om de focus te houden. Een effen achtergrond in neutrale tinten werkt goed, net als een bewuste, vervaagde buitenlocatie. Vermijd drukke plekken waar je model zich bekeken voelt. Of kies juist voor een vertrouwde omgeving, zoals thuis, waar de ontspannen sfeer doorsijpelt in de foto.
©Nienke Lijster
Foto: NienkeLijsterfotografie
De kunst van het regisseren
De blik maakt het portret. Veel modellen vallen automatisch terug op hun ‘fotogezicht’. Het is jouw taak als fotograaf om daar doorheen te prikken. Gebruik eenvoudige opdrachten als: ‘ontspan al je gezichtsspieren’, of ‘denk aan je lievelingsplek’. Soms werkt een onverwachte opmerking het best, zoals: ‘Kijk eens op je chagrijnigst?’. De spontane lach daarna is vaak goud waard.
Let goed op tijdens dit soort momenten. De meest oprechte uitdrukkingen duren vaak maar een fractie van een seconde. Wees dus alert, en blader achteraf alle opnames rustig door. De blik kan per frame verschillen, en soms zit de mooiste in een foto die je bijna over het hoofd zag.
Less is more: attributen en nabewerking
Houd accessoires beperkt. Petjes, sieraden of props leiden vaak alleen maar af. Eén ding dat wél goed werkt: de handen van je model. Laat je model hiermee variëren. Ze kunnen veel zeggingskracht toevoegen aan het beeld.
Bij de nabewerking geldt: hou het natuurlijk. Vermijd huidverzachting, extreme contrasten of verzadigde kleuren. Verlaag juist iets de verzadiging voor een rustigere uitstraling. Kleine kleurcorrecties mogen, maar bewaar de originele sfeer van het licht.
Foto: Jeertje
Zwart-wit of duotoon als finishing touch
Zwart-wit leent zich goed voor pure portretten. Het haalt afleiding weg en benadrukt vorm en emotie. Een lichte aanpassing van de rode of oranje schuif in Photoshop kan helpen om sproeten of structuur in de huid juist te accentueren.
Ook een zachte duotoon, bijvoorbeeld warm bruin of koel blauw, kan net wat meer karakter geven aan een portret, zonder dat het onnatuurlijk voelt.
Opmerkingen