Tips - Brandpuntsafstand en portretfotografie
De brandpuntsafstand van je objectief heeft een grote invloed op hoe een portret eruitziet. Niet alleen de uitsnede verandert, maar ook de verhoudingen in het gezicht en de relatie tussen het onderwerp en de achtergrond. Daarom is het belangrijk om bewust na te denken over welk objectief je gebruikt bij portretfotografie. Moet je altijd een klassieke portretlens gebruiken, of kun je soms ook prima met een andere brandpuntsafstand werken?
Waarom groothoek vaak wordt afgeraden
Je hoort vaak dat je geen portretten moet maken met een groothoeklens. Dat advies klopt grotendeels, vooral wanneer je een beeldvullend portret van iemands gezicht wilt maken.
Wanneer je met een groothoek van dichtbij fotografeert, ontstaat er namelijk perspectiefvervorming. Onderdelen van het gezicht die dichter bij de camera zitten, zoals de neus, lijken groter, terwijl oren en zijkanten van het gezicht juist kleiner lijken. Hierdoor kan iemand er anders uitzien dan in werkelijkheid.
Net zoals rechte lijnen in architectuurfoto’s kunnen vervormen bij groothoek, gebeurt dat dus ook met de contouren van een gezicht. Voor een klassiek portret is dat meestal niet gewenst. Wil je juist wat verder af fotograferen en wat creatieve dingen doen, dan kan een 35mm ook heel goed werken.
©JUDITH ONDERSTAL
De klassieke portretlens
Veel fotografen kiezen daarom voor een brandpuntsafstand tussen 85mm en 135mm (op fullframe). Deze lenzen worden vaak gezien als de klassieke portretlenzen.
Ze hebben een paar duidelijke voordelen:
Minder perspectiefvervorming
Een prettige afstand tussen fotograaf en model
Mooie achtergrondonscherpte (bokeh)
Een natuurlijke weergave van gezichtsverhoudingen
Met een 85mm kun je relatief dichtbij blijven terwijl het gezicht toch natuurlijk oogt. Daarom is deze brandpuntsafstand zo populair voor portretfotografie.
Wanneer een 50mm of 35mm juist beter werkt
Toch betekent dit niet dat je altijd een lange brandpuntsafstand moet gebruiken. Er zijn namelijk verschillende soorten portretten.
Bijvoorbeeld:
Halftotaalportretten, waarbij het lichaam deels zichtbaar is
Omgevingsportretten, waarbij de locatie een belangrijk onderdeel van het verhaal is
In dat soort situaties kan een 50mm of 35mm juist heel geschikt zijn. Denk bijvoorbeeld aan iemand in zijn huiskamer, atelier of werkplaats. De omgeving vertelt dan iets over de persoon.
Met een 85mm moet je in zo’n situatie vaak te ver naar achteren om de ruimte nog in beeld te krijgen. In kleine ruimtes is dat simpelweg niet mogelijk. Een iets kortere brandpuntsafstand biedt dan meer flexibiliteit.
De rol van afstand tot je onderwerp
Niet alleen de lens bepaalt het perspectief, de afstand tot je onderwerp speelt minstens zo’n grote rol.
Hoe dichter je bij iemand staat, hoe groter de kans op vervorming bij kortere brandpuntsafstanden. Daarom geldt als eenvoudige vuistregel:
Dichtbij het gezicht? Gebruik een langere brandpuntsafstand.
Meer afstand en meer omgeving? Kortere brandpuntsafstand kan prima.
Een portret waarbij iemand bijvoorbeeld op twee meter afstand in een stoel zit, kun je zonder problemen met een 35mm fotograferen. De afstand is groot genoeg om vervorming te voorkomen, terwijl je toch de omgeving meeneemt in beeld.
Denk vooraf na over je portret
Er bestaat dus niet één perfecte portretlens voor elke situatie. De beste keuze hangt af van:
de afstand tot je model
de ruimte waarin je fotografeert
hoeveel omgeving je wilt laten zien
het type portret dat je wilt maken
Door vooraf na te denken over deze factoren kun je bewust kiezen welk objectief je meeneemt. En soms betekent dat simpelweg dat je tijdens de shoot van lens wisselt.
Opmerkingen