Zo maak je écht indrukwekkende vogelfoto’s - Tips van Jeroen Stel

31 mei 2023 10:42
partnerredactie

Vogels verschuilen zich graag in bijvoorbeeld een rietkraag of boomkruin. Wil je ze van dichtbij fotograferen, dan is de vogel letterlijk gevlogen voordat je hebt afgedrukt. Probeer je ze in volle vlucht vast te leggen, dan blijkt ineens hoe snel en wendbaar vogels zijn. En heb je er eindelijk eentje in beeld, dan staat het vogeltje helaas wel erg klein op de foto. Dat kan vast beter … Hier lees je hoe!

Als iemand ons kan vertellen hoe je vogelfotografie het beste aanpakt, dan is het Jeroen Stel. Alweer vijfentwintig jaar volgt en fotografeert hij ijsvogels en andere vogelsoorten. Daarnaast verzorgt Jeroen workshops, geeft hij lezingen en verhuurt hij speciaal voor vogelfotografen ingerichte schuilhutten die op prachtige locaties door hem zijn gebouwd.

Langzaam opbouwen

Vlak voordat Jeroen op de veerboot naar Texel stapt om een workshop vogelfotografie te geven, verklapt hij alvast hoe hij je leert om vogels in de vlucht vast te leggen. ‘We beginnen ’s morgens met grote vogels zoals reigers en lepelaars, en vervolgens bouwen we het gedurende de dag langzaam op. Kiekendieven zijn alweer een stukje sneller, maar nog steeds goed te volgen met je camera. Daarna zijn de sterns aan de beurt. Die zijn weer wat sneller en dus lastiger om vast te leggen. We eindigen de dag met laag over het water scherende zwaluwen. Ook voor mij is dat nog steeds een uitdaging. Al doende wen je aan steeds snellere vogels in de vlucht.’

Vogels benaderen

Vogels van dichtbij fotograferen vraagt ook om een speciale tactiek. ‘Wild, zoals reeën, ziet niet goed, zeker niet als je met camouflagekleding tegen een boom zit. Vogels daarentegen zien je al van verre aankomen en gaan er meteen vandoor.’ Op Texel kent Jeroen plekken waar vogelfotografie wél prima kan. Zoals het Wagejot, een getijdengebied achter de dijk. ‘Kluten en sterns die hier langs de oever nestelen, raken vrij snel aan je gewend. Na een uurtje zijn ze je wel vergeten, zolang je maar niet te veel beweegt. De ouders vliegen steeds op en neer naar zee om visjes te vangen voor hun jonkies.’

Baltsende blauwborstmannetjes kruipen in het voorjaar vanuit het ondoordringbare riet omhoog om hun lied te zingen. ‘Dus als je het geluid van een concurrent afspeelt, schiet zo’n mannetje omhoog en begint luidkeels te zingen, waardoor jij hem goed kunt fotograferen.’ Een andere veelgebruikte (en vaak slimmere) methode is gebruikmaken van een schuilhut. ‘Dan kom je pas echt dicht bij vogels. Neem de grote bonte specht en vooral de zwarte specht. Die kom je heus wel op het spoor als je goed luistert, maar ze zijn enorm schichtig. Hoe voorzichtig je ze ook nadert, vanaf een meter of vijftig gaan ze er al vandoor.’

Erbovenop zitten

Terwijl diezelfde specht zomaar anderhalf tot drie meter van je vandaan neerstrijkt terwijl jij onzichtbaar in je vogelhut zit ... ‘Een trucje dat ik gebruik, is een paar cd’s aan de voorzijde hangen zodra ik een hut afsluit. Daardoor raken vogels gewend aan het bewegen en schitteren van objectieven.’ Ook een sperwer kun je alleen vanuit een vogelhut van dichtbij bewonderen. ‘Geef een sperwer even twee minuten de tijd om tot rust komen. Daarna kun je ‘m makkelijk tien tot vijftien minuten fotograferen. In het begin kijkt deze vogel heel nerveus om zich heen, en pas na een tijdje gaat hij lekker badderen.’

Jeroen geeft hiermee aan hoe belangrijk het is om je in jouw onderwerp te verdiepen. ‘Sommige fotografen verwachten een soort “tafeltje-dek-je” en zijn teleurgesteld als ze niet in één dag alle vogelsoorten van hun verlanglijstje kunnen strepen. Of als een vogel niet de door hen gewenste pose aanneemt. Kijk je naar een geslaagde vogelfoto, dan lijkt het soms alsof het allemaal heel eenvoudig is. Maar ik doe dit al vijfentwintig jaar en het is echt geen kwestie van eventjes aanschuiven in een schuilhut en een ijsvogel voert meteen een mooie duikvlucht voor je uit.’

Snelle camera

Wat apparatuur betreft, raadt Jeroen allereerst een snelle camera aan. Eentje die goed presteert bij hoge iso-waarden, want je werkt vaak in schemersituaties. Zelf gebruikt hij een Canon EOS-1D X Mark II, maar is ook zeer te spreken over de EOS R-camera’s en RF lenzen van Canon. ‘Ik ben zeer enthousiast over de "animal-eye-tracking" op deze camera's en over het feit dat deze camera's en lenzen wat lichter zijn als de huidige versie met spiegel waar ik nu mee fotografeer.’ Behalve onderwerpherkenning (vogels) en eyetracking, biedt het EOS R-systeem veel meer: vooral het werken bij weinig licht, het AF-systeem en de snelheid zijn een grote verbetering ten opzichte van de EOS 1DX Mark II waar Jeroen nu gebruik van maakt. ‘Het is een kwestie van tijd voordat ik de overstap maak naar het EOS R-systeem’, stelt Jeroen.
 
Jeroen’s camera staat altijd op de handmatige stand: ‘Diafragma en sluitertijd zet ik vast op bijvoorbeeld F 5,6 en 1/400 seconde voor een scherpe vogel tegen een zachte achtergrond. Bij vogels in de vlucht wordt dat al snel 1/2000 seconde en een ijsvogel in duikvlucht vraagt om 1/4000 seconde.’ De iso-waarde zet hij op automatisch, zodat de camera de belichting kloppend kan maken: ‘Via belichtingscompensatie breng ik waar nodig correcties aan.’

Lange lenzen

Verder is een lange telelens met een brandpuntsafstand van ongeveer 500 tot 600 mm handig, zoals Jeroens Canon EF 500mm f4L IS USM. ‘Soms leeft het idee dat je hiermee kilometers ver kunt kijken. Alleen zijn vogeltjes maar klein. Om daar goede foto’s van te maken, kun je er nog steeds maar zo’n tien tot vijftien meter vandaan zitten. Daarom heb je minstens 400 mm nodig.’
 
Vogelhutten zijn de uitzondering. ‘Hier zit je er lekker dicht op, en dan gebruik ik vaak mijn Canon EF 70-200mm f 2,8L IS USM. Ook vind ik het erg leuk om met een Canon EF 16-35mm-groothoekobjectief te werken. Vanaf een afstandje van ongeveer tien tot vijftien centimeter maak ik hiermee duikopnamen van ijsvogels, met een afstandsbediening vanuit mijn schuilhut.’ Best lastig om te doen, maar zo maak je wel creatieve(re) foto’s van vogels in hun leefomgeving. ‘Op zich is elke lens geschikt voor vogelfotografie. Het hangt er vooral van af hoeveel tijd en energie je in goede foto’s wilt steken.’

Zelf doen!

Spelen met standpunt en aandacht voor de achtergrond is belangrijk, vertelt Jeroen. ‘Een laag standpunt werkt bij veel watervogels erg mooi. Dat kan door met statief en al het water in te gaan, met je camera twee centimeter boven de waterspiegel. Of, comfortabeler, vanuit een vogelhut met een vijver ter hoogte van de vensterbank, waardoor het net lijkt of je er met een waadpak middenin staat.’

Opmerkingen

of en discussieer mee!
Wees de eerste die een opmerking achterlaat.